← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.10 Rolnummer: P.24.0444.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-04-23 Raadplegingen: 748 - laatst gezien 2026-06-19 02:21 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Wet Strafuitvoering bepaalt op beperkende wijze de tegenaanwijzingen die de toekenning beletten van de strafuitvoeringsmodaliteit van onder meer het elektronisch toezicht en de beperkte detentie; het feit dat een veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in België is geen bij de wet bepaalde tegenaanwijzing

(1).
(1)NOOT. Over het feit dat het illegaal verblijf van de vreemdeling die een vrijheidsstraf ondergaat op zich geen beletsel is voor het toekennen van een modaliteiten van strafuitvoering of internering, zoals het elektronisch toezicht, zie GwH 21 december 2017, arrest 148/2017, B.85-91, GwH 28 juni 2018, arrest 80/2018, B. 45-51 en GwH 14 september 2023, arrest 120/2023, B.13, www.const-court.be; Cass. 14 maart 2023, AR P.23.0265.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.8, AC 2023, nr. 199; Cass. 7 december 2022, AR P.22.1499.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221207.2F.7, AC 2022, nr. 803; V. VEREECKE, “De invrijheidstelling van veroordeelde vreemdelingen”, T. Vreemd. 2017, 159-167; Ch. MACQ, « Réinsertion des étrangers condamnés ou internés sans droit de séjour : l'impossible équation ? », J.T., 2022, pp. 497-511 ; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel&Svacina, 2022,
  1. Over de limitatieve lijst van tegenaanwijzingen voor het afwijzen van een modaliteit van strafuitvoering, vermeld in art. 47, §1 Wet Strafuitvoering, zie Cass. 7 december 2022, AR P.22.1499.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221207.2F.7, AC 2022, nr. 803; Cass. 13 september 2011, AR P.11.1510.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110913.6, AC 2011, nr.
  2. Het openbaar ministerie was van oordeel dat het bestreden vonnis van 15 maart 2024 de gevraagde modaliteiten niet afwijst louter en alleen op basis van het illegaal verblijf van eiser in België. (BDS) Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0444.N M.A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 15 maart
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: met het oordeel dat de eiser niet beschikt over verblijfsrecht in België en er bijgevolg niet op een legale manier kan wonen of werken en een legale reclassering onmogelijk is, sluit het vonnis de eiser uit van de strafuitvoeringsmodaliteiten van het elektronisch toezicht en de beperkte detentie, terwijl rechtmatig verblijf geen door de Wet Strafuitvoering bepaalde voorwaarde is om te kunnen genieten van deze strafuitvoeringsmodaliteiten.
  5. Artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt op beperkende wijze de tegenaanwijzingen die de toekenning beletten van de strafuitvoeringsmodaliteit van onder meer het elektronisch toezicht en de beperkte detentie. Het feit dat een veroordeelde niet toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf in België is geen bij de wet bepaalde tegenaanwijzing.
  6. Het vonnis dat vaststelt dat de eiser niet over verblijfsrecht in België beschikt en uit dat enkele gegeven afleidt dat een reclassering in België onmogelijk is en er gevaar is voor recidive omdat hij niet op een legale manier in België kan wonen of werken, grondt aldus de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteiten van het elektronisch toezicht en de beperkte detentie op een niet bij wet bepaalde tegenaanwijzing. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 16 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260310.2N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110913.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221207.2F.7 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.