← België

GEMEENTE HAALTERT contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240425.1N.6 Rolnummer: F.22.0131.N Zaak: GEMEENTE HAALTERT contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-05-28 Raadplegingen: 917 - laatst gezien 2026-06-18 21:29 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240425.1N.6 Fiche 1 Een geschil in verband met de wettigheid van de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandregister is een geschil betreffende de toepassing van de belastingwet bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 569, eerste lid, 32° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 De mogelijkheid de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandsregister aan te vechten met toepassing van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek sluit uit dat wanneer de heffingsplichtige die mogelijkheid niet heeft benut of ze tevergeefs heeft uitgeput, de rechter die op grond van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek kennis neemt van het tegen de heffing ingediende bezwaar, nog uitspraak doet over de wettigheid van de opname op grond waarvan de heffing is vastgesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 569, eerste lid, 32° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385undecies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0131.N GEMEENTE HAALTERT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en Schepenen, met kantoor te 9450 Haaltert, Hoogstraat 41, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.439.151, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. P.D.K.,
  2. BASICAL bv, met zetel te 9451 Kerksken, Terlicht 145, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0840.677.323, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 april
  3. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 6 maart 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling […] Gegrondheid
  4. Krachtens artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek neemt de rechtbank van eerste aanleg kennis van geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet. Geschillen betreffende de toepassing van een belastingwet in de zin van die bepaling omvatten niet alleen de betwistingen over de verschuldigdheid van de aanslag of de heffing zelf, maar ook de betwistingen naar aanleiding van andere individuele fiscale rechtshandelingen vóór of na de vestiging van de belasting, onverminderd de bevoegdheid van de beslagrechter voor vorderingen betreffende bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging.
  5. Krachtens artikel 2.2.6, § 1, eerste lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid, in de versie zoals van toepassing op het geding, kunnen de gemeenten een register van leegstaande gebouwen en woningen bijhouden, hierna leegstandsregister te noemen. Een gemeentelijke verordening kan nadere materiële en procedurele regelen bepalen. Krachtens artikel 2.2.6, § 3, van datzelfde decreet, in de versie zoals van toepassing op het geding, wordt een woning als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van tenminste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met: 1° hetzij de woonfunctie; 2° hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich meebrengt. Op basis van artikel 170, § 4, Grondwet kunnen de gemeenten voorzien in een gemeentelijke leegstandsheffing voor woningen opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister, waarbij het belastbaar feit bestaat in de vaststelling dat een woning als leegstaand in de zin van artikel 2.2.6, § 3, van voormeld decreet moet worden beschouwd en de dienovereenkomstige registratie van de woning in het gemeentelijk leegstandsregister. De opname van een woning in het gemeentelijk leegstandsregister is een individuele fiscale rechtshandeling waarmee het bestuur de toestand van leegstand van de woning vaststelt en beoogt de opgenomen woning aan de gemeentelijke leegstandsheffing te onderwerpen. Een geschil in verband met de wettigheid van de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandregister is een geschil betreffende de toepassing van de belastingwet bedoeld in artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek.
  6. De beslissingen genomen op het bezwaar tegen de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandsregister kunnen krachtens artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek voor de rechtbank van eerste aanleg worden aangevochten. Krachtens artikel 1385undecies, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de vordering inzake die geschillen slechts toegelaten indien de eiser voorafgaandelijk het door of krachtens de wet georganiseerde administratief beroep heeft ingesteld. Krachtens artikel 1385undecies, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt de voormelde vordering ingesteld ten vroegste zes maanden vanaf de ontvangst van het administratief beroep zo over dit beroep geen uitspraak is gedaan en, op straffe van verval, uiterlijk binnen een termijn van drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing met betrekking tot het administratief verhaal.
  7. De mogelijkheid de opname van een woning in het gemeentelijk leegstandsregister aan te vechten met toepassing van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek sluit uit dat wanneer de heffingsplichtige die mogelijkheid niet heeft benut of ze tevergeefs heeft uitgeput, de rechter die op grond van artikel 569, eerste lid, 32°, Gerechtelijk Wetboek kennis neemt van het tegen de heffing ingediende bezwaar, nog uitspraak doet over de wettigheid van de opname op grond waarvan de heffing is vastgesteld.
  8. De appelrechter stelt vast dat: - de woning 145 vanaf 20 december 2017 werd opgenomen in het leegstandsregister van de eiseres; - de beslissing aan de verweerders werd meegedeeld bij brief van 29 januari 2018; - de verweerders op 22 februari 2018 bezwaar aantekenden tegen deze beslissing; - het bezwaar van de verweerders bij beslissing van 20 maart 2018 werd verworpen; - op 17 mei 2019 een aanslagbiljet werd verstuurd voor een leegstand gedurende twaalf opeenvolgende maanden voor een bedrag van 1.500 euro; - de verweerders op 19 mei 2019 tegen deze aanslag bezwaar aantekenden en zich in dit bezwaarschrift ook verzetten tegen de opname in het leegstandsregister; - bij brief van 10 september 2019 aan de verweerders werd meegedeeld dat het bezwaar werd verworpen. Vervolgens oordeelt de appelrechter dat: - het belastingreglement van de eiseres niet in een beroepsmogelijkheid voorziet tegen de afwijzing van het verzet van de belastingplichtige tegen de administratieve akte; - de door het Decreet van 23 december 2011 voorgeschreven beroepsprocedure betrekking heeft op een weigering tot schrapping uit het leegstandsregister en niet op een beroepsmogelijkheid na bezwaar tegen de administratieve akte en de opname van een onroerend goed in het leegstandsregister; - nochtans samen met de verweerders moet worden aangenomen dat ook het ontbreken van een beroepsprocedure na bezwaar tegen de opname van een woning in het leegstandsregister, een beperking inhoudt op hun rechten van verdediging, aangezien door de opname de ononderbroken termijn van 12 maanden aanvangt waarna de belasting opeisbaar wordt, het moment van opname dan ook een belangrijk noodzakelijk element in de totstandkoming van het belastbaar feit is en met betrekking tot dergelijke reglementen het vaste rechtspraak is dat door het nalaten van het betwisten van de opname in het leegstandsregister, de belastingplichtige nadien naar aanleiding van de betwisting van de heffing niet meer de opname in het leegstandsregister kan betwisten; - het niet noodzakelijk is om wegens het ontbreken van de beroepsprocedure het gehele belastingreglement buiten toepassing te laten en het doel van de norm en de naleving van de rechten van verdediging van de verweerders hier kan worden bereikt door aan te nemen dat de beroepstermijn niet is aangevat en de verweerders zich wel degelijk nog in het kader van de voorliggende betwisting van de belasting kunnen verzetten tegen de opname van de woning in het leegstandsregister.
  9. De appelrechter die in het kader van de bezwaarprocedure tegen de leegstandsheffing oordeelt dat de opname van de woning in het gemeentelijk leegstandsregister van de eiseres onregelmatig is, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare terechtzitting van 25 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240425.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240425.1N.6 geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.905 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.