id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.14 Rolnummer: P.23.1759.N Zaak: F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-19 Raadplegingen: 711 - laatst gezien 2026-06-17 00:32 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 Fiches 1 - 3 Wanneer een beklaagde hoger beroep aantekent tegen een beslissing waarbij hij op grond van meerdere bewezenverklaarde telastleggingen bij toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek tot één straf werd veroordeeld en in zijn grievenschrift als grief vermeldt dat hij de schuld aan sommige van die telastleggingen betwist, is in hoger beroep niet alleen de schuld aan die laatste telastleggingen aanhangig maar ook de volledige straftoemetingsbeslissing met betrekking tot het geheel van de bewezenverklaarde telastleggingen; de saisine van de rechter in hoger beroep strekt zich in dat geval ook uit tot alle wettelijk mogelijke straffen en of maatregelen die op grond van de bewezenverklaarde telastleggingen kunnen of moeten worden opgelegd
(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter STRAF - SAMENLOOP - Meerdaadse STRAFVORDERING Fiches 4 - 7 Wanneer het openbaar ministerie in zijn grievenformulier vermeldt het hoger beroep van de beklaagde te volgen, geeft het te kennen dat het tegen het beroepen vonnis dezelfde grieven aanvoert als de beklaagde
(1); hieruit volgt dat, wanneer een beklaagde hoger beroep instelt en een grief vermeldt over de schuld aan een of meerdere telastleggingen, het hoger beroep van het openbaar ministerie waarbij dezelfde grief wordt aangevoerd, de appelrechter rechtsmacht verleent om te oordelen over de schuld aan die telastleggingen alsook over de hiervoor in voorkomend geval op te leggen straffen en of maatregelen, die ingevolge het hoger beroep van het openbaar ministerie door de appelrechter kunnen worden verzwaard
(2).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM.
(2)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter STRAF - SAMENLOOP - Meerdaadse STRAFVORDERING OPENBAAR MINISTERIE Tekst van de beslissing Nr. P.23.1759.N L. L. J. F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jan Donkers, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 15 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Op 7 maart 2024 heeft advocaat-generaal Bart De Smet ter griffie van het Hof een schriftelijke conclusie ingediend. Op de rechtszitting van 19 maart 2024 heeft raadsheer Peter Hoet verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis spreekt de eiser vrij van de telastlegging D. In zoverre is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 204 en 210 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis legt ten onrechte aan de eiser als bijkomende maatregel een alcoholslot op; in zijn grievenformulier heeft de eiser de rubriek straf en maatregel aangeduid, met de specifieke vermelding geldboete en rijverbod en de precisering dat de geldboete en het rijverbod te hoog zijn en de examens niet noodzakelijk; het openbaar ministerie heeft enkel als grief aangeduid “volgappel” zonder aanduiding van de rubriek “straf en/of maatregel”; aldus is de saisine van het appelgerecht beperkt tot de door de eiser aangeduide straffen en maatregelen, te weten de geldboete en het rijverbod, en kon geen alcoholslot worden opgelegd.
- Wanneer een beklaagde hoger beroep aantekent tegen een beslissing waarbij hij op grond van meerdere bewezenverklaarde telastleggingen bij toepassing van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek tot één straf werd veroordeeld en in zijn grievenschrift als grief vermeldt dat hij de schuld aan sommige van die telastleggingen betwist, is in hoger beroep niet alleen de schuld aan die laatste telastleggingen aanhangig maar ook de volledige straftoemetingsbeslissing met betrekking tot het geheel van de bewezenverklaarde telastleggingen. De saisine van de rechter in hoger beroep strekt zich in dat geval ook uit tot alle wettelijk mogelijke straffen en of maatregelen die op grond van de bewezenverklaarde telastleggingen kunnen of moeten worden opgelegd.
- Wanneer het openbaar ministerie in zijn grievenformulier vermeldt het hoger beroep van de beklaagde te volgen, geeft het te kennen dat het tegen het beroepen vonnis dezelfde grieven aanvoert als de beklaagde. Hieruit volgt dat, wanneer een beklaagde hoger beroep instelt en een grief vermeldt over de schuld aan een of meerdere telastleggingen, het hoger beroep van het openbaar ministerie waarbij dezelfde grief wordt aangevoerd, de appelrechter rechtsmacht verleent om te oordelen over de schuld aan die telastleggingen alsook over de hiervoor in voorkomend geval op te leggen straffen en of maatregelen, die ingevolge het hoger beroep van het openbaar ministerie door de appelrechter kunnen worden verzwaard.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser voor de politierechtbank werd vervolgd op grond van de telastleggingen A (besturen van een voertuig in staat van dronkenschap), B (besturen van een voertuig in staat van alcoholintoxicatie), C (onopzettelijk toebrengen van slagen en verwondingen), D (niet kunnen stoppen voor een voorzienbare hindernis) en E (rijden op een autosnelweg aan een lagere snelheid dan 70 km per uur); - de politierechtbank in het beroepen vonnis de telastleggingen A, B, C, D en E bewezen heeft verklaard en de eiser hiervoor heeft veroordeeld tot een geldboete waarvan een gedeelte met uitstel van tenuitvoerlegging, alsook tot het verval van het recht om alle motorrijtuigen te besturen voor een termijn van twee maanden, waarbij het herstel in dit recht afhankelijk werd gesteld van het slagen in een medisch en een psychologisch onderzoek; - de eiser en het openbaar ministerie hoger beroep hebben aangetekend tegen alle beschikkingen van het voormelde vonnis; - de eiser in zijn grievenformulier het vakje “Schuld” heeft aangeduid, met de vermelding dat hij de vrijspraak vraagt voor de telastleggingen C, D en E, alsook het vakje “Straf en/of maatregel”, met de bijkomende vermelding van de geldboete en het verval van het recht tot sturen, met de eraan gekoppelde herstelmaatregel van het psychologisch en medische onderzoek; - het openbaar ministerie in zijn grievenformulier enkel het vakje “Andere” heeft aangeduid, met de bijkomende vermelding “volgberoep”.
- Gelet op de door het openbaar ministerie aldus overgenomen grief over de schuld aan onder meer de telastleggingen C en E, hadden de appelrechters ook saisine om te oordelen over de volledige straftoemetingsbeslissing, die ingevolge deze overgenomen grief in hoger beroep aanhangig werd gemaakt. Het middel kan bijgevolg niet tot cassatie leiden en is dienvolgens niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering zoals hier van toepassing, en artikel 37/1 Wegverkeerswet: de beslissing om geen alcoholslot op te leggen, is niet regelmatig met redenen omkleed; de eiser had verzocht om het verval van het recht tot sturen te beperken tot welbepaalde voertuigcategorieën; hoewel die beperking door de eiser niet werd verzocht wanneer bijkomend een alcoholslot zou worden opgelegd, kon hieruit wel impliciet worden afgeleid dat die beperking ook werd gevraagd voor het alcoholslot; de appelrechters antwoorden aldus niet op eisers verzoek om het alcoholslot te beperken tot bepaalde voertuigcategorieën.
- De rechter kan een of meerdere voertuigcategorieën uitsluiten van het door hem opgelegde alcoholslot, in welk geval hij zijn beslissing bij toepassing van artikel 37/1, § 2, Wegverkeerswet dient te motiveren. Wanneer de beklaagde hierom niet uitdrukkelijk verzoekt, dient de rechter zijn beslissing om geen voertuigcategorieën uit te sluiten van het alcoholslot niet nader met redenen te omkleden.
- Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 9 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div