← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024

Art. 5

.1.a - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.a - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.a - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.a - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0262.N J.K., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 12 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert miskenning aan van de bewijskracht van akten: met het oordeel dat de eiser nog geen enkele inspanning heeft gedaan om de burgerlijke partijen te vergoeden, miskent het vonnis de bewijskracht van het door de eiser op de rechtszitting ingediende stukkenbundel; in dit stukkenbundel zit briefwisseling waarbij aan de raadsman van de burgerlijke partijen meermaals om een afrekening wordt gevraagd, alsook een rekeningnummer met de toezegging van beperkte betalingen; uit het geheel van die stukken kan onmogelijk worden afgeleid dat er geen enkele inspanning werd geleverd.
  3. De rechter miskent de bewijskracht van een akte, indien hij van die akte, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, met andere woorden indien hij de akte doet liegen.
  4. Het vonnis verwijst voor het bekritiseerde oordeel niet naar de door de eiser op de rechtszitting ingediende stukken. Het kan dan ook de bewijskracht ervan niet miskennen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering: het vonnis laat na vast te stellen dat aan de tegenaanwijzingen niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden.
  6. De strafuitvoeringsrechtbank omkleedt de beslissing tot afwijzing van een strafuitvoeringsmodaliteit regelmatig met redenen door de ondubbelzinnige vaststelling dat één van de wettelijk bepaalde tegenaanwijzingen aanwezig is en de feitelijke gegevens te vermelden waarop die beslissing is gesteund. Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank bovendien vaststelt dat aan die tegenaanwijzing niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 47, § 2, Wet Strafuitvoering: het vonnis verwijst voor het oordeel van het niet of onvoldoende doen van de nodige inspanningen naar de tegen de eiser uitgesproken geldboete en verbeurdverklaring, terwijl het niet voldoen van deze pecuniaire straffen geen door de wet bepaalde tegenaanwijzing is.
  8. Het vonnis maakt weliswaar melding van het gegeven dat de eiser nog geen inspanningen heeft geleverd om de lastens hem uitgesproken geldboete en verbeurdverklaring te voldoen, maar het neemt enkel het gebrek aan inspanningen om de burgerlijke partijen te voldoen aan als tegenaanwijzing. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het vonnis, mist feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
  9. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5 EVRM: voor het aannemen van het risico op het plegen van ernstige nieuwe strafbare feiten kan niet louter worden verwezen naar de aard en de ernst van de veroordelingen; er dient op dit punt aansluiting worden gevonden bij de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; er wordt een loutere standaardmotivering gehanteerd; daardoor wordt het door die verdragsbepaling gewaarborgde recht op vrijheid miskend.
  10. Op hen die overeenkomstig artikel 5.1.a EVRM op rechtmatige wijze worden gevangen gehouden na een veroordeling door een daartoe bevoegde rechter, is artikel 5.3 EVRM niet van toepassing. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 19 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240319.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.