← België

Y.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.7 Rolnummer: P.24.0076.N Zaak: Y. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-23 Raadplegingen: 624 - laatst gezien 2026-06-17 00:31 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit de samenlezing van de artikelen 21, eerste lid, 23, § 1, 23, § 2, 1°, en 32 Wegverkeerswet en de artikelen 1, 13°, 3, § 1, 1°, 3, § 2, 21, § 1, derde lid, en 42, eerste lid, KB Rijbewijs volgt dat wie houder is van een geldig Europees rijbewijs voor categorie C, een voertuig van die categorie mag besturen op de openbare weg, zonder tevens het bewijs te moeten leveren dat hij zich aan het onderzoek als bedoeld in artikel 23, § 1, 3°, Wegverkeerswet juncto artikel 42, eerste lid, KB Rijbewijs heeft onderworpen. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 21 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 21, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, §§ 1 en 2, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 32 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 13° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 3, § 1, 1°, en § 2 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 21, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 23 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 21, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, §§ 1 en 2, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 32 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 13° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 3, § 1, 1°, en § 2 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 21, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 32 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 21, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 23, §§ 1 en 2, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 32 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 1, 13° - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 3, § 1, 1°, en § 2 - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 21, § 1, derde lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 KB 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs - 23-03-1998 - Art. 42, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1998014078 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0076.N

  1. D.Y., beklaagde,
  2. DAN TRANS bv, met zetel te 1930 Zaventem, Excelsiorlaan 31, beklaagde, eisers, beiden met raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 14 december
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. Het bestreden vonnis verklaart de hogere beroepen van de eisers ontvankelijk. In zoverre de cassatieberoepen van de eisers ook zijn gericht tegen die beslissing, zijn ze bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 23, § 1, 3° en 23, § 2, 1°, Wegverkeerswet en de artikelen 21, § 1, derde lid en 42 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (hierna KB Rijbewijs): de appelrechters hebben ten onrechte geen rekening gehouden met de door de eisers in hun appelconclusie aangehaalde regelgeving van de Wegverkeerswet en het KB Rijbewijs of passen de wet minstens verkeerd toe (eerste onderdeel); de motivering van de appelrechters is zo summier en laconiek dat ze neerkomt op een motiveringsgebrek (tweede onderdeel).
  6. Volgens artikel 21, eerste lid, Wegverkeerswet mag niemand op de openbare weg een motorvoertuig besturen, tenzij hij houder is van, en tevens bij zich heeft, een in België regelmatig afgegeven rijbewijs, of een buitenlands nationaal of internationaal rijbewijs onder de voorwaarden vastgesteld door de bepalingen die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn. Het rijbewijs moet geldig zijn voor de categorie waartoe het voertuig behoort.
  7. Volgens artikel 3, § 1, 1°, KB Rijbewijs kunnen de personen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente en die in België hun gewone verblijfplaats hebben, een Belgisch rijbewijs verkrijgen. Volgens artikel 3, § 2, KB Rijbewijs mogen de personen bedoeld in § 1, 1° van dat artikel slechts een motorvoertuig besturen op basis van een Belgisch rijbewijs of op basis van een Europees rijbewijs, geldig voor de categorie of de subcategorie waartoe het voertuig behoort. Artikel 1, 13°, KB Rijbewijs definieert een “Europees rijbewijs” als “elk rijbewijs bedoeld bij artikel 23, § 2, 1° van de wet, afgegeven door een Lid-Staat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte”. Volgens artikel 21, § 1, derde lid, KB Rijbewijs is het Europese rijbewijs afgegeven voor het besturen van voertuigen van de categorieën C1, C, C1+E, C+E, D1, D, D1+E en D+E of voor gelijkwaardige categorieën geldig voor een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de inschrijvingsdatum in een Belgische gemeente of bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Evenwel, als er op het rijbewijs een kortere geldigheidsduur is vermeld dan deze in dit lid, is die kortere duur van toepassing.
