← België

M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240326.2N.16 Rolnummer: P.24.0198.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-04 Raadplegingen: 663 - laatst gezien 2026-06-17 06:16 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 3.14.4 van bijlage 2 bij het KB Ademtest- en ademanalysetoestellen vereist geen wachttijd van vijf minuten tussen twee ademanalyses

(1).
(1)Cass. 19 juni 2018, AR P.17.1252.N, AC 2018, nr. 399, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180619.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 59 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 59, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 2.11 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 3.6 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 3.14.4 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 3.14.5 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 59, § 3 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 26 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 2.11 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 3.6 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 3.14.4 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 KB 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen - 21-04-2007 - Art. 3.14.5 van bijlage 2 - 40 ELI link Pub nr 2007014149 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0198.N M.M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 24 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en de artikelen 2.11, 3.6 en 3.14 van de Bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en ademanalysetoestellen (hierna KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de bij artikel 3.14.4 van de Bijlage 2 bij het KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen bepaalde wachttijd van vijf minuten tussen twee metingen, alleen moet worden gerespecteerd tussen het afleggen van een ademtest en een ademanalyse; die wachttijd werd niet gerespecteerd tussen de opeenvolgende metingen van de ademanalyse, zodat het bewijs geleverd door de ademanalyse onrechtmatig werd verkregen en moet worden uitgesloten; het bestreden vonnis beoordeelt niet of eisers recht op een eerlijk proces door die onregelmatigheid werd miskend; nochtans moet krachtens artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering een onrechtmatig verkregen bewijs ook worden uitgesloten wanneer het recht op een eerlijk proces werd miskend; de onrechtmatigheid kan niet worden rechtgezet.
  4. Artikel 59, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat op verzoek van de daar bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, onmiddellijk een tweede analyse wordt uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee resultaten meer bedraagt dan de door de Koning bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften, een derde analyse.
  5. Krachtens artikel 26 KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen moet aan de betrokkene worden uitgelegd dat hij een tweede ademanalyse mag vragen, dat bij een eventueel verschil tussen de twee resultaten van meer dan de in bijlage 2 bepaalde nauwkeurigheidsvoorschriften een derde ademanalyse wordt uitgevoerd en dat indien de drie verschillen tussen die drie resultaten groter zijn dan de voormelde nauwkeurigheidsvoorschriften, een bloedproef wordt uitgevoerd.
  6. Bijlage 2 bij het KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen bevat de technische specificaties van de ademanalysetoestellen. Die bijlage bepaalt onder meer: - in artikel 2.11 dat een meetcyclus bestaat uit een of twee enkelvoudige geldige metingen van de AAC, dit is krachtens artikel 2.10 de ademalcoholconcentratie in uitgeademde alveolaire lucht; - in artikel 3.6: “Meetcyclus. De meetcyclus bestaat uit één enkelvoudige geldige meting van de AAC. Een persoon die een ademanalyse moet ondergaan, mag een tweede ademanalyse vragen. Indien het toestel mondalcohol waarneemt, zal een tweede meetcyclus worden uitgevoerd, evenwel met een tussentijd van minimum 15 minuten. Bij een eventueel verschil tussen de twee resultaten, dat groter is dan de voorschriften van punt 4.3, zal een derde ademanalyse uitgevoerd worden. Indien de drie verschillen tussen de drie resultaten groter zijn dan de hoger vermelde nauwkeurigheidsvoorschriften, zal overgegaan worden naar een bloedproef.” - in artikel 3.14.4: “Detectie van mondalcohol en hyperventilatie. De ademanalysator moet voorzien zijn van een detectie van mondalcohol en hyperventilatie. De detectie zal gebeuren door het continu meten van de massaconcentratie tijdens de blaasprestatie. Voor draagbare, mobiele en ademanalysatoren met vaste standplaats die niet continu de massaconcentratie meten tijdens de blaasprestatie zal de detectie gebeuren volgens de methode A.2.2 van bijlage A van de internationale aanbeveling OIMLR126 editie
  7. De tussentijd tussen de twee ademstalen moet minstens 5 minuten bedragen. Als het verschil tussen de twee gemeten ademstalen groter is dan het grootste van de volgende waarden: (…), dan moet het ademanalysetoestel de meetprocedure afbreken op basis van dat verschil.” - in artikel 3.14.5 dat de analysator geen meetwaarde mag afleveren indien niet voldaan is aan de voorwaarden van onder meer artikel 3.14.
  8. Uit die bepalingen volgt dat: - wanneer de ademtest een resultaat A of P aangeeft, het gecombineerde ademtest- en ademanalysetoestel een wachtcyclus van vijf minuten moet opstarten alvorens te kunnen uitnodigen tot een ademanalyse, teneinde toe te laten de aanwezigheid van mondalcohol of hyperventilatie te ontdekken; - de tweede ademanalyse onmiddellijk na de eerste wordt afgenomen, behoudens wanneer het toestel bij de eerste ademanalyse mondalcohol waarneemt, in welk geval een nieuwe meetcyclus wordt uitgevoerd na een wachttijd van minimum vijftien minuten; - zo een derde ademanalyse dient te worden uitgevoerd, die onmiddellijk na de tweede ademanalyse mag worden uitgevoerd. In zoverre het middel ervan uitgaat dat artikel 3.14.4 van bijlage 2 bij het KB Ademtest- en Ademanalysetoestellen steeds een wachttijd van vijf minuten tussen twee ademanalyses vereist, faalt het naar recht.
  9. Voor het overige is het middel afgeleid uit deze onjuiste rechtsopvatting en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240326.2N.16 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180619.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.