id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:
Art. 1476
, § 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1476
, § 2, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 5 Een beding in een samenwoningsovereenkomst dat een sanctie inhoudt voor de samenwonende die de wettelijke samenwoning beëindigt, is strijdig met de openbare orde en bijgevolg nietig; dit is het geval wanneer de ene partij zich ertoe verbindt om aan de andere partij een persoonlijke onderhoudsuitkering te betalen als zij de samenwoning beëindigt en de bedongen onderhoudsuitkering disproportioneel is, rekening houdend met de concrete gegevens van de zaak, zoals de duur van de samenwoning, de organisatie van de samenleving, de inkomsten en mogelijkheden van de partijen en de duur van de onderhoudsplicht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTELIJKE SAMENWONING Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1478
, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1478
, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: OPENBARE ORDE Wettelijke bepalingen: oud
Art. 1478, vierde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.
C.23.0025.N E.B., eiseres, vertegenwoordigd door meester Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen D.D., verweerder, vertegenwoordigd door meester Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 september
- Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft op 6 mei 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Vierde onderdeel Eerste subonderdeel
- Krachtens artikel 1108 Oud Burgerlijk Wetboek is een overeenkomst met een ongeoorloofd voorwerp nietig. Een overeenkomst heeft een ongeoorloofd voorwerp indien zij verplicht tot een prestatie die door een wet van openbare orde verboden is.
- Krachtens artikel 1478, vierde lid, Oud Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing, kunnen samenwonenden hun wettelijke samenwoning naar goeddunken regelen door middel van een overeenkomst, voor zover deze geen beding bevat dat strijdig is met de openbare orde. Krachtens artikel 1476, § 2, tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan elk van beide samenwonenden de wettelijke samenwoning beëindigen door middel van een schriftelijke verklaring voor de ambtenaar van de burgerlijke stand met een aantal nader te bepalen gegevens, waaronder de wil tot beëindiging van de wettelijke samenwoning.
- Het recht van samenwonenden om de wettelijke samenwoning eenzijdig te beëindigen raakt de openbare orde. Een beding in een samenwoningsovereenkomst dat een sanctie inhoudt voor de samenwonende die de wettelijke samenwoning beëindigt, is strijdig met de openbare orde en bijgevolg nietig. Dit is het geval wanneer de ene partij zich ertoe verbindt om aan de andere partij een persoonlijke onderhoudsuitkering te betalen als zij de samenwoning beëindigt en de bedongen onderhoudsuitkering disproportioneel is, rekening houdend met de concrete gegevens van de zaak, zoals de duur van de samenwoning, de organisatie van de samenleving, de inkomsten en mogelijkheden van de partijen en de duur van de onderhoudsplicht.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de samenlevingsovereenkomst van 22 november 2006 bepaalt: “Indien de verbreking van het samenwonen volgt na een lang en duurzaam samenleven, kan de samenlever die geen beroep uitoefende, doch slechts het huishouden deed, aanspraak maken op een rente, maandelijks aan hem uit te betalen, teneinde hem een evenwaardige levensstandaard te bieden. Deze rente dient in onderling overleg te worden vastgesteld en bij gebrek aan akkoord door een neutraal deskundige. Deze rente valt evenzeer weg bij huwelijk of een samenleven met een andere persoon, wat door alle middelen kan bewezen worden”; - dit beding nietig is aangezien het zonder tijdslimiet, behoudens het feit dat de samenleving wegvalt bij huwelijk of samenleving met een andere persoon, voorziet in een maandelijkse rente voor de samenlever teneinde hem een evenwaardige levenstandaard te bieden; - het beding een strafbeding uitmaakt dat de vrijheid om de wettelijke samenwoning te beëindigen, aantast omdat het een buitenproportionele plicht oplegt om zonder beperking in de tijd de levensstandaard van de werkende partner te verzekeren; - dit blijkt uit het gegeven dat de rente slechts begrensd is door het aangaan van een huwelijk of nieuwe samenwoning, wat louter afhankelijk is van de wil van de onderhoudsgerechtigde, en de rente ook onafhankelijk is van de financiële mogelijkheden van de onderhoudsplichtige; - het beding aan de samenlever die tijdens het samenleven niet werkte, een quasi levenslange garantie biedt op het behouden van dezelfde levensstandaard.
- De appelrechter die het beding van de samenwoningsovereenkomst van 22 november 2006 nietig verklaart wegens strijdigheid van het voorwerp ervan met de openbare orde, zonder na te gaan of de bedongen onderhoudsuitkering disproportioneel is, rekening houdend met de concrete gegevens van de zaak, zoals de duur van de samenwoning, de organisatie van de samenleving en de inkomsten en mogelijkheden van de partijen, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het subonderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de vordering van de eiseres tot betaling door de verweerder van een persoonlijke onderhoudsuitkering na de beëindiging van wettelijke samenwoning. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Michael Traest, en in openbare terechtzitting van 6 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240606.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240606.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div