← België

GEMEENTE AALTER contra BESCHERM BOMEN EN NATUUR vzw

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240516.1N.1 Rolnummer: C.22.0396.N Zaak: GEMEENTE AALTER contra BESCHERM BOMEN EN NATUUR vzw Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-06-18 Raadplegingen: 1058 - laatst gezien 2026-06-18 12:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche Hoewel de kortgedingrechter slechts naar schijn van recht oordeelt, moet hij, om te bepalen of hij rechtsmacht heeft in de zin van artikel 144 Grondwet, op basis van het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het geschil, zelf nagaan of een subjectief recht in het geding is. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Rechtsmacht - Subjectief recht - Beoordeling - Taak van de kortgedingrechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.22.0396.N GEMEENTE AALTER, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 9880 Aalter, Europalaan 22, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0697.608.063, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BESCHERM BOMEN & NATUUR vzw, met zetel te 8310 Brugge (Sint-Kruis), Engelendalelaan 52, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0733.849.243, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 25 maart

  1. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens artikel 144 Grondwet behoren geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de rechtsmacht van de justitiële rechter. Die rechtsmacht wordt bepaald door het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het geschil. Krachtens artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in de gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. Hoewel de kortgedingrechter slechts naar schijn van recht oordeelt, moet hij, om te bepalen of hij rechtsmacht heeft in de zin van artikel 144 Grondwet, op basis van het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het geschil, zelf nagaan of een subjectief recht in het geding is.
  3. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de verweerster een vordering instelde tot behartiging van een collectief belang op grond van een recht op een gezond leefmilieu; - de eerste rechter oordeelde dat de verweerster niet beschikt over een subjectief recht, minstens dit niet afdoende wordt bewezen.
  4. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - ze als kortgedingrechter zich niet in meerdere mate uit te spreken hebben over het bestaan of het geschonden zijn van de vermelde subjectieve rechten om, anders dan de eerste rechter, tot de ontvankelijkheid en ook tot de gegrondheid van de vordering van de verweerster te kunnen beslissen; - het volstaat dat ze oordelen dat het niet onwaarschijnlijk is of dat minstens de reële mogelijkheid bestaat dat de bodemrechter zal oordelen dat burgers, en inzonderheid de burgers woonachtig in de bedoelde straat of in de bedoelde gemeente, dan wel de omgeving ervan, over subjectieve rechten beschikken op het behoud van een gezonde, groene en aangename leefomgeving, waarvan de bomenrijen deel uitmaken of waartoe ze, op de bedoelde plaats of de omgeving ervan, zelfs in belangrijke mate, bijdragen, wat normalerwijze de verplichting met zich brengt om het omhakken van deze bomen na te laten, zodat de vordering van de verweerster in kort geding geen zaak betreft die de wetgever aan de rechterlijke macht onttrekt; - het volstaat dat ze oordelen dat het niet onwaarschijnlijk is of dat minstens de reële mogelijkheid bestaat dat de bodemrechter zal oordelen dat de beslissing tot het onverkort vellen van de gehele bomenrijen, inzonderheid op de wijze zoals ze tot stand is gekomen, met een onwettigheid behept is en voormelde subjectieve rechten van burgers hierdoor wederrechtelijk worden geschaad; - het volstaat dat ze oordelen dat het niet onwaarschijnlijk is of dat minstens de reële mogelijkheid bestaat dat de bodemrechter zal oordelen dat de verweerster daarbij over voldoende belang en hoedanigheid beschikt om voor deze rechten op te komen, ook al komt geen enkele gebeurlijk in zijn subjectieve rechten getroffen burger zelf of individueel hiervoor in rechte op.
  5. De appelrechters die aldus niet zelf, op basis van het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het geschil, nagaan of een subjectief recht in het geding is, maar zich ertoe beperken te oordelen dat het niet onwaarschijnlijk is of dat minstens de reële mogelijkheid bestaat dat de bodemrechter zal oordelen dat de burgers over subjectieve rechten beschikken, verantwoorden niet naar recht hun beslissing dat zij als kortgedingrechter rechtsmacht hebben in de zin van artikel 144 Grondwet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, en in openbare rechtszitting van 16 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240516.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.