← België

L.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.2 Rolnummer: P.24.0274.N Zaak: L. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-06-13 Raadplegingen: 655 - laatst gezien 2026-06-19 00:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Indien een beklaagde ter staving van zijn verzoek om (probatie-)opschorting met verwijzing naar concrete gegevens aanvoert dat een straf nadelig zou zijn voor zijn reclassering en resocialisering, dan moet uit de beslissing een afweging blijken tussen eensdeels de ernst en de aard van de bewezen verklaarde feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde en anderdeels de nadelige effecten van een bestraffing voor zijn reclassering en resocialisering

(1).
(1)Zie Cass. 8 mei 2018, AR P.17.1274.N, AC 2018, nr. 294, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180508.1, NC 2018, 490, noot L. CLAES; Cass. 23 januari 2024, AR P.23.1512.N, T.Strafr. 2024, afl. 2, 110-
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 10 februari 1994 tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 3, vierde lid, tweede zin - 44 Link Justel databank 19640629-44 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Wet 10 februari 1994 tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 3, vierde lid, tweede zin - 44 Link Justel databank 19640629-44 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - GEWONE OPSCHORTING Wettelijke bepalingen: Wet 10 februari 1994 tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 3, vierde lid, tweede zin - 44 Link Justel databank 19640629-44 Thesaurus CAS: VEROORDELING MET UITSTEL EN OPSCHORTING VAN DE VEROORDELING - PROBATIEOPSCHORTING Wettelijke bepalingen: Wet 10 februari 1994 tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie - 29-06-1964 - Art. 3, vierde lid, tweede zin - 44 Link Justel databank 19640629-44 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0274.N J. L., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 30 januari 2024, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 8 november
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 3 Probatiewet en de artikelen 195 en 211 Wetboek van Strafvordering: de weigering om de eiser probatie-opschorting te verlenen is niet naar recht verantwoord; het arrest oordeelt dat geen opschorting kan worden verleend omdat die gunst in onvoldoende mate zou bijdragen tot de bewustwording van de eiser dat de bewezen feiten volstrekt onaanvaardbaar zijn; het laat evenwel na te onderzoeken of een effectieve bestraffing nadelig zou zijn voor eisers reclassering en resocialisering; de eiser had nochtans een aantal feitelijke elementen aangehaald ter staving van zijn verzoek om opschorting.
  4. Krachtens artikel 3, vierde lid, tweede zin, Probatiewet volgt dat de beslissing waarbij de (probatie-)opschorting van de uitspraak van veroordeling wordt geweigerd, met redenen moet zijn omkleed overeenkomstig artikel 195 Wetboek van Strafvordering.
  5. Indien een beklaagde ter staving van zijn verzoek om (probatie-)opschorting met verwijzing naar concrete gegevens aanvoert dat een straf nadelig zou zijn voor zijn reclassering en resocialisering, dan moet uit de beslissing een afweging blijken tussen eensdeels de ernst en de aard van de bewezen verklaarde feiten en de persoonlijkheid van de beklaagde en anderdeels de nadelige effecten van een bestraffing voor zijn reclassering en resocialisering.
  6. De eiser heeft in zijn appelconclusie ter staving van zijn verzoek om (probatie-)opschorting aangevoerd dat een veroordeling een zeer zware impact zou hebben op zijn reclassering en heeft daarbij verwezen naar meerdere concrete elementen betreffende onder meer zijn beroepssituatie.
  7. De appelrechters (arrest, p. 12, derde alinea) wijzen eisers verzoek om (probatie-)opschorting af met een verwijzing naar de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en met het oordeel dat een dergelijke maatregel onvoldoende zou bijdragen tot zijn bewustwording dat deze feiten volstrekt onaanvaardbaar zijn. Zij laten evenwel na de aard en de ernst van deze feiten en de persoonlijkheid van de eiser af te wegen tegen de nadelige effecten van een bestraffing voor zijn reclassering en resocialisering. Aldus is de beslissing om de uitspraak van de veroordeling voor de bewezen verklaarde feiten, desgevallend onder probatievoorwaarden, niet op te schorten niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Tweede middel
  8. Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie
  9. De onwettigheid van de beslissing betreffende de door de eiser gevraagde (probatie-)opschorting van de uitspraak van de veroordeling, leidt tot de vernietiging van de beslissing betreffende de tegen hem uitgesproken straffen en zijn veroordeling tot betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds en tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest zal melding worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180508.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260121.2F.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.