id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024
Art. 74
/5, § 1, eerste lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 74
/5, § 1, eerste lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering
Art. 74
/5, § 1, eerste lid, 2° - 30 ELI link Pub nr 1980121550 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0359.N Z.A.A., alias M.A.A., vreemdeling, vastgehouden, eiser, met als raadsman mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris bevoegd voor Asiel en Migratie, met kantoor te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, vrijwillig tussenkomende partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 maart 2024. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel 1. Het middel voert schending aan van artikel 5.1.
- f)EVRM en artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet: de appelrechters stellen ten onrechte vast dat de identificatie van de eiser, die had geprobeerd de administratie te misleiden, een nieuw feit was dat het nemen van een nieuwe beslissing rechtvaardigt; dit nieuwe feit, dat als grondslag dient voor de detentie, heeft echter geen wettelijke basis in de nationale of Europese wetgeving en voldoet bijgevolg niet aan het legaliteitscriterium zoals vervat in artikel 5.1.
- f)EVRM; bovendien ontbreekt een concrete definitie van wat onder “nieuwe feiten” kan worden verstaan, zodat niet alleen het gemis aan een wettelijke rechtsgrond problematisch is, maar ook de nauwkeurigheid van de regels waarop de detentiemaatregel door de appelrechters wordt gerechtvaardigd. 2. Artikel 5.1.
- f)EVRM bepaalt dat eenieder recht heeft op persoonlijke vrijheid en veiligheid. Niemand mag van zijn vrijheid worden beroofd, behalve onder meer en langs wettelijke weg, in het geval van rechtmatige arrestatie of gevangenhouding van personen teneinde hen te beletten op onrechtmatige wijze het land binnen te komen, of indien tegen hen een uitwijzings- of uitleveringsprocedure hangende is. 3. De vreemdeling die tracht het Rijk binnen te komen zonder aan de in de artikelen 2 en 3 Vreemdelingenwet gestelde voorwaarden te voldoen en een verzoek om internationale bescherming doet aan de grens mag volgens artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, van die wet in een welbepaalde plaats, gesitueerd in het grensgebied, worden vastgehouden, in afwachting van de machtiging om in het Rijk toegelaten te worden of van zijn terugdrijving van het grondgebied. 4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de beslissingen tot vasthouding van 30 januari 2024 en 12 februari 2024 beiden werden genomen op grond van artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet. 5. Artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet noch enige andere wetsbepaling verbieden de minister of zijn gevolmachtigde om, met toepassing van diezelfde bepaling, een nieuwe vrijheidsberovende maatregel te nemen ten aanzien van een vreemdeling die rechtmatig, maar onder door hemzelf opgegeven valse identiteitsgegevens, wordt vastgehouden in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats. De overheid die, in die omstandigheden, een nieuwe beslissing tot vasthouding neemt op grond van artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet schendt artikel 5.1.
- f)EVRM niet. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. 6. Het arrest oordeelt onder meer dat: - de eiser op 29 januari 2024 in de luchthaven van Zaventem aankwam; hij niet in het bezit was van een geldig identiteits- of reisdocument; hij aan de grenscontrole aan de hand van de foto van een Keniaans paspoort en van een identiteitskaart die hij op zijn gsm had laten zien geïdentificeerd werd als Z.A.A., geboren op (…), van Keniaanse nationaliteit en hem op 30 januari 2024 een “bijlage 11 – terugdrijving” ter kennis werd gebracht omdat hij niet in het bezit was van een geldig document noch van een geldig visum; - nadat de eiser internationale rechtsbescherming had aangevraagd, op 30 januari 2024 een beslissing werd genomen tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats op grond van artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet en dit document werd afgeleverd aan “A.Z.A, ”; - op 12 februari 2024 een nieuwe beslissing tot vasthouding in een welbepaalde aan de grens gelegen plaats op grond van artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet werd betekend; die beslissing werd genomen ten aanzien van de persoon die verklaart te heten A.M.A., geboren op (…), van Somalische nationaliteit en verwijst onder meer naar de omstandigheid dat de eiser na de ondertekening van de bijlage 25 heeft verklaard A.M.A. te heten en minderjarig te zijn; - de beslissing van 12 februari 2024 als identiteit A.M.A., geboren op (…), van Somalische nationaliteit vermeldt en onder meer als volgt wordt gemotiveerd: “(…) Betrokkene was in het bezit van een foto op zijn telefoon van een Keniaans paspoort op naam van A., Z.A., geboren op (…). Na zijn ondertekening van zijn bijlage 25, verklaart hij echter minderjarig te zijn, verklaart hij A., M.A. te heten en verklaart hij de Somalische nationaliteit te hebben. Op 01.02.2024 werd er een botscan aangevraagd bij de Dienst Voogdij, dewelke heeft plaatsgevonden op 05.02.2024. Op 09.02.2024 besliste de Dienst Voogdij dat betrokkene ouder is dan 18 jaar en een minimumleeftijd heeft van 24,4 jaar. De vasthouding wordt dus gerechtvaardigd door het feit dat betrokkene bewust informatie achtergehouden heeft voor de Belgische autoriteiten”; - de Dienst Vreemdelingenzaken niet kan worden verweten ten aanzien van de eiser een nieuwe beslissing op grond van artikel 74/5, § 1, eerste lid, 2°, Vreemdelingenwet te hebben genomen vanaf het ogenblik nadat zijn nieuwe identiteit gekend was; - de identificatie van de eiser, nadat hij de administratie hierover had trachten te misleiden, een nieuw feit was die de aflevering van een nieuwe beslissing verantwoordde. 7. De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Eerste middel 8. Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM: de appelrechters kunnen niet oordelen dat artikel 5.1 EVRM niet is geschonden door de loutere vaststelling dat er een nieuw feit is dat de uitgifte van een nieuwe beslissing rechtvaardigt, zonder evenwel in het licht van artikel 5.4 EVRM het legaliteitscriterium, zoals vervat in artikel 5.1.
- f)EVRM, na te gaan. 9. De aangevoerde schending van artikel 5.4 EVRM is geheel afgeleid uit de vergeefs met het tweede middel aangevoerde wetsschendingen. Het middel is derhalve onontvankelijk. Ambtshalve onderzoek 10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 26 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240326.2N.21 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171004.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div