id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240408.3N.3 Rolnummer: S.23.0003.N Zaak: RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING contra R. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2024-04-26 Raadplegingen: 493 - laatst gezien 2026-06-15 06:54 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240408.3N.3 Fiche De term “aanverwant” ziet in beginsel op de relatie die door het huwelijk ontstaat met de bloedverwanten van de echtgenoot of echtgenote; uit de samenhang van de artikelen 2, tweede lid en 65, § 2, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan, vloeit evenwel voort dat de bloedverwanten van de persoon met wie het personeelslid wettelijk samenwoont voor de toepassing van het KB van 16 maart 2001 als aanverwanten van het personeelslid moeten worden aangezien
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WERKLOOSHEID - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: KB 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan - 16-03-2001 - Art. 2, tweede lid - 36 ELI link Pub nr 2001009191 KB 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan - 16-03-2001 - Art. 65, § 2, eerst en tweede lid - 36 ELI link Pub nr 2001009191 Tekst van de beslissing Nr. S.23.0003.N RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling, met zetel te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0206.737.484, eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Laurierlaan 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen G. R., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 10 oktober
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 7 maart 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 65, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 16 maart 2001 betreffende de verloven en de afwezigheden toegestaan aan sommige personeelsleden van de diensten die de rechterlijke macht terzijde staan (hierna: KB van 16 maart 2001) bepaalt dat, in afwijking van artikel 64, het personeelslid zijn loopbaan kan onderbreken, krachtens de artikelen 100 en 102 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, voor het bijstaan van of voor het verstrekken van verzorging aan een lid van zijn gezin of aan een familielid tot in de tweede graad, dat lijdt aan een ernstige ziekte, met al dan niet opeenvolgende periodes van ten minste een maand of ten hoogste drie maanden. Krachtens het derde lid van § 2 van hetzelfde artikel wordt voor de toepassing van deze paragraaf als lid van het gezin beschouwd, elke persoon die met het personeelslid samenwoont en als familielid, zowel de bloed- als de aanverwanten.
- Artikel 2, tweede lid, KB van 16 maart 2001, ingevoegd bij koninklijk besluit van 7 oktober 2013, bepaalt: “Voor de toepassing van dit besluit, wordt gelijkgesteld met: 1° het huwelijk: het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door twee personen van verschillend of gelijk geslacht die samenleven als koppel; 2° de echtgenoot van het personeelslid: de persoon, van verschillend of gelijk geslacht, met wie het personeelslid samenleeft als koppel op dezelfde woonplaats; 3° de echtgenote van het personeelslid: de persoon, van verschillend of gelijk geslacht, met wie het personeelslid samenleeft als koppel op dezelfde woonplaats”. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat die bepaling ertoe strekt de verlofreglementering neutraal te maken met betrekking tot de levenskeuze van de personeelsleden.
- De term “aanverwant” ziet in beginsel op de relatie die door het huwelijk ontstaat met de bloedverwanten van de echtgenoot of echtgenote. Uit de samenhang van de voormelde bepalingen vloeit evenwel voort dat de bloedverwanten van de persoon met wie het personeelslid wettelijk samenwoont voor de toepassing van het KB van 16 maart 2001 als aanverwanten van het personeelslid moeten worden aangezien. Het middel dat volledig berust op een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 682,68 euro en op de som van 24 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, sectievoorzitters Koen Mestdagh en Mireille Delange, en de raadsheren Eric de Formanoir en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 8 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240408.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240408.3N.3 geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.204 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div