← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.20 Rolnummer: P.24.0521.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-23 Raadplegingen: 582 - laatst gezien 2026-06-17 00:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Artikel 292 Gerechtelijk Wetboek laat niet toe dat een lid van de kamer van inbeschuldigingstelling dat heeft beslist tot de internering van een inverdenkinggestelde en aldus dat de inverdenkinggestelde de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd waarvoor zijn voorlopige hechtenis is bevolen, kennis neemt op grond van artikel 27, § 1, 5°, Voorlopige Hechteniswet van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van die inverdenkinggestelde in afwachting van een uitspraak over zijn cassatieberoep tegen de interneringsbeslissing; doet hij dit toch, dan is het arrest over het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling nietig

(1).
(1)Over het beginsel dat een magistraat die optrad als vonnisrechter nadien niet mag oordelen over de voorlopige hechtenis in dezelfde zaak, zie Cass. 26 november 2003, AR P.03.1485.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031126.23, AC 2003, nr.
  1. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 5° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 5° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 5° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 292 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 27, § 1, 5° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0521.N H.M.P DB., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM en artikel 292 Gerechtelijk Wetboek: twee van de drie magistraten die zetelden in de kamer van inbeschuldigingstelling die heeft beslist tot eisers internering, hebben geoordeeld over het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van de eiser in afwachting van de behandeling van het door hem tegen de interneringsbeslissing ingediende cassatieberoep; het arrest dat dit verzoek afwijst is nietig omdat die twee magistraten reeds van de zaak kennis hebben genomen in de uitoefening van een ander rechterlijk ambt; aangezien twee van de drie magistraten met de interneringsbeslissing reeds hadden geoordeeld dat de eiser schuldig was, zich hadden uitgesproken over het redelijketermijnverweer, het recidivegevaar hadden beoordeeld en hadden geoordeeld over de mentale toestand van de eiser, bestond er bij de eiser gewettigde vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid bij de twee magistraten die dienden te oordelen over het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling.
  4. Artikel 292 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat: - cumulatie van rechterlijke ambten is verboden, uitgenomen in de bij wet bepaalde gevallen; - het vonnis dat is gewezen door een rechter die vroeger bij het uitoefenen van een ander rechterlijk ambt kennis heeft genomen van de zaak, nietig is.
  5. Artikel 292 Gerechtelijk Wetboek laat niet toe dat een lid van de kamer van inbeschuldigingstelling dat heeft beslist tot de internering van een inverdenkinggestelde en aldus dat de inverdenkinggestelde de misdaad of het wanbedrijf heeft gepleegd waarvoor zijn voorlopige hechtenis is bevolen, kennis neemt op grond van artikel 27, § 1, 5°, Voorlopige Hechteniswet van een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van die inverdenkinggestelde in afwachting van een uitspraak over zijn cassatieberoep tegen de interneringsbeslissing. Doet hij dit toch, dan is het arrest over het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling nietig.
  6. De kamer van inbeschuldigingstelling die de internering van de eiser heeft bevestigd was samengesteld uit de kamervoorzitters J.L., P.J. en F.D. Het arrest betreffende eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling in afwachting van een uitspraak over zijn cassatieberoep tegen de interneringsbeslissing is gewezen door de kamervoorzitters P.J. en F.D. en raadsheer B.C. Derhalve is het arrest mede gewezen door de kamervoorzitters P.J. en F.D. die vroeger bij het uitoefenen van een ander rechterlijk ambt van de zaak kennis hebben genomen. De appelrechters die oordelen dat zij zich niet dienden te onthouden, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het arrest is nietig. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 16 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031126.23 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.