← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.7 Rolnummer: P.24.0724.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-06-13 Raadplegingen: 538 - laatst gezien 2026-06-18 17:20 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 4 Uit artikel 68, § 3, Wet Strafuitvoering dat bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank bij een procedure tot herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit de veroordeelde en zijn raadsman hoort, volgt dat de veroordeelde bij deze procedure recht heeft op de bijstand van een raadsman; hij kan evenwel afstand doen van dit recht maar die afstand moet blijken uit de stukken van de rechtspleging en kan niet worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat de veroordeelde zelf verweer heeft gevoerd

(1).
(1)Cass. 18 april 2018, AR P.18.0318.F, AC 2018, nr. 248, ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180418.
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ADVOCAAT Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68, § 3 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0724.N K. S., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 3 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 68, § 3, Wet Strafuitvoering, alsook miskenning van het recht van verdediging: de strafuitvoeringsrechtbank heeft uitspraak gedaan zonder dat de eiser werd bijgestaan door zijn raadsman; de eiser heeft nochtans recht op bijstand van zijn raadsman; afstand is mogelijk, maar dan moet dat blijken uit de stukken van de procedure en dat is niet het geval; bijgevolg is eisers recht van verdediging miskend.
  4. Artikel 68, § 3, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank bij een procedure tot herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit de veroordeelde en zijn raadsman hoort.
  5. Daaruit volgt dat de veroordeelde bij deze procedure recht heeft op de bijstand van een raadsman. Hij kan evenwel afstand doen van dit recht.
  6. Die afstand moet blijken uit de stukken van de rechtspleging en kan niet worden afgeleid uit de enkele omstandigheid dat de veroordeelde zelf verweer heeft gevoerd.
  7. Uit het proces-verbaal van de rechtszitting van de strafuitvoeringsrechtbank van 30 april 2024 noch uit enig ander stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser bij de behandeling van de herroepingsvordering op 30 april 2024 afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een raadsman. De strafuitvoeringsrechtbank die uitspraak doet over de herroepingsvordering zonder vast te stellen dat de eiser afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een raadsman, heeft aldus zijn recht van verdediging miskend. Het middel is in zoverre gegrond. Omvang van de cassatie
  8. De onwettigheid van de herroepingsbeslissing leidt tot de vernietiging van de beslissing om aan de eiser de strafuitvoeringsmodaliteit van de beperkte detentie toe te kennen, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Overige grieven
  9. De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180418.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.