← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:A

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VONNISGERECHT Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5

.1.c - 30 Link Justel databank 19501104-30 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,

Art. 5.4 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr.

P.24.0662.N H. M. P. D., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 april 2024, gewezen op verwijzing bij het arrest van het Hof van 16 april

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM: het arrest wijst eisers verzoek tot het horen van de gevangenispsychiater af omdat artikel 6.3 EVRM niet van toepassing is op de onderzoeksgerechten die moeten oordelen over de voorlopige hechtenis; het arrest laat evenwel na te onderzoeken of het gevraagde getuigenverhoor noodzakelijk is in het licht van de waarborgen die gelet op artikel 5.4 EVRM moeten worden in acht genomen dan wel of dit verhoor een substantiële weerslag zou kunnen hebben op de verdere rechtmatigheid van eisers detentie.
  3. De kamer van inbeschuldigingstelling die op grond van artikel 27, § 1, 5°, Voorlopige Hechteniswet uitspraak doet over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling door een inverdenkinggestelde die werd geïnterneerd en die cassatieberoep tegen die beslissing heeft ingesteld, heeft enkel te oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis volgens de in de Voorlopige Hechteniswet bepaalde criteria. De kamer van inbeschuldigingstelling heeft niet te oordelen over de wettigheid of gepastheid van de interneringsbeslissing zelf.
  4. Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van de vrijheidsberoving dient de kamer van inbeschuldigingstelling artikel 5.1.c en 5.4 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten de Mens, inzake de voorlopige hechtenis, maar niet artikel 5.1.e en 5.4 EVRM, zoals uitgelegd door datzelfde Hof inzake de vrijheidsberoving van geesteszieken.
  5. Uit artikel 5.4 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, volgt niet dat de kamer van inbeschuldigingstelling die moet oordelen over de handhaving van de voorlopige hechtenis van een inverdenkinggestelde die werd geïnterneerd en die cassatieberoep tegen die beslissing heeft ingesteld, ertoe gehouden is in te gaan op het verzoek tot het horen van een gevangenispsychiater, tevens werkzaam als psychiater in een private voorziening, als getuige op de rechtszitting over de psychische toestand van de betrokkene en de noodzaak van een ambulante behandeling. De rechten van de betrokkene tijdens de procedure betreffende de voorlopige hechtenis zijn voldoende gewaarborgd door de mogelijkheid om een geschreven verslag van deze psychiater over te leggen en op grond daarvan elk gewenst verweer te ontwikkelen.
  6. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  7. Voor het overige is het middel afgeleid uit de voormelde vergeefs aangevoerde onwettigheden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 7 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.19 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.34 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.