← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.18 Rolnummer: P.24.0002.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Unierecht Invoerdatum: 2024-04-04 Raadplegingen: 502 - laatst gezien 2026-06-15 06:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De definitie die in artikel 2 van het Kaderbesluit 2008/675/JBZ van 24 juli 2008 van de Raad betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie

(1)aan het begrip veroordeling wordt gegeven, als zijnde elke definitieve beslissing van een strafgerecht waarbij wordt vastgesteld dat een persoon schuldig is aan een strafbaar feit, belet een Belgisch strafgerecht niet bij de straftoemeting rekening te houden met een door een buitenlands gerecht opgelegde jeugdbeschermingsmaatregel.
(1)Over het Kaderbesluit zie P. HOET, “Veroordelingen uit een andere EU-lidstaat in Belgische strafrechtelijke procedures. Het Kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 juli 2008”, RW 2010-11, 1074-1085; N. AUDENAERT, “Selectief blind voor buitenlandse veroordelingen bij de straftoemeting: dan toch (g)een schending van het gelijkheidsbeginsel?”, T. Strafr. 2016, 315-
  1. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 - 24-07-2008 - Art. 2 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Kaderbesluit 2008/675/JBZ van de Raad van 24 juli 2008 - 24-07-2008 - Art. 2 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0002.N K.A-O., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 37quinquies, § 3, Strafwetboek: hoewel de eiser om een werkstraf heeft gevraagd, hij over de draagwijdte van die straf op de rechtszitting werd ingelicht en hij zijn instemming heeft gegeven met het opleggen van een werkstraf, legt het arrest aan de eiser geen werkstraf op en laat het na die beslissing te motiveren.
  4. De rechter dient enkel het niet-toekennen van een werkstraf te motiveren indien de beklaagde om die straf heeft verzocht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van 10 november 2023, waarop de zaak werd behandeld, blijkt dat de eiser enkel om probatie-uitstel heeft verzocht, hij door de appelrechters werd ingelicht over de draagwijdte van die maatregel en dat hij heeft ingestemd met voorwaarden. Uit dit proces-verbaal blijkt niet dat hij om een werkstraf heeft verzocht. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van “het Kaderbesluit 2008/675/JBZ” en de artikelen 10 en 11 Grondwet: uit de parlementaire voorbereiding van het nieuw Strafwetboek blijkt dat voor de toepassing van dit Kaderbesluit maatregelen inzake jeugdbescherming niet onder het begrip veroordeling vallen, zodat de rechter bij de straftoemeting met dergelijke maatregelen geen rekening mag houden; hij mag nochtans rekening houden met jeugdbeschermingsmaatregelen die door een Belgische rechter zijn genomen; dit houdt een miskenning in van het gelijkheidsbeginsel; er is grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof of het Hof van Justitie van de Europese Unie.
  7. De definitie die in artikel 2 van het Kaderbesluit 2008/675/JBZ van 24 juli 2008 van de Raad betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie aan het begrip veroordeling wordt gegeven, als zijnde elke definitieve beslissing van een strafgerecht waarbij wordt vastgesteld dat een persoon schuldig is aan een strafbaar feit, belet een Belgisch strafgerecht niet bij de straftoemeting rekening te houden met een door een buitenlands gerecht opgelegde jeugdbeschermingsmaatregel. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. De aangevoerde miskenning van het door de artikelen 10 en 11 Grondwet gewaarborgde gelijkheidsbeginsel en het verzoek om in dat verband een niet nader gespecificeerde prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof of het Hof van Justitie van de Europese Unie, zijn afgeleid uit die onjuiste rechtsopvatting. In zoverre is het middel niet ontvankelijk en is er geen grond om enige prejudiciële vraag te stellen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep.. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 137,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.