← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240521.2N.8 Rolnummer: P.24.0299.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-05-23 Raadplegingen: 727 - laatst gezien 2026-06-15 07:05 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 Wanneer op geloofwaardige wijze aangevoerd wordt dat is getracht de memorie binnen de wettelijke termijn in te dienen, maar dat de griffie door een bomalarm niet toegankelijk was, is die memorie, hoewel laattijdig, ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De artikelen 418 en 420, tweede lid, Strafwetboek bestraffen onder meer het toebrengen van een slag of meerdere slagen door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg en een slag in de zin van deze bepalingen is een schok als gevolg van het contact tussen het lichaam van de dader of een door hem gebruikt voorwerp en het lichaam van het slachtoffer, die een bepaalde pijn veroorzaakt zonder dat er noodzakelijk een letsel moet zijn; indien er geen contact is tussen het lichaam van de dader of tussen het door hem gebruikt voorwerp en het lichaam van het slachtoffer is er geen slag in de zin van deze bepalingen, ook al komt het slachtoffer door een gedraging van de dader ten val

(1).
(1)J. DE HERDT, “Fysiek interpersoonlijk geweld, Een onderzoek naar de accuraatheid en de coherentie van de strafrechtelijke kwalificaties aangewend als reactie op fysiek interpersoonlijk geweld”, Intersentia, 2014, pp. 125-128; F. DERUYCK en A. DE NAUW, “Inleiding tot het bijzonder strafrecht”, Wolters Kluwer, 2019, nr. 325, p. 272; vgl. Cass. 7 februari 2017, AR P.15.1096.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170207.3, AC 2017, nr. 89; Cass. 3 december 2014, AR P.13.1976.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141203.6, AC 2014, nr.
  1. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - ONOPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN ONOPZETTELIJK DODEN Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 418 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 420, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0299.N R. C. D. S. M., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Louis Carlier, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9030 Gent (Mariakerke), Durmstraat 29, waar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 2 februari
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  3. De memorie van de eiseres is ontvangen ter griffie op woensdag 17 april 2023, dit is buiten de in artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn van twee maanden die aanvangt met het afleggen van de verklaring van cassatieberoep op 16 februari 2024 en die een einde nam op dinsdag 16 april
  4. Voor de eiseres wordt op geloofwaardige wijze aangevoerd dat is getracht op dinsdag 16 april 2024 de memorie in te dienen, maar dat de griffie door een bomalarm niet toegankelijk was. De door de eiseres op 17 april 2024 ingediende memorie is dan ook ontvankelijk. Middel
  5. Het middel voert schending aan van de artikelen 418 en 420 Strafwetboek: het bestreden vonnis neemt ten onrechte aan dat de eiseres een slag heeft toegebracht in de zin van deze bepalingen; een slag in die zin is een schok die resulteert uit de beweging van een lichaam dat een ander lichaam raakt en die een bepaalde pijn veroorzaakt; de aanraking met de grond kan een verwonding tot gevolg hebben, maar die aanraking zelf kan geen slag zijn in de zin van die bepalingen.
  6. De artikelen 418 en 420, tweede lid, Strafwetboek bestraffen onder meer het toebrengen van een slag of meerdere slagen door een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg.
  7. Een slag in de zin van deze bepalingen is een schok als gevolg van het contact tussen het lichaam van de dader of een door hem gebruikt voorwerp en het lichaam van het slachtoffer, die een bepaalde pijn veroorzaakt zonder dat er noodzakelijk een letsel moet zijn.
  8. Indien er geen contact is tussen het lichaam van de dader of tussen het door hem gebruikt voorwerp en het lichaam van het slachtoffer is er geen slag in de zin van deze bepalingen, ook al komt het slachtoffer door een gedraging van de dader ten val.
  9. Het bestreden vonnis stelt vast dat het slachtoffer ingevolge het gedrag van de eiseres is uitgeweken naar rechts en daarbij ten val kwam op haar buik, zonder dat zij verwond werd. De appelrechters die in die omstandigheden oordelen dat de eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan het onder de telastlegging D omschreven feit van het onopzettelijk toebrengen van verwondingen of slagen bij een verkeersongeval schenden de artikelen 418 en 420, tweede lid, Strafwetboek. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing om de eiseres schuldig te verklaren aan het feit omschreven onder de telastlegging D leidt tot de vernietiging van de beslissing om de eiseres schuldig te verklaren aan het onder de telastlegging A heromschreven feit van vluchtmisdrijf in de zin van artikel 33, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen, alsook tot de vernietiging van de aan de eiseres opgelegde straffen en haar veroordeling tot betaling van twee bijdragen aan het Slachtofferfonds, die er een gevolg van zijn. Het laat de beslissingen betreffende de ontvankelijkheid van de hogere beroepen, de bepaling van de saisine van het appelgerecht, de schuldigverklaring van de eiseres aan de feiten omschreven onder de telastleggingen B en C en haar veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en de vaste vergoeding onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  11. De substantiële en op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres schuldig verklaart aan de feiten omschreven onder de telastlegging A en D, haar veroordeelt tot straffen en maatregelen en haar veroordeelt tot betaling van tweemaal een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot de helft van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 142,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 21 mei 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240521.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141203.6 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170207.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.