← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.21 Rolnummer: P.24.0510.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-19 Raadplegingen: 596 - laatst gezien 2026-06-18 16:17 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Uit de bepalingen van de artikelen 14, eerste en derde lid, en 16, Wet Politieambt volgt dat politieambtenaren kunnen overgaan tot de controle van het rijbewijs en de boorddocumenten van een voertuig en zijn bestuurder die deelnemen aan het wegverkeer, zonder dat die politieambtenaren in hun proces-verbaal melding moeten maken van een specifieke aanleiding voor die controle. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 14, eerste en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 16 - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Thesaurus CAS: POLITIE Wettelijke bepalingen: Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 14, eerste en derde lid - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Wet 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus - 07-12-1998 - Art. 16 - 31 ELI link Pub nr 1998021488 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0510.N M. B., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Nathalie Buisseret, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 26 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het eerste onderdeel voert schending aan van de artikelen 14 en 34 Wet Politieambt: het arrest oordeelt ten onrechte dat de controle van het rijbewijs en de boorddocumenten onder het toepassingsgebied valt van artikel 14 Wet Politieambt; de voorwaarden voor een identiteitscontrole, wat een controle van het rijbewijs de facto is, zijn opgenomen in artikel 34 Wet Politieambt; de gedragingen van de eiser na de initiële beslissing tot identiteitscontrole kunnen niet in aanmerking worden genomen ter verantwoording van die initiële beslissing. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 23, 4° en 30, § 3, Voorlopige Hechteniswet: het arrest toetst de controle van het rijbewijs enkel aan de algemene opsporingsbevoegdheid van artikel 14 Wet Politieambt, maar laat na die controle die in sé ook een identiteitscontrole inhoudt, ook te toetsen aan de in artikel 34 Wet Politieambt vermelde striktere voorwaarden.
  3. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die moeten beslissen over de handhaving van de voorlopige hechtenis. In zoverre faalt het middel naar recht.
  4. Het arrest stelt met betrekking tot de initiële controle van de eiser en het door hem bestuurde voertuig vast dat de verbalisanten, nadat ze het voertuig van de eiser waren gepasseerd, wilden overgaan tot een controle van het rijbewijs en de boorddocumenten. Het arrest stelt aldus niet vast dat de verbalisanten de identiteit van de eiser wilden controleren en dit volgt ook niet uit die vaststelling. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
  5. De aangevoerde schending van artikel 34 Wet Politieambt betreffende de controle van het rijbewijs en de boorddocumenten en het daarmee verband houdende motiveringsgebrek zijn afgeleid uit die onjuiste lezing. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  6. Artikel 14, eerste lid, Wet Politieambt bepaalt dat bij het vervullen van hun opdrachten van bestuurlijke politie de politiediensten toezien op de handhaving van de openbare orde met inbegrip van de naleving van de politiewetten en -verordeningen, de voorkoming van misdrijven en de bescherming van personen en goederen. Artikel 14, derde lid, Wet Politieambt bepaalt onder meer dat de politiediensten zorgen voor een algemeen toezicht en controle op plaatsen waar ze wettelijk toegang hebben. Artikel 16 Wet Politieambt bepaalt onder meer dat de politiediensten zijn belast met de politie over het wegverkeer.
  7. Uit die bepalingen volgt dat politieambtenaren kunnen overgaan tot de controle van het rijbewijs en de boorddocumenten van een voertuig en zijn bestuurder die deelnemen aan het wegverkeer, zonder dat die politieambtenaren in hun proces-verbaal melding moeten maken van een specifieke aanleiding voor die controle. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het arrest dat in die zin beslist, verantwoordt de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 9 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240409.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.