← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.3 Rolnummer: P.24.0340.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-06-13 Raadplegingen: 534 - laatst gezien 2026-06-15 07:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Een inverdenkinggestelde kan bij de behandeling van een tegen hem ingestelde strafvordering op grond van zijn recht van verdediging in beginsel elk stuk in het debat brengen waarvan hij meent dat het nuttig is voor zijn verweer; de loutere omstandigheid dat een medisch verslag, dat door een drager van het beroepsgeheim met betrekking tot een inverdenkinggestelde werd opgesteld, als zodanig niet is bestemd om te worden aangewend in een strafproces, doet dan ook geen afbreuk aan het recht van die inverdenkinggestelde om dat verslag aan te wenden als verweer in een tegen hem ingestelde strafprocedure. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 BEROEPSGEHEIM BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Tekst van de beslissing Nr. P.24.0340.N H. M. P. D., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het arrest verklaart het hoger beroep van de eiser ontvankelijk. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: met het oordeel dat het verslag van de door de eiser aangezochte arts van 23 oktober 2023 uit het debat moet worden geweerd omdat dit verslag gericht is aan de adviserend geneesheer van de mutualiteit en bijgevolg is gedekt door het beroepsgeheim, verantwoorden de appelrechters niet naar recht de beslissing tot internering van de eiser; de omstandigheid dat een medisch attest is gedekt door het beroepsgeheim van de arts die het heeft opgesteld, kan een inverdenkinggestelde op wie dit verslag betrekking heeft, niet beletten om dit als stuk neer te leggen als verweer in een tegen hem ingestelde strafprocedure; door het door de eiser op de rechtszitting van de kamer van inbeschuldigingstelling neergelegde medisch verslag van 23 oktober 2023 uit het debat te weren, miskennen de appelrechters dan ook eisers recht van verdediging.
  4. Een inverdenkinggestelde kan bij de behandeling van een tegen hem ingestelde strafvordering op grond van zijn recht van verdediging in beginsel elk stuk in het debat brengen waarvan hij meent dat het nuttig is voor zijn verweer. De loutere omstandigheid dat een medisch verslag, dat door een drager van het beroepsgeheim met betrekking tot een inverdenkinggestelde werd opgesteld, als zodanig niet is bestemd om te worden aangewend in een strafproces, doet dan ook geen afbreuk aan het recht van die inverdenkinggestelde om dat verslag aan te wenden als verweer in een tegen hem ingestelde strafprocedure. Door anders te oordelen en meer bepaald het in het middel bedoelde medisch verslag van de door de eiser aangezochte arts uit het debat te weren omdat dit verslag gedekt is door het beroepsgeheim en gericht is aan de adviserend geneesheer van de mutualiteit, miskennen de appelrechters eisers recht van verdediging en verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  5. De grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeven bijgevolg geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 440,29 euro, waarvan 197,65 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.