id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.9 Rolnummer: P.24.0734.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2024-06-13 Raadplegingen: 412 - laatst gezien 2026-06-15 07:08 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 Uit het enkele feit dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van het voorhanden zijn van een tegenaanwijzing die de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit belet, verwijst naar de feitelijke omstandigheden die hebben geleid tot de herroeping van eenzelfde eerder toegekende strafuitvoeringsmodaliteit en op die grond het bestaan van die tegenaanwijzing vaststelt en het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit afwijst, kan geen gebrek aan subjectieve onpartijdigheid van de strafuitvoeringsrechtbank worden afgeleid. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 4 - 5 De strafuitvoeringsrechtbank motiveert de afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht regelmatig met redenen met de vaststelling dat minstens één van de in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen voorhanden is en door de feitelijke gegevens te vermelden voor die vaststelling; niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank voor de vaststelling van het voorhanden zijn van een tegenaanwijzing de letterlijke bewoordingen van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering gebruikt, maar die vaststelling kan gebeuren door middel van gelijkaardige bewoordingen of bewoordingen met eenzelfde strekking. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0734.N A. A. A. M., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 3 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.2 EVRM en artikel 14 IVBPR, alsook miskenning van het recht op een eerlijk proces door een onafhankelijke en onpartijdige rechter: door bij de verantwoording van de afwijzing van eisers nieuw verzoek om elektronisch toezicht te verwijzen naar een eerder door haar toegekend elektronisch toezicht dat werd herroepen bij vonnis van 22 januari 2022 omdat de eiser zou zijn gevlucht naar Nederland, daar bij zijn partner zou hebben verbleven en zich gedurende 483 dagen aan de strafuitvoering zou hebben onttrokken, volgt een gebrek aan subjectieve of persoonlijke onpartijdigheid van de strafuitvoeringsrechtbank; dit gebrek blijkt uit een persoonlijke vooringenomenheid van de rechter tegenover een procespartij wegens belangenvermenging en vloeit hier voort uit de motivering van het vonnis; de eiser had geen kans op het verkrijgen van elektronisch toezicht.
- Artikel 6.1 EVRM is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechtbanken die zich niet uitspreken over de gegrondheid van een strafvervolging. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- Het middel verduidelijkt niet hoe het vonnis het in artikel 6.2 EVRM vervatte vermoeden van onschuld miskent. In zoverre is het middel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Uit het enkele feit dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van het voorhanden zijn van een tegenaanwijzing die de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit belet, verwijst naar de feitelijke omstandigheden die hebben geleid tot de herroeping van eenzelfde eerder toegekende strafuitvoeringsmodaliteit en op die grond het bestaan van die tegenaanwijzing vaststelt en het verzoek om de strafuitvoeringsmodaliteit afwijst, kan geen gebrek aan subjectieve onpartijdigheid van de strafuitvoeringsrechtbank worden afgeleid. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechtbank verwijst ter staving van de afwijzing van eisers verzoek om elektronisch toezicht naar ontvluchtingsgevaar; dat is evenwel geen in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzing; het vonnis verwijst weliswaar naar “de risico’s met betrekking tot het recidivegevaar”, maar het recidivegevaar is gradueel iets anders dan het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten.
- De strafuitvoeringsrechtbank motiveert de afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht regelmatig met redenen met de vaststelling dat minstens één van de in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzingen voorhanden is en door de feitelijke gegevens te vermelden voor die vaststelling.
- Niet is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank voor de vaststelling van het voorhanden zijn van een tegenaanwijzing de letterlijke bewoordingen van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering gebruikt. Die vaststelling kan gebeuren door middel van gelijkaardige bewoordingen of bewoordingen met eenzelfde strekking.
- Het staat aan de strafuitvoeringsrechtbank onaantastbaar te oordelen of de tegenaanwijzing van het risico op het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten voorhanden is.
- Het Hof gaat wel na of de strafuitvoeringsrechtbank uit haar vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het vonnis stelt vast dat de eiser opnieuw een woonst bij zijn broer voorstelt, hij reeds eerder voor dat adres elektronisch toezicht kreeg maar naar Nederland ontvluchtte vooraleer de enkelband kon worden aangesloten, hij toen in Nederland verbleef bij zijn partner en die partner nog steeds in Nederland woont. Het oordeelt op grond daarvan dat het risico te groot is dat de eiser opnieuw naar Nederland zal vluchten, dat het voorgelegde reclasseringsplan niet veilig is en dat niet kan worden tegemoet gekomen aan de risico’s met betrekking tot het recidivegevaar. Aldus oordeelt het vonnis dat de door artikel 47, § 1, 2°, Wet Strafuitvoering bedoelde tegenaanwijzing van het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten aanwezig is. Op grond van de vermelde vaststelling kan de strafuitvoeringsrechtbank wettig tot dit oordeel komen en beslissen tot de afwijzing van het verzoek om elektronisch toezicht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 4 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240604.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div