← België

BELGISCHE STAAT contra SOENEN HENDRIK nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 maart 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240328.1N.6 Rolnummer: F.23.0020.N Zaak: BELGISCHE STAAT contra SOENEN HENDRIK nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-05-06 Raadplegingen: 588 - laatst gezien 2026-06-15 06:57 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240328.1N.6 Fiche 1 De aanwending als bewarende titel bedoeld in artikel 334, § 4, Programmawet, betreft een bewarende maatregel die strekt tot zekerheid van de betaling van de betwiste schuld; het betreft derhalve geen bewarend beslag in eigen handen onderworpen aan de voorwaarden van de artikelen 1413 en 1415 Gerechtelijk Wetboek

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST Wettelijke bepalingen: Programmawet 27 december 2004 - 27-12-2004 - Art. 334, § 1 - 30 ELI link Pub nr 2004021170 Fiche 2 Deze maatregel moet evenredig zijn met het nagestreefde doel, zodat de rechter de vrijgave van de aangewende som kan bevelen indien de betwisting hem kennelijk gegrond voorkomt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - RECHTEN, TENUITVOERLEGGING EN VOORRECHTEN VAN DE SCHATKIST Tekst van de beslissing Nr. F.23.0020.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie van Inning en Invordering, adviseur Invordering-ontvanger van het Team Invordering Rechtspersonen Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 34, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen H.S. nv, verweerster, met als raadslieden mr. Michel Maus en mr. Alexander Delafonteyne, advocaten bij de balie West-Vlaanderen, beiden met kantoor te 8020 Oostkamp, Hertsbergsestraat
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 september
  2. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 28 februari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord
  3. Krachtens artikel 1092 Gerechtelijk Wetboek wordt het cassatieberoep beantwoord door ter griffie van het Hof van Cassatie een memorie in te dienen die, onverminderd de bijzondere regels in fiscale zaken, wordt ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie. In geschillen betreffende de toepassing van het wetboek van de inkomstenbelastingen laat artikel 378 WIB92 toe dat het verzoekschrift tot cassatie en het antwoord op de voorziening door een advocaat wordt ondertekend en neergelegd. Artikel 93 Btw-wetboek laat dit eveneens toe inzake geschillen betreffende de toepassing van de btw-wetgeving.
  4. Het geschil tussen de partijen heeft betrekking op de aanwending van btw-tegoeden tot zekerheid van de betaling van belastingschulden. Een dergelijk geschil is geen geschil inzake de toepassing van een belastingwet zoals bedoeld in artikel 569, 32°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 378 WIB92 of artikel 93 Btw-wetboek, zodat het verzoekschrift tot cassatie en de memorie van antwoord enkel door een advocaat bij het Hof van Cassatie kunnen worden ondertekend en neergelegd.
  5. De memorie van antwoord van de verweerster is ondertekend en neergelegd door advocaten bij de balie West-Vlaanderen en niet door een advocaat bij het Hof. Het Hof kan bijgevolg erop geen acht slaan. Middel
  6. Krachtens artikel 334, § 1, van de Programmawet van 27 december 2004, zoals vervangen bij artikel 156 van de Wet van 25 december 2017, met ingang van 1 januari 2019, hierna Programmawet, kan elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald door de Federale Overheidsdienst Financiën, door de Rijksdienst voor sociale zekerheid of door een andere federale overheidsdienst of staatsorganisatie, zonder formaliteit en naar keuze van de bevoegde ambtenaar, onverminderd de toepassing van paragraaf 6, worden aangewend ter betaling van de door deze persoon verschuldigde sommen waarvan de inning en de invordering door of krachtens een bepaling met kracht van wet, worden verzekerd door de Federale Overheidsdienst Financiën of door de Rijksdienst voor sociale zekerheid. Krachtens artikel 334, § 4, Programmawet wordt de in paragraaf 1 bedoelde aanwending zonder formaliteit beperkt tot het niet-betwiste gedeelte van de schuldvorderingen op deze persoon. Bovendien kan de bevoegde ambtenaar, voor het betwiste deel van de schuldvorderingen op deze persoon, overgaan tot de aanwending zonder formaliteiten bedoeld in paragraaf 1 als bewarende titel indien de betwiste schuldvorderingen het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitvoerbare titel.
  7. De aanwending als bewarende titel bedoeld in artikel 334, § 4, Programmawet, betreft een bewarende maatregel die strekt tot zekerheid van de betaling van de betwiste schuld. Het betreft derhalve geen bewarend beslag in eigen handen onderworpen aan de voorwaarden van de artikelen 1413 en 1415 Gerechtelijk Wetboek. Deze maatregel moet evenredig zijn met het nagestreefde doel, zodat de rechter de vrijgave van de aangewende som kan bevelen indien de betwisting hem kennelijk gegrond voorkomt.
  8. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat : - uit paragraaf 4 van artikel 334 van de Programmawet volgt dat de in paragraaf 1 bedoelde aanwending van tegoeden zonder formaliteit wordt beperkt tot het niet-betwiste gedeelte van de schuldvorderingen op deze persoon; - de bevoegde ambtenaar wel voor het betwiste gedeelte van de schuldvorderingen kan overgaan tot aanwending zonder formaliteiten bedoeld in paragraaf 1 als bewarende titel, indien de betwiste vorderingen voorwerp hebben uitgemaakt van een uitvoerbare titel; - deze aanwending ten bewarende titel geen effectieve betaling door schuldvergelijking inhoudt; - de eiser weliswaar de uittreksels voorlegt van de uitvoerbaar verklaarde kohieren, maar dit niet wegneemt dat de verweerster deze belastingen heeft betwist en deze betwistingen nog het voorwerp uitmaken van een procedure ten gronde; - alle teruggaven inzake directe belastingen bijgevolg slechts ten bewarende titel kunnen worden aangewend, maar daarbij dan wel de voorwaarden van de artikelen 1413 en 1415 Gerechtelijk Wetboek moeten zijn vervuld; - de eiser op geen enkele wijze aanvoert dat er sprake is van urgentie die een bewarend beslag wettigt zoals vereist door artikel 1413 en hij zich ertoe beperkt te stellen dat hij beschikt over een schuldvordering die zeker, vaststaand en opeisbaar is; - in die omstandigheden moet worden vastgesteld dat niet voldaan is aan beide cumulatieve voorwaarden van het handhaven van de bewarende maatregel.
  9. De appelrechter die de eiser aldus veroordeelt tot de vrijgave van de ingehouden bedragen wegens gebrek aan urgentie zoals vereist door de artikelen 1413 en 1415 Gerechtelijk Wetboek, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 28 maart 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240328.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240328.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.