id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240514.2N.9 Rolnummer: P.23.0944.N Zaak: BROVEE BV Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-05-15 Raadplegingen: 640 - laatst gezien 2026-06-17 09:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Handelingen in de zin van artikel 4.2.1, 5°, a), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening die plaatsvinden in een gebouw kunnen in beginsel niet worden beschouwd als het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond in de zin van die bepaling; artikel 4.2.1, 5°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voorziet immers in een vergunningsplicht voor het in die bepaling nader omschreven gebruik van de grond, dit is het terrein als zodanig Thesaurus CAS: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 4.2.1, 5°,
- a)- 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0944.N 1. BROVEE bv, beklaagde, 2. I. L. M. L., beklaagde, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseressen woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 mei 2023, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 3 mei 2022. De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen 1. Het arrest verklaart de hogere beroepen van de eiseressen ontvankelijk en de herstelvordering zonder voorwerp. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel 2. Het middel voert schending aan van artikel 4.2.1, 5°, a), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: met het oordeel dat de opslag gebeurde in een loods en nergens is bepaald dat de vergunningsplicht enkel betrekking heeft op een opslag in open lucht, verantwoorden de appelrechters niet naar recht de beslissing dat de eiseressen zich schuldig hebben gemaakt aan het in de telastlegging II bedoelde misdrijf omdat zij hebben toegestaan dat zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, thans omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, een grond gewoonlijk werd gebruikt, aangelegd of ingericht voor het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, van allerlei materialen, materieel of afval, namelijk voor het opslaan in een tot handelsruimte omgevormde stalling van elektrische apparaten en allerhande huisraad; in tegenstelling tot de in artikel 4.2.1, 6°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde functiewijziging, die betrekking heeft op bebouwde onroerende goederen, heeft het voormelde gewoonlijke gebruik betrekking op een gebruik in open lucht; de beslissing dat, ongeacht de omstandigheid dat het gewoonlijk gebruik plaatsvond in een loods, dit gebruik zich voordeed op de grond en de telastlegging II bijgevolg bewezen is, is dan ook niet naar recht verantwoord. 3. Artikel 4.2.1, 5°, a), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, thans omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, niemand een grond gewoonlijk mag gebruiken, aanleggen of inrichten voor het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval. 4. Handelingen in de zin van artikel 4.2.1, 5°, a), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening die plaatsvinden in een gebouw kunnen in beginsel niet worden beschouwd als het gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten van een grond in de zin van die bepaling. Artikel 4.2.1, 5°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening voorziet immers in een vergunningsplicht voor het in die bepaling nader omschreven gebruik van de grond, dit is het terrein als zodanig. 5. Het arrest, dat oordeelt dat de opslag gebeurde in een loods en dat nergens is bepaald dat de vergunningsplicht enkel betrekking heeft op een opslag in open lucht, verantwoordt de beslissing dat het in artikel 4.2.1, 5°, a), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde misdrijf bewezen is, niet naar recht. 6. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Erwin Francis, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 14 mei 2024 uitgesproken door waarnemend voorzitter Erwin Francis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240514.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.