id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240423.2N.4 Rolnummer: P.24.0369.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-04-30 Raadplegingen: 742 - laatst gezien 2026-06-17 16:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel maakt het opleggen van de maatregel van een alcoholslot afhankelijk van een vordering daartoe door het openbaar ministerie of de mededeling door de rechter dat een dergelijke maatregel kan worden opgelegd; een beklaagde die wordt vervolgd voor een feit waarvoor de maatregel van het alcoholslot kan worden opgelegd, moet daar bij zijn verdediging mee rekening houden. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 37 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiche 3 Het proces-verbaal van de rechtszitting als schriftelijk verslag van het verloop van de rechtszitting heeft onder meer tot doel de naleving van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen vast te stellen en de in dit proces-verbaal opgenomen vermeldingen hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid, maar niets verzet zich ertegen dat ook in het vonnis vaststellingen betreffende het verloop van de rechtszitting worden opgenomen en ook die vaststellingen hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid; het gegeven dat een vermelding betreffende het verloop van de rechtszitting is opgenomen in het vonnis en niet in het proces-verbaal van die rechtszitting levert geen tegenstrijdigheid op
(1).
(1)Zie ook Cass. 14 maart 2023, AR P.23.0047.N, AC 2023, nr. 197, ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.7 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Algemeen Tekst van de beslissing Nr. P.24.0369.N N. S. P. V. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sophia Robillard, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 1 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5 van de wet van 23 maart 2019 betreffende de gerechtskosten in strafzaken en gelijkgestelde kosten en tot invoeging van artikel 648 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Wet Gerechtskosten): uit geen enkel stuk blijkt dat de tolk voor de rechtszitting op wettige en regelmatige wijze werd opgeroepen.
- Artikel 5 Wet Gerechtskosten houdt verband met de toekenning, de verificatie en de betaling van de gerechtskosten.
- De eiser voert niet aan dat de tolk niet regelmatig is beëdigd of dat hij zijn opdracht niet behoorlijk heeft vervuld. De eiser werd niet veroordeeld tot de kosten van de vertolking. Hij heeft dan ook geen belang om een schending aan te voeren van deze bepaling. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert miskenning aan van het recht van verdediging waarvan het recht op tegenspraak deel uitmaakt, alsook van de verplichting de toegepaste strafbepaling te vermelden: het bestreden vonnis heeft een alcoholslot opgelegd zonder dat het openbaar ministerie die maatregel heeft gevorderd of dat daarover een tegensprekelijk debat is gevoerd; het bestreden vonnis vermeldt niet de rechtsgrond voor het verplicht opleggen van deze maatregel.
- Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel maakt het opleggen van de maatregel van een alcoholslot afhankelijk van een vordering daartoe door het openbaar ministerie of de mededeling door de rechter dat een dergelijke maatregel kan worden opgelegd. Een beklaagde die wordt vervolgd voor een feit waarvoor de maatregel van het alcoholslot kan worden opgelegd, moet daar bij zijn verdediging mee rekening houden. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis (p. 5) vermeldt artikel 37/1 Wegverkeerswet, dat bepaalt in welke gevallen het alcoholslot verplicht is. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert aan dat er een tegenstrijdigheid bestaat tussen het proces-verbaal van de rechtszitting en het bestreden vonnis: het bestreden vonnis vermeldt dat de staat van herhaling en verzwaring niet worden betwist en dat die vaststaan op grond van het vonnis van de politierechtbank Halle van 19 juni 2019 dat in kracht van gewijsde is getreden, terwijl het proces-verbaal van de rechtszitting van 4 januari 2024 niet vermeldt dat de eiser of zijn raadsman de staat van herhaling of verzwaring niet zouden hebben betwist; er blijkt niet dat dit vonnis kracht van gewijsde heeft.
- Het proces-verbaal van de rechtszitting als schriftelijk verslag van het verloop van de rechtszitting heeft onder meer tot doel de naleving van de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen vast te stellen. De in dit proces-verbaal opgenomen vermeldingen hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid.
- Niets verzet zich ertegen dat ook in het vonnis vaststellingen betreffende het verloop van de rechtszitting worden opgenomen en ook die vaststellingen hebben bewijswaarde tot inschrijving wegens valsheid.
- Het gegeven dat een vermelding betreffende het verloop van de rechtszitting is opgenomen in het vonnis en niet in het proces-verbaal van die rechtszitting levert geen tegenstrijdigheid op.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- De vaststelling door het bestreden vonnis dat de eiser de staat van herhaling of verzwaring niet heeft betwist, is een vermelding die het Hof bij afwezigheid van een inschrijving wegens valsheid tegen die in het bestreden vonnis opgenomen vaststelling als waar moet aannemen en dit ongeacht of daaromtrent niets is vermeld in het proces-verbaal van de rechtszitting. In zoverre het middel opkomt tegen de juistheid van die vaststelling, is het niet ontvankelijk.
- Gelet op de vaststelling dat de eiser de toestand van herhaling of verzwaring niet heeft betwist, is het zonder belang dat het in het dossier opgenomen afschrift van het op tegenspraak gewezen vonnis van de politierechtbank van 19 juni 2019 niet de vermelding bevat dat er geen rechtsmiddel tegen werd aangewend. In zoverre is het middel bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 23 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240423.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 precedenten: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230314.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div