id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 mei 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:A
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Vrije woorden: Fiscaal dossier houdende stukken vreemd aan de tegen de belastingplichtige gerichte fiscale vervolging - Inzagerecht van de belastingplichtige - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiche 3 In geval de belastingplichtige van oordeel is dat de toegang tot de stukken of gedeelten van die stukken van het fiscaal dossier die vreemd zijn aan de tegen de belastingplichtige gerichte fiscale vervolging noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn rechten en hij die aanvoering ook enigszins aannemelijk maakt, staat het aan de rechter in de fiscale procedure om daarover te oordelen, zo nodig de overlegging van die stukken of gedeelten van stukken te bevelen en desnoods een miskenning van de rechten van de belastingplichtige te sanctioneren
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BELASTINGZAKEN Vrije woorden: Fiscaal dossier houdende stukken vreemd aan de tegen de belastingplichtige gerichte fiscale vervolging - Vraag tot inzage door de belastingplichtige - Taak van de fiscale rechter Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950,
Art. 6
.1 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Annotaties Publicaties: Fisc.Act.-Fiscale actualiteit: wekelijkse nieuwsbrief - 2024, nr. 35, p. 8-
- - HERMANS, Naomi; Noot'Hof van Cassatie vult openbaarheid van bestuur eng in' Tekst van de beslissing Nr. F.22.0031.N D.D.W., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Gent van 19 oktober
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 14 december 2023 een schriftelijke conclusie neergelegd. De eerste voorzitter heeft bij beschikking van 12 maart 2024 beslist dat de zaak wordt behandeld in voltallige zitting. Raadsheer Myriam Ghyselen heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (…) Tweede onderdeel
- Het Handvest Grondrechten EU is enkel van toepassing wanneer de lidstaten het Unierecht ten uitvoer brengen en niet binnen een strikt nationale context die buiten die tenuitvoerlegging valt, wat in de regel het geval is inzake de inkomstenbelastingen. Artikel 374 WIB92, in zijn huidige versie, waarnaar het onderdeel bij gebrek aan nadere bepaling verwijst, houdt geen verband met de verplichting tot mededeling van het administratief dossier tijdens de administratieve dan wel de gerechtelijke procedure. Er bestaan geen algemene rechtsbeginselen van wapengelijkheid of van recht op woord en wederwoord die zich van de algemene rechtsbeginselen met betrekking tot de eerbiediging van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces onderscheiden.
- In zoverre het onderdeel steunt op de schending van de artikelen 47, 48 en 52 van het voormelde Handvest en op de miskenning van de voormelde vermeende algemene rechtsbeginselen, is het niet ontvankelijk.
- In een fiscale procedure die aanleiding geeft of kan geven tot een administratieve geldboete of een belastingverhoging met het karakter van een straf als bedoeld door artikel 6.1 EVRM dienen vanaf het ogenblik dat de belastingplichtige het voorwerp uitmaakt van een vervolging in de zin van die verdragsbepaling, de daarin opgenomen waarborgen te worden nageleefd.
- Het beginsel van de wapengelijkheid zoals vervat in het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces en in het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging vereist dat in een dergelijke procedure de belastingplichtige in de regel toegang heeft tot alle gegevens behorend tot het fiscale dossier van de administratie, met inbegrip van de stukken die de administratie heeft verkregen door inzage van een strafdossier na machtiging van de bevoegde gerechtelijke overheid. De administratie kan evenwel de toegang weigeren tot die stukken of gedeelten van die stukken omdat die stukken of gedeelten van die stukken vreemd zijn aan de tegen de belastingplichtige gerichte fiscale vervolging. In dat geval vereisen het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de belastingplichtige immers niet dat hij toegang ertoe heeft.
- In geval de belastingplichtige niettemin van oordeel is dat de toegang tot die stukken of gedeelten van die stukken noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn rechten en hij die aanvoering ook enigszins aannemelijk maakt, staat het aan de rechter in de fiscale procedure om daarover te oordelen, zo nodig de overlegging van die stukken of gedeelten van die stukken te bevelen, en desnoods een miskenning van de rechten van de belastingplichtige te sanctioneren.
- De rechter die oordeelt dat het recht van verdediging niet werd miskend doordat de belastingplichtige geen toegang heeft gekregen tot bepaalde stukken of gedeelten van stukken van het administratief dossier, omdat de belastingplichtige niet aantoont dat een dergelijke toegang voor de uitoefening van zijn rechten noodzakelijk is noch die aanvoering enigszins aannemelijk maakt, is niet verplicht dit te rechtvaardigen op grond van doelstellingen van algemeen belang. In zoverre het onderdeel van het tegendeel uitgaat, faalt het naar recht. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de belastbare grondslag, de belastingverhoging en de kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten voor de eiser op 276,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer in voltallige zitting, samengesteld uit eerste voorzitter Eric de Formanoir, als voorzitter, de sectievoorzitter Christian Storck, en de raadsheren Bart Wylleman, Marie-Claire Ernotte, Ilse Couwenberg, Marielle Moris, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare zitting van 30 mei 2024 uitgesproken door eerste voorzitter Eric de Formanoir, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240530.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240530.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div