id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240502.1N.5 Rolnummer: F.23.0096.N Zaak: STAD BRUSSEL contra BACAF nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2024-05-28 Raadplegingen: 644 - laatst gezien 2026-06-15 03:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.5 Fiches 1 - 2 Een gebouw is onbewoond wanneer vastgesteld wordt dat er voor dit gebouw niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of hiervoor op de wachtlijst staat, of dat er geen inschrijving voor dit gebouw bestaat in de kruispuntbank van ondernemingen, tenzij het werkelijk gebruik als woning of voor een economische activiteit wordt aangetoond; deze vaststelling tot bewijs van het tegendeel geldt voor onbepaalde duur en aldus voor de dienstjaren die volgen op het jaar van de vaststelling
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GEMEENTE-, PROVINCIE- EN PLAATSELIJKE BELASTINGEN - GEMEENTEBELASTINGEN Wettelijke bepalingen: Belastingreglement van de stad Brussel van 4 november 2013 inzake de belasting op verwaarloosde of onverzorgde gebouwen, onbewoonde of onafgewerkte gebouwen en dito gronden - 04-11-2013 - Art. 3 Tekst van de beslissing Nr. F.23.0096.N STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1000 Brussel, Hallenstraat 4, Administratief Centrum Brucity, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 250 bus 10, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BACAF nv, met zetel te 8531 Harelbeke, Rijksweg 33, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0442.920.707, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 6 juni
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 27 maart 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Overeenkomstig artikel 3 van het belastingreglement van de stad Brussel van 4 november 2013 inzake de belasting op verwaarloosde of onverzorgde gebouwen, onbewoonde of onafgewerkte gebouwen en dito gronden, dienstjaren 2014 tot 2016 inbegrepen, hierna het belastingreglement, wordt de vaststelling van de staat van een gebouw of een terrein zoals beschreven in artikel 2 van onderhavig reglement opgemaakt door een ambtenaar van de administratie van de stad en wordt die vaststelling binnen de dertig dagen per aangetekend schrijven genotifieerd aan de belastingplichtige. Deze vaststelling is geldig voor onbepaalde duur en tot het tegendeel wordt bewezen. Overeenkomstig artikel 2, d), belastingreglement worden als onbewoonde gebouwen beschouwd, deze die effectief niet bewoond zijn of niet voor andere doeleinden bezet zijn. Worden als onbewoond verklaard, deze waar niemand ingeschreven is in de bevolkingsregisters of hiervoor op de wachtlijst staat, of waarvoor geen inschrijving bestaat in de kruispuntbank van ondernemingen, tenzij er bewezen wordt dat het gebouw werkelijk als woonst wordt gebruikt of er economische activiteiten van industriële, landbouwkundige, tuinbouwkundige, commerciële of dienstverlenende aard plaatsvinden. Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat een gebouw onbewoond is wanneer vastgesteld wordt dat er voor dit gebouw niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of hiervoor op de wachtlijst staat, of dat er geen inschrijving voor dit gebouw bestaat in de kruispuntbank van ondernemingen, tenzij het werkelijk gebruik als woning of voor een economische activiteit wordt aangetoond. Deze vaststelling tot bewijs van het tegendeel geldt voor onbepaalde duur en aldus voor de dienstjaren die volgen op het jaar van de vaststelling.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de meest recente vaststelling betreffende een belastbare toestand, voorgelegd door de eiseres dateert van 16 juni 2010, met name de vaststelling dat drie verdiepingen van het onroerend goed leeg zijn, dat niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of wachtregister en dat er geen inschrijving in de kruispuntbank van ondernemingen bestaat; - de eiseres zich voor het hier bedoelde dienstjaar 2014 nog altijd baseert op de vaststellingen, gedaan in 2010; - op het ogenblik van de inkohiering van de aanslag in het hier bedoelde dienstjaar de bewijslast van de belastbaarheid van het pand nog steeds op de eiseres als belastingheffende overheid rust, hetgeen een vaststelling vergt zoals bedoeld in artikel 3 of de onomstotelijke bevinding dat de oude vaststelling nog loopt of geldingskracht heeft; - dit bewijs voor dit dienstjaar niet blijkt geleverd; - zelfs het bewijs vervat in artikel 3 belastingreglement in acht genomen, dat stelt dat een vaststelling geldig is voor onbepaalde duur en tot het tegendeel bewezen is, niet toelaat om op basis van een vaststelling van meerdere jaren geleden voor het belastbaar ogenblik van de hier bestreden heffing nog aan te nemen dat de toen bestaande toestand nog steeds ongewijzigd en dezelfde is ter bewijs van het belastbaar feit; - nu al wordt betwist dat in 2010 één van die belastbare toestanden aanwezig was (zo is sprake van de vraag of de vaststellende ambtenaar toen in de verdiepingen van het gebouw is geweest en voert de verweerster aan dat het goed toen verhuurd was aan een onderneming), zodat op zich de onbepaalde duur en de toestand tot het tegenbewijs van de ter plaatse bestaande toestand voor het hier bedoelde belastbaar tijdperk niet vaststaat; - de foto’s in het dossier van de eiseres, genomen op 17 augustus 2012 en 30 september 2014 op zich de belastbaarheid niet aantonen.
- Aangezien de vaststellingen van 2010 dat er voor dit gebouw niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of hiervoor op de wachtlijst staat en dat er geen inschrijving voor dit gebouw bestaat in de kruispuntbank van ondernemingen, niet worden weerlegd, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing dat het bewijs van de belastbare toestand in 2014 door de eiseres niet werd geleverd, niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 2 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240502.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div