← België

O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.10 Rolnummer: P.23.0786.N Zaak: O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-05-06 Raadplegingen: 523 - laatst gezien 2026-06-15 06:57 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Een rechter in hoger beroep bij wie louter een grief over de straftoemeting aanhangig is, kan een vermelding in de door het beroepen vonnis bewezenverklaarde telastlegging verbeteren wanneer hij vaststelt dat die vermelding op een louter materiële misslag berust. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 204 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0786.N M. O. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 17 april

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: door de verbetering van de in de enige telastlegging vermelde verwijzing naar het vonnis waarbij aan de eiser een onderzoek werd opgelegd, overschrijden de appelrechters de perken van de in hoger beroep aanhangig gemaakte zaak; de eiser werd in het beroepen vonnis van 21 december 2021 veroordeeld wegens het besturen van een motorvoertuig zonder met goed gevolg het onderzoek te hebben ondergaan dat hem door het vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 27 oktober 2017 was opgelegd; tegen het vonnis van 21 december 2021 werd uitsluitend hoger beroep aangetekend door de eiser, die in zijn grievenschrift slechts een grief heeft aangevoerd met betrekking tot de straf en niet met betrekking tot de schuld; de appelrechters hadden dan ook geen rechtsmacht om de telastlegging te verbeteren of om een verschrijving erin recht te zetten; de appelrechters oordelen evenwel dat de enige telastlegging moet worden verbeterd omdat de erin vermelde verwijzing naar het onderzoek dat werd opgelegd door het vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 27 oktober 2017, op een materiële misslag berust en moet worden vervangen door een verwijzing naar het onderzoek dat werd opgelegd door het vonnis van de politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 15 september 2017; bijgevolg is het bestreden vonnis niet naar recht verantwoord.
  3. Een rechter in hoger beroep bij wie louter een grief over de straftoemeting aanhangig is, kan een vermelding in de door het beroepen vonnis bewezenverklaarde telastlegging verbeteren wanneer hij vaststelt dat die vermelding op een louter materiële misslag berust. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Het bestreden vonnis (p. 4-5) oordeelt dat de vermelding in de enige telastlegging van het vonnis van 27 oktober 2017 op een materiële vergissing berust en dat die materiële misslag moet worden verbeterd door de woorden “politierechtbank te Antwerpen dd. 27.10.2017” te vervangen door de woorden “politierechtbank te Antwerpen van 15 september 2017”. Hierdoor overschrijden de appelrechters hun rechtsmacht niet. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 30 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.