id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240502.1N.8 Rolnummer: F.21.0007.N Zaak: SIRVA nv contra BELGISCHE STAAT, MIN FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Unierecht - Handelsrecht - Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2024-05-28 Raadplegingen: 1101 - laatst gezien 2026-06-18 05:10 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.8 Fiche 1 Het blijkt niet dat de wetgever de toepassing van het aftrekverbod in elk geval heeft willen beperken tot strafrechtelijke geldboeten, derwijze dat de door de Europese Commissie opgelegde geldboeten wegens een inbreuk die geen strafrechtelijk karakter hebben, van die toepassing uitgesloten zouden zijn; de beoordeling dat de opgelegde mededingingsboete noch geheel noch gedeeltelijk aftrekbaar is, is geen uitlegging contra legem
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Zie ook Cass. 4 december 2020, AR F.19.0126.N, AC 2020, nr. 751, ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201204.1N.3 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 53, 6° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 101 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 102 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 4, derde lid - 56 Link Justel databank 20071213-56 Fiches 2 - 3 Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt kennelijk dat het beginsel van de Unietrouw vereist dat de nationale rechter artikel 53, 6°, WIB92 zoveel mogelijk in die zin uitlegt dat het aftrekverbod ook van toepassing is op de door de Europese Commissie opgelegde geldboeten wegens een inbreuk op artikel 81 of 82 EG-verdrag, thans artikel 101 of 102 VWEU, opdat de verwezenlijking van de doelstellingen van de unierechtelijke verbods- en sanctiebepalingen inzake het mededingingsrecht niet in gevaar wordt gebracht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beginsels Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 4, derde lid - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 53, 6° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Verordening EG nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag - 16-12-2002 - Art. 23, tweede lid,
- a)Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 101 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 102 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 4, derde lid - 56 Link Justel databank 20071213-56 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 53, 6° - 32 Link Justel databank 19920612-32 Verordening EG nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag - 16-12-2002 - Art. 23, tweede lid,
- a)Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 101 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Verdrag van 25 maart 1957 betreffende de werking van de Europese Unie - 25-03-1957 - Art. 102 - 01 Link Justel databank 19570325-01 Fiche 4 Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt kennelijk dat het gegeven dat het WIB92 in de aanslagjaren 2009 en 2010 niet in een aftrekverbod voorzag voor mededingingsboetes die wegens schending van de nationale mededingingswetgeving door de nationale toezichthouder worden opgelegd, geen invloed heeft op de verplichting van de nationale rechter om artikel 53, 6°, WIB92 unierechtconform uit te leggen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Grondslagen Fiche 5 Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt kennelijk dat de unierechtconforme uitlegging van een nationale bepaling in beginsel door de bevoegde nationale belastingautoriteit aan een belastingplichtige kan worden tegengeworpen
(1).
(1)Zie conl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Beleid Fiche 6 Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt kennelijk dat de beschikking van de Commissie waarbij zij aan een vennootschap een geldboete heeft opgelegd, steeds aanzienlijk aan doeltreffendheid inboet indien deze boete voor de betrokken vennootschap volledig of gedeeltelijk aftrekbaar is van haar belastbare winst, aangezien een dergelijke mogelijkheid per definitie tot gevolg heeft dat de last van de betrokken boete door een verlaging van de belastingdruk gedeeltelijk wordt gecompenseerd
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Allerlei Fiche 7 Uit het loutere feit dat het basisbedrag van de geldboete wordt vastgesteld in functie van de waarde van de verkochte goederen of diensten van de onderneming die rechtstreeks of indirect verband houden met de inbreuk, volgt niet dat het basisbedrag van de geldboete een vergoedend karakter heeft, in die zin dat het erop zou zijn gericht om het economische winstvoordeel van het kartel af te romen. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Allerlei Fiches 8 - 10 Uit het legaliteitsbeginsel volgt dat de fiscale wet niet bij analogie kan worden geïnterpreteerd en dat in fiscale zaken ook geen beginsel bestaat volgens hetwelk de bijzaak de hoofdzaak volgt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - ALGEMEEN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 170 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 172 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 170 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 172, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 11 - 12 Door een vordering als niet-toelaatbaar te verwerpen op grond dat enkel de aanslag voor het aanslagjaar 2010 het voorwerp van het geschil uitmaakt en de eiseres de aanslag voor aanslagjaar 2009 niet heeft aangevochten zodat deze in het licht van artikel 1385undecies Gerechtelijk Wetboek definitief is, zonder dit ambtshalve opgeworpen middel, waarvan de eiseres niet diende te verwachten dat de appelrechters dit in hun oordeel zouden betrekken, aan de tegenspraak te onderwerpen, wordt het algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging miskent. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Belastingzaken Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385undecies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BELASTINGZAKEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385undecies - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel tot eerbiediging van het recht van verdediging Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2024, nr. 10, p. 798-
