id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.4 Rolnummer: P.24.0517.N Zaak: H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2024-06-03 Raadplegingen: 906 - laatst gezien 2026-06-19 00:49 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening van de overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, is verenigbaar met artikel 6.2 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, indien dat vermoeden weerlegbaar is
(1).
(1)Cass. 10 april 2024, AR P.23.1662.F ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240410.2F.11, AC 2024, nr. 294; Cass. 27 september 2023, AR P.23.0844.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230927.2F.9, AC 2023, nr. 602, VAV 2024, 42; Cass. 2 november 2022, AR P.22.0943.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221102.2F.8, AC 2022, nr. 694; Cass. 12 december 2017, AR P.17.0888.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171212.5, AC 2017, nr. 709, T. Strafr. 2018, 128 noot S. STALLAERT; GwH 21 maart 2000, arrest 27/2000; GwH 19 december 2013, arrest 178/2013, B.7, www.const-court.be; EHRM 7 oktober 1988, nr. 10519/83, Salabiaku t/Frankrijk, § 29-30, www.echr.coe.int; A. BLOCH, “Hoe weerlegbaar is het vermoeden van artikel 67bis Wegverkeerswet? Komt het recht op een eerlijk proces in het gedrang?”, T. Strafr. 2020, 91-97; C. DE ROY, “Enkele beschouwingen bij de draagwijdte en het tegenbewijs van artikel 67bis WPW”, RABG 2022, 1350-1352. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.2 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6.2 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 3 - 5 Uit de artikelen 62, eerste tot en met het vierde lid en het achtste lid, Wegverkeerswet volgt dat bij afwezigheid van een tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding aan de overtreder dit proces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde verliest; de erin vervatte vaststellingen blijven evenwel gelden als eenvoudige inlichtingen, waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt
(1); de verplichting het proces-verbaal van overtreding tijdig toe te zenden aan de overtreder heeft tot doel deze in staat te stellen het tegenbewijs te leveren van de vaststellingen die een bijzondere bewijswaarde hebben.
(1)Cass. 10 april 2024, AR P.23.1662.F ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240410.2F.11, AC 2024, nr. 294; Cass. 27 september 2023, AR P.23.0844.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230927.2F.9, AC 2023, nr. 602, VAV 2024, 42. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste, tweede derde, vierde en achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste, tweede derde, vierde en achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62, eerste, tweede derde, vierde en achtste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 6 - 7 Het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening van de overtreding aan de kentekenplaathouder van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan, kan tegen hem niet kan worden ingeroepen indien het proces-verbaal van overtreding hem niet tijdig werd toegezonden; het verlies van de bijzondere bewijswaarde die vaststellingen hebben op grond van artikel 62 Wegverkeerswet wegens het niet-tijdig toezenden van het proces-verbaal van overtreding en de daardoor ontstane moeilijkheid voor de kentekenplaathouder om het tegenbewijs voor die vaststellingen te leveren, heeft noodzakelijk tot gevolg dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde weerlegbaar vermoeden van toerekening van die overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan verdwijnt, aangezien ingevolge de niet-tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding de weerlegging van dit vermoeden evenzeer wordt bemoeilijkt
(1); de omstandigheden dat artikel 67bis Wegverkeerswet het daarin bepaalde vermoeden van toerekenbaarheid niet uitdrukkelijk afhankelijk maakt van de tijdige toezending van een afschrift van het proces-verbaal van overtreding aan de kentekenplaathouder, dat de termijn waarbinnen een afschrift van het proces-verbaal van overtreding aan de kentekenplaathouder moet worden toegezonden slechts beperkt is overschreden en dat het vermoeden van toerekenbaarheid van daderschap kan worden weerlegd met elk middel, laten niet toe anders te oordelen.
