← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.10 Rolnummer: P.24.0114.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-05-15 Raadplegingen: 782 - laatst gezien 2026-06-18 18:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Verschillende aan een beklaagde ten laste gelegde misdrijven komen uit eenzelfde opzet voort, in de zin van art. 65, eerste lid, Strafwetboek, wanneer zij onderling verbonden zijn door eenheid van doel en verwezenlijking en in die zin door één feit, te weten een complexe gedraging, zijn opgeleverd; het in de wet bedoelde opzet kan worden omschreven als eenheid van drijfveer, zonder dat hiervoor is vereist dat de onderscheiden misdrijven bestaan uit of het gevolg zijn van eenzelfde strafbare gedraging; de rechter oordeelt onaantastbaar of er eenheid van opzet bestaat tussen de verschillende feiten waaraan hij een beklaagde schuldig verklaart; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord

(1).
(1)Cass. 1 februari 2023, AR P.22.1095.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230201.2F.5, AC 2023, nr. 84; Cass. 21 september 2021, AR P.21.0428.N ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210921.2N.14, AC 2021, nr. 575; Cass. 23 november 2016, AR P.16.0982.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161123.2, AC 2016, nr. 667, met concl. van advocaat-generaal M. NOLET DE BRAUWERE, op datum, in Pas.; Cass. 8 februari 2012, AR P.11.1918.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120208.8, AC 2012, nr. 92; T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit pénal, die Keure, 2022, 369-
  1. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 65, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 65, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0114.N J. A. G. K., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gust Detienne, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 21 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Jos Decoker heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 65, eerste lid, Strafwetboek: na te hebben vastgesteld dat er eenheid van opzet bestaat tussen de feiten onder de telastleggingen A en C oordelen de appelrechters ten onrechte dat er geen eenheid van opzet is met de feiten onder de telastlegging B op grond van de overweging dat het vluchtmisdrijf niet voortvloeit uit dezelfde strafbare gedraging; die overweging sluit echter als dusdanig niet uit dat de feiten van de telastleggingen A, B en C onderling verbonden zijn door eenheid van doel en, in die zin, één enkel feit opleveren, namelijk een complexe gedraging.
  4. Artikel 65, eerste lid, Strafwetboek bepaalt dat wanneer eenzelfde feit verscheidene misdrijven oplevert alleen de zwaarste straf wordt uitgesproken.
  5. Verschillende aan een beklaagde ten laste gelegde misdrijven komen uit eenzelfde opzet voort wanneer zij onderling verbonden zijn door eenheid van doel en verwezenlijking en in die zin door één feit, te weten een complexe gedraging, zijn opgeleverd. Het in de wet bedoelde opzet kan worden omschreven als eenheid van drijfveer, zonder dat hiervoor is vereist dat de onderscheiden misdrijven bestaan uit of het gevolg zijn van eenzelfde strafbare gedraging.
  6. De rechter oordeelt onaantastbaar of er eenheid van opzet bestaat tussen de verschillende feiten waaraan hij een beklaagde schuldig verklaart. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  7. De appelrechters verklaren de feiten van de telastlegging B bewezen, stellen vast dat het beroepen vonnis wat de schuldigverklaring betreft voor de telastleggingen A en C definitief is en oordelen enerzijds dat de telastleggingen A en C voortvloeien uit dezelfde gedraging maar anderzijds dat er geen eenheid van opzet is met de feiten van de telastlegging B, het vluchtmisdrijf, omdat dit niet voortvloeit uit dezelfde strafbare gedraging. Op grond van deze redenen kan het bestreden vonnis niet wettig oordelen dat er geen eenheid van opzet is tussen de feiten van de telastleggingen A, B en C. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  8. De vernietiging van de beslissing dat er geen eenheid van opzet bestaat tussen de feiten van de telastleggingen A, B en C leidt tot de vernietiging van de beslissing over de aan de eiser opgelegde straffen, met inbegrip van zijn veroordeling tot de betaling van de bijdragen aan het Slachtofferfonds, maar laat de overige beslissingen van het bestreden vonnis onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser veroordeelt tot straffen en de betaling van bijdragen aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 144,27 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120208.8 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161123.2 ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210921.2N.14 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230201.2F.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.