id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.22 Rolnummer: P.24.0347.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-04 Raadplegingen: 783 - laatst gezien 2026-06-18 19:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Het onderzoeksgerecht oordeelt binnen het kader van zijn prima facie-controle onaantastbaar of de veiligheidsfouillering die de politieambtenaren in een concreet geval hebben uitgevoerd, voldoet aan de vereisten van die bepaling; bij die beoordeling is het onderzoeksgerecht niet beperkt tot omstandigheden of redenen die de politieambtenaren uitdrukkelijk in hun proces-verbaal hebben vermeld; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt
(1)Over de reden tot fouillering zie Cass. 24 januari 2001, AR P.00.1402.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010124.8, AC 2001, nr. 45; Chr. DE VALKENEER, Manuel de l'enquête pénale, T. 1 - Principes généraux, Larcier, 2018, 117-120; Over de controle prima facie op de regelmatigheid van het bewijs tijdens de eerste handhaving van de voorlopige hechtenis, zie o.a. Cass. 5 december 2023, AR P.23.1593.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.13, AC 2023, nr. 811; Cass. 22 augustus 2023, P.23.1204.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230822.VAK.7, AC 2023, nr. 521, met concl. OM; Cass. 24 juli 2019, AR P.19.0744.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190724.1, AC 2019, nr. 422; Cass. 30 november 2016, AR P.16.1151.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161130.2, AC 2016, nr. 690; Cass. 11 februari 2004, AR P.04.0203.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040211.10, AC 2004, nr.
- Thesaurus CAS: POLITIE Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet 5 augustus 1992 op het politieambt - 05-08-1992 - Art. 28, § 1, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - AANHOUDING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet 5 augustus 1992 op het politieambt - 05-08-1992 - Art. 28, § 1, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet 5 augustus 1992 op het politieambt - 05-08-1992 - Art. 28, § 1, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 31 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet 5 augustus 1992 op het politieambt - 05-08-1992 - Art. 28, § 1, 1° - 52 ELI link Pub nr 1992000606 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0347.N S.C., zonder gekende woon- of verblijfplaats in het Rijk, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Dimitri de Beco, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM, artikel 22 Grondwet en artikel 28 Wet Politieambt: het arrest oordeelt dat de politieambtenaren overgingen tot een regelmatige veiligheidsfouillering van de eiser omdat zij, op grond van de gedragingen van de eiser, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, konden oordelen dat er redelijke gronden waren om te denken dat de eiser een wapen zou kunnen dragen, dan wel enig voorwerp dat gevaarlijk is voor de openbare orde; dat blijkt echter niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan; in het aanvankelijk proces-verbaal ME.60.L9.003880/2020 van 11 februari 2024 staat er namelijk enkel dat het voertuig waarmee de eiser zich verplaatste bekend stond als een huurvoertuig van een malafide verhuurfirma en dat eiser “zeer zenuwachtig is en dat zijn handen trillen” bij de identiteitscontrole; in dat proces-verbaal staat niet dat dit voor de desbetreffende politieambtenaren voldoende redenen vormde om te denken dat de eiser een wapen zou kunnen dragen, dan wel enig voorwerp dat gevaarlijk is voor de openbare orde.
- Artikel 28, § 1, 1°, Wet Politieambt bepaalt: “De politieambtenaren kunnen bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie en om er zich van te vergewissen dat een persoon geen wapen draagt of enig voorwerp dat gevaarlijk is voor de openbare orde, een veiligheidsfouillering doen in de volgende gevallen: 1° indien de politieambtenaar, op grond van de gedragingen van deze persoon, van materiële aanwijzingen of van de omstandigheden, redelijke gronden heeft om te denken dat de persoon die aan een identiteitscontrole wordt onderworpen in de gevallen en de voorwaarden bepaald in artikel 34, een wapen zou kunnen dragen of enig voorwerp dat gevaarlijk is voor de openbare orde.”
- Het onderzoeksgerecht oordeelt binnen het kader van zijn prima facie-controle onaantastbaar of de veiligheidsfouillering die de politieambtenaren in een concreet geval hebben uitgevoerd, voldoet aan de vereisten van die bepaling. Bij die beoordeling is het onderzoeksgerecht niet beperkt tot omstandigheden of redenen die de politieambtenaren uitdrukkelijk in hun proces-verbaal hebben vermeld. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen onmogelijk te verantwoorden gevolgen afleidt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest neemt de vaststellingen van de verbalisanten over waaruit blijkt dat het door de eiser bestuurde voertuig aanleiding gaf tot een ANPR-hit omdat dit voertuig was gekend als voertuig van een malafide verhuurfirma, de eiser na interceptie spontaan aangaf van zijn verblijfplaats in Antwerpen naar Willebroek te zijn gereden om een vriend te bezoeken, de eiser aan de verbalisanten zijn smartphone met de applicatie Waze heeft getoond met daarin een adres in Willebroek en een werkadres in Deurne, de verbalisanten daarvan een foto hebben genomen en de verbalisanten vervolgens vaststelden dat de eiser zeer zenuwachtig was en dat zijn handen trilden.
- Op grond van die feiten kan het arrest wettig oordelen dat er voor de verbalisanten voldoende aanwijzingen waren om te denken dat de eiser drager kon zijn van een wapen of enig ander voorwerp dat een gevaar voor de openbare orde kon opleveren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.22 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010124.8 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040211.10 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161130.2 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190724.1 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230822.VAK.7 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231205.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div