- - LARDENOIT, Charlotte; NACKAERTS, Eva; Noot'Cassatie zet puntjes op de 'i': een fiscale wet kan niet bij analogie worden geïnterpreteerd. In fiscalibus geldt het beginsel 'bijzaak volgt hoofdzaak' niet' Fisc.Act.-Fiscale actualiteit: wekelijkse nieuwsbrief - 2025, nr. 5, p. 7-
- - MEUL, Manuel; LAMOTE, Stijn; Noot'De hoofdzaak: kartelboete is niet aftrekbaar krachtens artikel 53, 6° WIB 92' Tekst van de beslissing Nr. F.21.0007.N SIRVA nv, met zetel te 1120 Neder-over-Heembeek, Vilvoordsesteenweg 140, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0450.118.996, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, en bijgestaan door mr. Svjatoslav Gnedasj, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Elsene, Louizalaan 99, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 6 november
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 5 januari 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel […] Vijfde onderdeel
- Uit het antwoord op het tweede onderdeel blijkt dat de appelrechters in hoofdorde oordelen dat artikel 53, 6°, WIB92 een loutere bepaling van intern recht is die op basis van het intern recht moet worden geïnterpreteerd, dat die bepaling duidelijk is en dat een door de Europese Commissie krachtens artikel 23, lid, 2, a), Verordening 1/2003 opgelegde geldboete wegens een inbreuk op artikel 101 of 102 VWEU op grond van die duidelijke bepaling niet als beroepskost kan worden afgetrokken. Zij oordelen hierbij dat het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet geschonden is doordat de fiscale administratie op haar eerder standpunt inzake de fiscale aftrekbaarheid van kartelboetes in haar circulaire van 13 augustus 2008 is teruggekomen, aangezien de aftrekbaarheid van dergelijke boetes een rechtsvraag betreft, zodat de belastingplichtigen uit andersluidende administratieve standpunten geen gewettigde verwachtingen kunnen putten om alsnog de aftrek van de kartelboete af te dwingen, en dat de bepalingen van artikel 53, 6°, WIB92 bovendien beantwoorden aan de door het eerste aanvullend protocol bij het EVRM gestelde eisen van voorzienbaarheid en duidelijkheid. In ondergeschikte orde oordelen de appelrechters dat, zelfs als artikel 53, 6°, WIB92 aldus zou kunnen worden geïnterpreteerd dat het niet op een door de Europese Commissie krachtens artikel 23, lid, 2, a), Verordening 1/2003 opgelegde geldboete van toepassing is en die boete bijgevolg wel als beroepskost aftrekbaar is, die interpretatie, gelet op het beginsel van Unietrouw, terzijde moet worden geschoven, de bepaling vervolgens dient te worden geïnterpreteerd op een wijze die met het Unierecht in overeenstemming is en de aftrekbaarheid van een door de Europese Commissie krachtens artikel 23, lid, 2, a), Verordening 1/2003 opgelegde geldboete als beroepskost dan ook moet worden geweigerd. Zij betrekken in dat oordeel in ondergeschikte orde het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel niet.
- In zoverre het onderdeel uitgaat van de veronderstelling dat de appelrechters met de bekritiseerde redenen toepassing maken van het unierechtelijk rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, berust het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Uit de syntheseappelconclusie van de eiseres blijkt niet dat zij zich voor de appelrechters op het unierechtelijk rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel heeft beroepen. In zoverre het onderdeel de appelrechters verwijt niet te hebben nagegaan of de ontwikkelingen in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor de eiseres voorzienbaar waren, terwijl de eiseres zich op het unierechtelijk rechtszekerheidsbeginsel zou hebben beroepen, berust het eveneens op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag.
- Aangezien het onderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en het antwoord op de voorgestelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie bijgevolg niet tot cassatie kan leiden, dienen deze vragen niet te worden gesteld. […] Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de aftrekbaarheid als beroepskost van de interest op de kartelboete, over de vordering van de eiseres in verband met de omvang van de fiscale verliezen voor het aanslagjaar 2009 en over de vordering tot herberekening van de aanslag wegens dubbele belasting, en het uitspraak doet over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 2 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240502.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240502.1N.8 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251120.1N.9 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201204.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div