id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.2 Rolnummer: P.24.0579.N Zaak: D. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-06-03 Raadplegingen: 543 - laatst gezien 2026-06-15 07:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240528.2N.2 Fiches 1 - 2 In zoverre het middel van een ouder miskenning aanvoert van de rechten van de minderjarige wegens het niet-respecteren van de hoorplicht, heeft de eiser als ouder en onderscheiden procespartij in een procedure van gerechtelijke hulpverlening geen hoedanigheid om daartegen op te komen, en is het middel niet-ontvankelijk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Als uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan niet blijkt dat de ouder voor de appelrechter heeft aangevoerd dat het niet-respecteren van de hoorplicht van de minderjarige zijn rechten heeft miskend, kan hij dit niet voor het eerst voor het Hof doen, en is zijn middel over zijn rechten middel nieuw en niet- ontvankelijk
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Nieuw middel Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming - 08-04-1965 - Art. 52ter - 03 ELI link Pub nr 1965040806 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0579.N B. D. C., vader van de minderjarige, eiser, met als raadsman mr. Laurent Van De Keere, advocaat bij de balie Gent, mede in zake
- N. D. C., minderjarige,
- S. B., moeder van de minderjarige. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, van 11 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Op 22 mei 2024 heeft advocaat-generaal Bart De Smet een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 28 mei 2024 heeft raadsheer Eric Van Dooren verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 63ter Jeugdbeschermingswet: met de bevestiging van de beroepen beschikking beveelt de appelrechter ten aanzien van de minderjarige een maatregel zonder dat deze persoonlijk werd gehoord; aangezien de minderjarige de scharnierleeftijd van twaalf jaar heeft bereikt en de appelrechter desbetreffend geen wettelijke uitzonderingsgrond heeft vastgesteld, kon de maatregel niet worden bevolen dan nadat de minderjarige persoonlijk werd gehoord; het arrest dat enkel vaststelt dat de minderjarige op de rechtszitting werd vertegenwoordigd door een advocaat, is bijgevolg niet naar recht verantwoord en niet regelmatig met redenen omkleed.
- In zoverre het middel miskenning aanvoert van de rechten van de minderjarige wegens het niet-respecteren van de hoorplicht, heeft de eiser als ouder en onderscheiden procespartij in een procedure van gerechtelijke hulpverlening geen hoedanigheid om daartegen op te komen. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- Voor het overige blijkt uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, niet dat de eiser voor de appelrechter heeft aangevoerd dat het niet-respecteren van de hoorplicht van de minderjarige zijn rechten heeft miskend. Hij kan dit niet voor het eerst voor het Hof doen. In zoverre is het middel nieuw en evenmin ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240528.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div