id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.14 Rolnummer: P.24.0524.N Zaak: DE PROCUREUR DES KONINGS TE LEUVEN contra V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2024-05-15 Raadplegingen: 579 - laatst gezien 2026-06-15 06:59 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 De in de artikelen 14, § 1ter en 14, § 2, tweede lid, Probatiewet bepaalde bijzondere herroepingsprocedure van het uitstel en het probatieuitstel inzake overtredingen op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan werd ingevoerd met de wet van 9 maart 2014 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen; uit de wetsgeschiedenis van deze wet blijkt dat de wetgever zowel met betrekking tot de herroeping van de maatregel van de opschorting en de probatie-opschorting als van de herroeping van het uitstel of het probatie-uitstel wegens een veroordeling voor een nieuwe overtreding van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan tijdens de proeftijd, met het begrip “politierechtbank van de plaats van het misdrijf” heeft bedoeld de politierechtbank van de plaats van het tijdens de proeftijd begane misdrijf dat aanleiding heeft gegeven tot een nieuwe veroordeling en dus niet de politierechtbank van de plaats van de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot de rechterlijke beslissing waarbij de maatregel werd opgelegd waarvan de herroeping wordt gevorderd; noch het facultatief karakter van de herroepingsvordering noch het gegeven dat in het kader van de beoordeling van de herroepingsvordering de nieuwe overtreding zelf niet meer moeten beoordeeld, laat toe anders te oordelen
(1).
(1)Zie Wetsontwerp van 12 juni 2013 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie (…), Parl. St. Kamer, Doc 53 2880/001, 14-15; P. HOET, “Bevoegdheid van de politierechter om kennis te nemen van een vordering tot herroeping van een probatie-uitstel”, T. Strafr. 2024, 125; L. BREWAEYS, “Ruime waaier aan bestraffingsmogelijkheden voor verkeersmisdrijven na Potpourri II”, VAV 2016,
- Het openbaar ministerie was van mening dat het middel aanleiding geeft tot cassatie met verwijzing van de zaak naar de politierechtbank van Leuven. Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWOON UITSTEL Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, §§ 1ter en 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, §§ 1ter en 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, §§ 1ter en 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 14, §§ 1ter en 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1964062906 Annotaties Publicaties: VAV-Verkeer, aansprakelijkheid, verzekering - 2024, nr. 4, p. 34-
- - BREWAYES, Luc; Noot'Territoriale bevoegdheid van de politierechtbank bij herroeping van het uitstel' Tekst van de beslissing Nr. P.24.0524.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG LEUVEN, eiser, tegen C. V., persoon voor wie de herroeping van het uitstel wordt gevorderd, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 8 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 14, § 1ter en § 2, Probatiewet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de politierechtbank Leuven en in hoger beroep de correctionele rechtbank Leuven niet bevoegd zijn om kennis te nemen van de in die bepalingen bedoelde herroepingsvordering; uit de wetsgeschiedenis van artikel 14, § 2, Probatiewet blijkt dat met het begrip politierechtbank van de plaats van het misdrijf wordt bedoeld de plaats waar het misdrijf werd gepleegd dat heeft geleid tot een nieuwe veroordeling en niet de plaats van het misdrijf dat heeft geleid tot de veroordeling tot een straf met uitstel.
- Artikel 14, § 1ter, Probatiewet bepaalt dat het gewoon uitstel en het probatieuitstel kunnen worden herroepen indien diegene tegen wie de maatregel is genomen wegens een overtreding van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan, gedurende de proeftijd een nieuw misdrijf heeft gepleegd dat een veroordeling krachtens de Wegverkeerswet tot gevolg heeft gehad.
- Artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet bepaalt dat in dat geval het openbaar ministerie de betrokkene dagvaardt teneinde het uitstel te doen herroepen voor de politierechtbank van de plaats van het misdrijf.
- Deze bijzondere herroepingsprocedure van het uitstel en het probatieuitstel inzake overtredingen op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan werd ingevoerd met de wet van 9 maart 2014 tot wijziging van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen en van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen. Uit de wetsgeschiedenis van deze wet blijkt dat de wetgever zowel met betrekking tot de herroeping van de maatregel van de opschorting en de probatie-opschorting als van de herroeping van het uitstel of het probatie-uitstel wegens een veroordeling voor een nieuwe overtreding van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan tijdens de proeftijd, met het begrip “politierechtbank van de plaats van het misdrijf” heeft bedoeld de politierechtbank van de plaats van het tijdens de proeftijd begane misdrijf dat aanleiding heeft gegeven tot een nieuwe veroordeling en dus niet de politierechtbank van de plaats van de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot de rechterlijke beslissing waarbij de maatregel werd opgelegd waarvan de herroeping wordt gevorderd. Noch het facultatief karakter van de herroepingsvordering noch het gegeven dat in het kader van de beoordeling van de herroepingsvordering de nieuwe overtreding zelf niet meer moeten beoordeeld, laat toe anders te oordelen.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de verweerder wegens een inbreuk op de Wegverkeerswet te Schaarbeek bij vonnis van de politierechtbank Brussel van 9 december 2020 werd veroordeeld tot een geldboete van 400,00 euro, verhoogd met 70 opdeciemen of 3.200,00 euro, of een vervangend rijverbod van 120 dagen, met gewoon uitstel van tenuitvoerlegging voor een termijn van drie jaar voor de helft; - bij vonnis van de politierechtbank Leuven van 8 juni 2022 de verweerder werd veroordeeld voor een overtreding van de Wegverkeerswet te Oud-Heverlee op 13 maart 2021; - het openbaar ministerie gelet op de veroordeling bij vonnis van 8 juni 2022 de verweerder op grond van artikel 14, § 1ter, en § 3, Probatiewet heeft gedagvaard voor de politierechtbank Leuven met het oog op de herroeping van het met het vonnis van 9 december 2020 verleende uitstel; - de eerste rechter en de appelrechters zich territoriaal onbevoegd verklaren omdat de overtreding waarvoor de straf met uitstel werd opgelegd, werd gepleegd te Schaarbeek, plaats waarvoor de politierechtbank Leuven niet bevoegd is.
- Aldus schendt het bestreden vonnis artikel 14, § 2, tweede lid, Probatiewet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het bestreden vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan. Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div