← België

Beroepsvereniging Autobus-en Autoca c. MIN FIN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240425.1N.7 Rolnummer: F.22.0084.N Zaak: Beroepsvereniging Autobus-en Autoca c. MIN FIN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-05-28 Raadplegingen: 837 - laatst gezien 2026-06-15 04:34 Versie(s): Vertaling samenvatting(

  1. en)FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240425.1N.7 Fiche Uit de artikelen 261, eerste lid, 1° en 262, 1°,
  2. a)WIB92 volgt niet dat de vennootschap die de inkomsten verschuldigd is, maar, hoewel de wet haar daartoe verplicht, niet aan de bron de roerende voorheffing inhoudt op de inkomsten die ze toekent of betaalbaar stelt, van haar wettelijke verplichting tot inhouding van die roerende voorheffing ontheven is louter op grond dat de verkrijger van die inkomsten een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtige is en evenmin dat, in dat geval, die verkrijger degene wordt die de voormelde voorheffing verschuldigd is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Roerende voorheffing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 261, eerste lid, 1° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 262, 1°,
  1. a)- 32 Link Justel databank 19920612-32 Tekst van de beslissing Nr. F.22.0084.N BEROEPSVERENIGING VAN AUTOBUS- EN AUTOCARONDERNEMERS VAN VLAANDEREN, met zetel te 8800 Roeselare, Moorselsesteenweg 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0407.836.993, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal-directeur Centrum KMO Kortrijk, met kantoor 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 30 november 2021. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 6 maart 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel 1. Krachtens artikel 261, eerste lid, 1°, WIB92, in de versie zoals van toepassing op het geschil, is de roerende voorheffing verschuldigd door rijksinwoners, binnenlandse vennootschappen, verenigingen, instellingen, inrichtingen en lichamen, en aan de rechtspersonenbelasting onderworpen rechtspersonen die inkomsten van roerende goederen en kapitalen verschuldigd zijn. Krachtens artikel 262, 1°, a), WIB92, in de versie zoals van toepassing op het geschil, is, in afwijking van artikel 261, de roerende voorheffing over de volgende inkomsten verschuldigd door de verkrijger daarvan: inkomsten van kapitalen en roerende goederen en diverse inkomsten vermeld in artikel 90, 6°, verkregen door aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtigen in zoverre overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen een roerende voorheffing verschuldigd is en in de gevallen waar die inkomsten ofwel zijn toegekend of betaalbaar gesteld, als het gaat om inkomsten van Belgische oorsprong, ofwel zijn geïnd of verkregen in België, als het gaat om inkomsten van buitenlandse oorsprong, zonder enige inhouding of storting van roerende voorheffing. 2. Uit die bepalingen volgt niet dat de vennootschap die de inkomsten verschuldigd is, maar, hoewel de wet haar daartoe verplicht, niet aan de bron de roerende voorheffing inhoudt op de inkomsten die ze toekent of betaalbaar stelt, van haar wettelijke verplichting tot inhouding van die roerende voorheffing ontheven is louter op grond dat de verkrijger van die inkomsten een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtige is en evenmin dat, in dat geval, die verkrijger degene wordt die de voormelde voorheffing verschuldigd is. 3. De appelrechter oordeelt dat uit de samenhang tussen artikel 261, eerste lid, 1°, WIB92 en artikel 262, 1°, a), WIB92 volgt dat, indien een aan de rechtspersonenbelasting onderworpen belastingplichtige roerende inkomsten verkrijgt van Belgische oorsprong waarop overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen roerende voorheffing verschuldigd is, zonder dat die voorheffing werd ingehouden of doorgestort aan de fiscus, de verplichting tot betaling van de roerende voorheffing wordt verlegd naar de genieter van de inkomsten, die in afwijking van artikel 261 WIB92, de enige schuldenaar wordt van de roerende voorheffing. Aldus verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare terechtzitting van 25 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240425.1N.7 Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240425.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.