← België

VLAAMS GEWEST contra EMM SOLUTIONS bv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240606.1N.6 Rolnummer: C.23.0414.N Zaak: VLAAMS GEWEST contra EMM SOLUTIONS bv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-03 Raadplegingen: 470 - laatst gezien 2026-06-15 07:18 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Een bedrijf dat zich toelegt op de zelfstandige verhuring van bestelwagens en personenwagens aan particulieren levert geen transportdiensten van personen of goederen, of ondersteuning dienaangaande; dergelijk bedrijf stelt evenmin vervangwagens ter beschikking naar aanleiding van dringende pech- en herstellingsdiensten; de diensten van dergelijk bedrijf vallen bijgevolg niet onder de essentiële diensten zoals bedoeld in artikel 3 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Thesaurus CAS: GEMEENSCHAP EN GEWEST Wettelijke bepalingen: MB 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken - 23-03-2020 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 2020030347 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0414.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de Vlaamse minister van economie, innovatie, werk, sociale economie en landbouw, met kabinet te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II-laan 35 bus 90, eiser, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1060 Brussel, Jourdanstraat 31, waar de eiser woonplaats kiest, tegen EMM SOLUTIONS bv, met zetel te 2800 Mechelen, Schaliënhoevedreef 20/T, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0673.614.025, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 6 maart

  1. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Stijn Ravyse heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2020 tot toekenning van steun aan ondernemingen die verplicht moeten sluiten ten gevolge van de maatregelen genomen door de Nationale Veiligheidsraad vanaf 12 maart 2020 inzake het coronavirus kent een forfaitaire subsidie van 4.000 euro en vanaf 6 april 2020 een bijkomende sluitingspremie van 160 euro per sluitingsdag toe aan “ondernemingen die verplicht gesloten zijn ten gevolge van de coronavirusmaatregelen, en waarbij hun locatie gesloten is”.
  3. Krachtens artikel 3 van het ministerieel besluit van 23 maart 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zijn bedrijven van de “cruciale sectoren” en de “essentiële diensten” niet gehouden tot sluiting en hebben zij enkel de verplichting om, in de mate van het mogelijke, het systeem van telethuiswerk en de regels van social distancing toe te passen.
  4. In de bijlage van cruciale sectoren en essentiële diensten, gevoegd bij voormeld ministerieel besluit, worden als essentiële diensten aangemerkt: - “de taxidiensten, de diensten van het openbaar vervoer, het spoorvervoer van personen en goederen, andere vervoersmodi van personen en goederen en logistiek, en de essentiële diensten ter ondersteuning van deze transportmodi”; - “de dringende pech- en herstellingsdiensten en naverkoopdiensten voor voertuigen (inclusief fietsen), alsook het ter beschikking stellen van vervangwagens”.
  5. Een bedrijf dat zich toelegt op de zelfstandige verhuring van bestelwagens en personenwagens aan particulieren levert geen transportdiensten van personen of goederen, of ondersteuning dienaangaande. Dergelijk bedrijf stelt evenmin vervangwagens ter beschikking naar aanleiding van dringende pech- en herstellingsdiensten. De diensten van dergelijk bedrijf vallen bijgevolg niet onder de in voormelde omschrijving bedoelde essentiële diensten. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 573,75 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 6 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Stijn Ravyse, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240606.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.