id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7 Rolnummer: P.24.0183.N Zaak: P. contra R. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-05-06 Raadplegingen: 1003 - laatst gezien 2026-06-18 22:28 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Een veroordeling op grond van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet vereist onder meer dat de beklaagde een voertuig bestuurt maar de begrippen “voertuig” en “besturen” zijn niet omschreven in de Wegverkeerswet en voor de invulling van die begrippen met het oog op de toepassing van de Wegverkeerswet kan niet worden gesteund op de in artikel 2 Wegverkeersreglement opgenomen definities, aangezien die volgens de aanhef van die bepaling slechts gelden voor de toepassing van het Wegverkeersreglement zelf, zodat voor de toepassing van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet deze begrippen in hun gewone betekenis moeten worden gebruikt; een voertuig in de zin van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet is een vervoermiddel voor vervoer over land van personen of goederen en een elektrische step is een voertuig in de zin van die bepaling; een persoon bestuurt een voertuig in de zin van deze bepaling van de Wegverkeerswet indien hij over het voertuig de controle of het meesterschap heeft door de voortgang ervan in handen te nemen en hierdoor een invloed uitoefent op het in beweging zijnde voertuig en hij die al stappend een elektrische step voortduwt en eraan richting geeft, bestuurt een voertuig in de zin van die bepaling
(1).
(1)Cass. 4 juni 2019, AR P.19.0080.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4, AC 2019, nr. 506, NC 2021/3 met noot M. STERKENS, "Niet rijden, toch besturen? Begrip ‘bestuurder'", VAV 2019/4, p. 71 met noot; P. ARNOU en M. DEBUSSCHERE, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Kluwer, 1999, pp. 3-6, nrs. 8-17 en p. 9, nrs. 31-
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 34 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 34, § 2, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 2 - Artikel 2.13 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 34, § 2, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg - 01-12-1975 - Art. 2 - 31 ELI link Pub nr 1975120109 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0183.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, eiser, tegen D. D. R., beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 4 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis kan op grond van de vaststelling dat volgens een getuige de verweerder naast zijn elektrische step wandelde, niet afleiden dat de verweerder dit voertuig niet bestuurde; hij die naast zijn elektrische step wandelt en deze in de hand heeft, heeft wel degelijk de controle over dat rijtuig daar hij de leiding over de voortgang van het rijtuig in handen heeft en hierdoor een invloed uitoefent op het in beweging zijnde rijtuig.
- Een veroordeling op grond van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet vereist onder meer dat de beklaagde een voertuig bestuurt.
- De begrippen “voertuig” en “besturen” zijn niet omschreven in de Wegverkeerswet. Voor de invulling van die begrippen met het oog op de toepassing van de Wegverkeerswet kan niet worden gesteund op de in artikel 2 Wegverkeersreglement opgenomen definities, aangezien die volgens de aanhef van die bepaling slechts gelden voor de toepassing van het Wegverkeersreglement zelf. Daaruit volgt dat voor de toepassing van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet deze begrippen in hun gewone betekenis moeten worden gebruikt.
- Een voertuig in de zin van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet is een vervoermiddel voor vervoer over land van personen of goederen. Een elektrische step is een voertuig in de zin van die bepaling.
- Een persoon bestuurt een voertuig in de zin van deze bepaling van de Wegverkeerswet indien hij over het voertuig de controle of het meesterschap heeft door de voortgang ervan in handen te nemen en hierdoor een invloed uitoefent op het in beweging zijnde voertuig. Hij die al stappend een elektrische step voortduwt en eraan richting geeft, bestuurt een voertuig in de zin van die bepaling.
- Het bestreden vonnis stelt vast dat de verweerder naast zijn elektrische step stapte, links voorbij een reeks geparkeerde voertuigen ging, toen struikelde, naar voren viel en een geparkeerd voertuig raakte. Daaruit blijkt dat de verweerder de elektrische step voortduwde en er dus richting aangaf en hij bijgevolg dit voertuig bestuurde. De omstandigheid dat de verweerder het voertuig zelf niet bereed of dat dit voertuig niet automatisch in beweging was, doet daaraan niets af.
- Het bestreden vonnis dat oordeelt dat de verweerder geen bestuurder is van een voertuig in de zin van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet, schendt dan ook deze bepaling. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis maar enkel in zoverre het uitspraak doet over het feit omschreven onder de telastlegging B. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat een tiende van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 121,18 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 30 april 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241211.2F.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div