  8. Artikel 23, § 1, Wegverkeerswet bepaalt de voorwaarden waaronder een Belgisch rijbewijs wordt afgegeven. Zo moet volgens artikel 23, § 1, 3°, Wegverkeerswet de verzoeker een verklaring hebben ondertekend waarin wordt bevestigd dat hij niet lijdt aan een van de lichaamsgebreken en aandoeningen bepaald door de Koning. De Koning kan deze verklaring aanvullen met of vervangen door de verplichting om zich aan een geneeskundig onderzoek te onderwerpen. Volgens artikel 42, eerste lid, KB Rijbewijs moet de kandidaat voor een rijbewijs geldig voor de categorie C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D of D+E een onderzoek ondergaan dat vaststelt of hij voldoet aan de normen voorgeschreven in bijlage 6 van het KB Rijbewijs voor de groep
  9. Volgens artikel 23, § 2, 1°, Wegverkeerswet is vrijgesteld van de examens, bedoeld in onder meer artikel 23, § 1, 3°, Wegverkeerswet de verzoeker die ofwel een geldig nationaal buitenlands rijbewijs overlegt dat is afgegeven overeenkomstig de voorwaarden die inzake internationaal wegverkeer van toepassing zijn of waarvan de geldigheid is erkend krachtens door de Koning afgesloten akkoorden. De Koning kan deze vrijstelling afhankelijk maken van voorwaarden inzake het verblijf van de verzoeker in de Staat die het rijbewijs heeft afgegeven.
  10. Artikel 32 Wegverkeerswet stelt strafbaar hij die wetens een motorvoertuig toevertrouwt aan een persoon, die niet voorzien is van het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig.
  11. Uit de samenlezing van deze bepalingen volgt dat wie houder is van een geldig Europees rijbewijs voor categorie C, een voertuig van die categorie mag besturen op de openbare weg, zonder tevens het bewijs te moeten leveren dat hij zich aan het onderzoek als bedoeld in artikel 23, § 1, 3°, Wegverkeerswet juncto artikel 42, eerste lid, KB Rijbewijs heeft onderworpen.
  12. De appelrechters kunnen de schuldigverklaring van de eiser 1 voor de telastleggingen A, B en C en van de eiseres 2 aan de telastlegging G derhalve niet steunen op de overwegingen dat de eiser 1 geen enkel bewijs van medische geschiktheid, vereist om een voertuig van categorie C te besturen, kon voorleggen en dat de eiseres 2 op de hoogte diende te zijn van dergelijke wettelijke verplichting inzake het rijbewijs. Het middel is gegrond. Tweede middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 195, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, zoals hier toepasselijk: de appelrechters bevestigen de door de eerste rechter aan de eiseres 2 opgelegde twee geldboetes, maar motiveren door gebruik van het enkelvoud slechts één van de geldboetes, hoewel het niet duidelijk is dewelke.
  14. Uit artikel 195, tweede en zevende lid, Wetboek van Strafvordering, zoals hier toepasselijk, volgt dat de bijzondere motiveringsplicht voor de keuze van de straf en de maat ervan voor de correctionele rechtbank die uitspraak doet in hoger beroep enkel geldt voor het verval van het recht een voertuig te besturen en dus niet voor de geldboete. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis: - in zoverre het beslist tot de schuldigverklaring van de eiser 1 aan de telastleggingen A, B en C, alsook in zoverre het de eiser 1 veroordeelt tot straf voor de telastleggingen A, B en C, met inbegrip van de daarbij horende veroordeling tot betaling van de bijdrage aan het Slachtofferfonds, - in zoverre het beslist tot de schuldigverklaring van de eiseres 2 aan de telastlegging G, alsook in zoverre het de eiseres 2 veroordeelt tot straf voor de telastlegging G, met inbegrip van de daarbij horende veroordeling tot betaling van de bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser 1 en de eiseres 2 elk tot de helft van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 144,76 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 16 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.