id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.10 Rolnummer: P.24.0733.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-06-13 Raadplegingen: 399 - laatst gezien 2026-06-15 07:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 De strafuitvoeringsrechtbank motiveert de herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht regelmatig met redenen met de vaststelling dat minstens één van de in artikel 64 Wet Strafuitvoering bedoelde gronden voor herroeping voorhanden is en door de feitelijke gegevens te vermelden voor die vaststelling; niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank voor die vaststelling de letterlijke bewoordingen van de in artikel 64 Wet Strafuitvoering vermelde gronden overneemt maar de vaststelling kan gebeuren door middel van gelijkaardige bewoordingen of bewoordingen met eenzelfde strekking. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0733.N Y. A., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 3 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM en artikel 14 IVBPR, alsook miskenning van het recht op een eerlijk proces door een onafhankelijke en onpartijdige rechter: met het oordeel “Het komt de strafuitvoeringsrechtbank niet toe om te oordelen over de feiten waarvan [de eiser] momenteel verdacht wordt. Daar zal de bevoegde rechtbank zich later moeten over uitspreken”, neemt de strafuitvoeringsrechtbank aan dat de eiser voor die feiten moet worden vervolgd, terwijl die beslissing niet toekomt aan de strafuitvoeringsrechtbank maar aan het openbaar ministerie.
- Met de door het middel bekritiseerde overweging oordeelt de strafuitvoeringsrechtbank niet dat tegen de eiser vervolging moet worden ingesteld, maar wel dat het haar niet toekomt om zich over de schuld van de eiser aan die feiten uit te spreken en dat ingeval van vervolging die opdracht berust bij de bevoegde rechtbank. Het middel dat berust op een onjuiste lezing van het vonnis, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 64, 2°, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechtbank motiveert de herroeping van het elektronisch toezicht op de vaststelling dat de veroordeelde een gevaar oplevert voor de fysieke en psychische integriteit van derden, terwijl de vermelde bepaling het bestaan van een ernstig gevaar vereist.
- De strafuitvoeringsrechtbank motiveert de herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht regelmatig met redenen met de vaststelling dat minstens één van de in artikel 64 Wet Strafuitvoering bedoelde gronden voor herroeping voorhanden is en door de feitelijke gegevens te vermelden voor die vaststelling.
- Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank voor die vaststelling de letterlijke bewoordingen van de in artikel 64 Wet Strafuitvoering vermelde gronden overneemt. De vaststelling kan gebeuren door middel van gelijkaardige bewoordingen of bewoordingen met eenzelfde strekking.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het vonnis oordeelt dat uit de vaststellingen van de verbalisanten en het bij het proces-verbaal van 1 april 2024 gevoegde fotodossier duidelijk blijkt dat de eiser door zijn gedrag een gevaar uitmaakt voor de fysieke en psychische integriteit en dat het voorliggende reclasseringsplan onvoldoende tegemoet kan komen aan de risico’s op gewelddadige recidive, zelfs indien de begeleiding wordt verruimd. Aldus is de beslissing tot herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht op grond van artikel 64, 2°, Wet Strafuitvoering, namelijk dat de veroordeelde een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden, regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div