(1)Cass. 27 september 2023, AR P.23.0844.F ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230927.2F.9, AC 2023, nr. 602, VAV 2024, 42; Cass. 2 november 2022, P.22.0943.F ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221102.2F.8, AC 2023, nr. 694; Cass. 12 december 2017, P.17.0888.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171212.5, AC 2017, nr. 709; Corr. Brussel (Fr.) 2 november 2023, VAV 2024, 67; S. STALLAERT, “Artikel 67bis Wegverkeerswet: naar een kentekenaansprakelijkheid in het wegverkeer”, T. Strafr. 2018, 130-133; Y. REGIMONT, “L'identification du conducteur en infraction: les articles 67bis et 67ter de la loi du 16 mars 1968 relative à la police de la circulation routière”, in Le droit pénal de la circulation routière en 2020: questions choisies (ed. L. KENNES), Larcier, 2020, 63-
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67bis Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Wettelijke bepalingen: Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 62 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 67bis - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0517.N A. M.-P. D. P. G. H., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Limburg, afdeling Tongeren, van 21 februari 2024 (nr. 184/2024). De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiseres tegen het beroepen vonnis ontvankelijk, het bevestigt de beslissing waarbij het beroep van de eiseres tegen het bevel tot betaling ontvankelijk werd verklaard en het oordeelt dat het appelgerecht saisine heeft over zowel de schuld als de straf. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 67bis Wegverkeerswet: het bestreden vonnis past het in die bepaling vastgelegde vermoeden van daderschap toe op de eiseres als kentekenplaathoudster, terwijl blijkt dat niet is voldaan aan de toepassingsvoorwaarde dat een afschrift van het proces-verbaal van overtreding binnen de veertien dagen na de overtreding aan de kentekenplaathoudster is toegestuurd.
- Artikel 67bis Wegverkeerswet bepaalt dat wanneer een overtreding van de Wegverkeerswet of de uitvoeringsbesluiten ervan werd begaan met een motorvoertuig ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon en de bestuurder bij de vaststelling van de overtreding niet werd geïdentificeerd, wordt vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig, met dien verstande dat dit vermoeden van toerekening kan worden weerlegd met elk middel.
- Het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening van de overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan, is verenigbaar met artikel 6.2 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, indien dat vermoeden weerlegbaar is.
- Artikel 62, eerste tot en met vierde lid, Wegverkeerswet bepaalt in welke gevallen processen-verbaal betreffende overtredingen van de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan bewijswaarde hebben tot bewijs van het tegendeel.
- Artikel 62, achtste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat een afschrift van het proces-verbaal van overtreding binnen een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de misdrijven, aan de overtreder wordt toegezonden.
- Bij afwezigheid van een tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding aan de overtreder verliest dit proces-verbaal zijn bijzondere bewijswaarde. De erin vervatte vaststellingen blijven evenwel gelden als eenvoudige inlichtingen, waarvan de rechter de bewijswaarde onaantastbaar beoordeelt.
- De verplichting het proces-verbaal van overtreding tijdig toe te zenden aan de overtreder heeft tot doel deze in staat te stellen het tegenbewijs te leveren van de vaststellingen die een bijzondere bewijswaarde hebben.
- Uit het voorgaande volgt dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingevoerde vermoeden van toerekening van de overtreding aan de kentekenplaathouder van het motorvoertuig waarmee de overtreding is begaan, tegen hem niet kan worden ingeroepen indien het proces-verbaal van overtreding hem niet tijdig werd toegezonden.
- Het verlies van de bijzondere bewijswaarde die vaststellingen hebben op grond van artikel 62 Wegverkeerswet wegens het niet-tijdig toezenden van het proces-verbaal van overtreding en de daardoor ontstane moeilijkheid voor de kentekenplaathouder om het tegenbewijs voor die vaststellingen te leveren, heeft noodzakelijk tot gevolg dat het door artikel 67bis Wegverkeerswet ingestelde weerlegbaar vermoeden van toerekening van die overtreding aan de kentekenplaathouder van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan verdwijnt, aangezien ingevolge de niet-tijdige toezending van het proces-verbaal van overtreding de weerlegging van dit vermoeden evenzeer wordt bemoeilijkt.
- De omstandigheden dat artikel 67bis Wegverkeerswet het daarin bepaalde vermoeden van toerekenbaarheid niet uitdrukkelijk afhankelijk maakt van de tijdige toezending van een afschrift van het proces-verbaal van overtreding aan de kentekenplaathouder, dat de termijn waarbinnen een afschrift van het proces-verbaal van overtreding aan de kentekenplaathouder moet worden toegezonden slechts beperkt is overschreden en dat het vermoeden van toerekenbaarheid van daderschap kan worden weerlegd met elk middel, laten niet toe anders te oordelen.
- Het bestreden vonnis dat niettegenstaande de vaststelling dat een afschrift van het proces-verbaal van overtreding van de Wegverkeerswet pas op 5 januari 2023 werd toegestuurd aan de eiseres als kentekenplaathoudster van het motorvoertuig waarmee op 6 december 2022 de overtreding werd begaan, oordeelt dat de overtreding op grond van artikel 67bis Wegverkeerswet aan de eiseres wordt toegerekend, schendt artikel 67bis Wegverkeerswet. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt over de schuld van de eiseres en de haar opgelegde bestraffing. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 135,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 28 mei 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240528.2N.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240925.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171212.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221102.2F.8 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230927.2F.9 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240410.2F.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.15 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250923.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div