id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21 Rolnummer: P.23.1538.N Zaak: E.E.G. SLACHTHUIS VERBIST IZEGEM c. Animal Rights vzw Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht - Bestuursrecht - Strafrecht - Burgerlijk recht - Unierecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2024-06-20 Raadplegingen: 1521 - laatst gezien 2026-06-18 21:03 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240611.2N.21 Fiches 1 - 2 Artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk wetboek vereist dat de persoon die een burgerlijke rechtsvordering instelt een eigen belang heeft, dit wil zeggen een persoonlijk en rechtstreeks belang; een rechtspersoon heeft slechts een eigen belang tot het vorderen van een vergoeding voor schade die bestaat in hetzij materiële schade door de aantasting van zijn vermogen, hetzij morele schade door de aantasting van zijn goede naam of reputatie; aldus verkrijgt een rechtspersoon, behoudens wanneer een verdrag of een wet het specifiek anders bepaalt, geen eigen belang door het enkele feit dat een misdrijf schade toebrengt aan een collectief belang waarvan hij volgens zijn statuten de vrijwaring of de bevordering nastreeft
(1). () Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 63 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 8 Uit de artikelen 2.4, 3.4 en 9.3 van het verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (hierna Verdrag van Aarhus) volgt dat artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek derwijze dient te worden uitgelegd dat aan verenigingen die de bevordering van de milieubescherming tot doel hebben, de toegang tot de rechter is verzekerd met het oog op de betwisting van het handelen en het nalaten van privépersonen en overheidsinstanties die strijdig zijn met bepalingen van het nationale recht betreffende het milieu, voor zover die verenigingen daartoe voldoen aan de in het nationale recht neergelegde criteria, zodat een verdragsconforme uitlegging van artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek vereist dat dergelijke verenigingen, in het kader van het instellen van burgerlijke rechtsvorderingen tot bevordering van de milieubescherming, moeten worden geacht het vereiste eigen belang te hebben; de bevordering of de vrijwaring van het dierenwelzijn is echter geen milieu-aangelegenheid zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: MILIEURECHT Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 2.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 3.4 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Verdrag 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden - 25-06-1998 - Art. 9.3 - 58 Link Justel databank 19980625-58 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 9 - 14 Artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 137 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, vereist dat de rechtsvordering van de rechtspersoon, in zoverre die rechtspersoon voldoet aan de voor het overige gestelde voorwaarden, de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden; de bescherming van het dierenwelzijn is erkend in internationale instrumenten die België binden, evenwel zonder dat die instrumenten aan België de verplichting opleggen om de toegang tot de rechter te verzekeren aan verenigingen die zich het dierenwelzijn of bepaalde aspecten daarvan tot maatschappelijk doel hebben gesteld, met het oog op de betwisting van gedragingen die strijdig zijn met bepalingen betreffende het dierenwelzijn; evenmin is het bevorderen of vrijwaren van het dierenwelzijn een doelstelling die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of van fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: INTERNATIONALE VERDRAGEN Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Algemeen Wettelijke bepalingen: Verdrag van Lissabon tot wijziging van het verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en Slotakte, gedaan te Lissabon op 13 december 2007 - 13-12-2007 - Art. 13 - 56 Link Justel databank 20071213-56 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 15 - 19 In de huidige stand van de wetgeving kan noch uit artikel 7bis Grondwet noch uit enige andere bepaling of enig algemeen rechtsbeginsel worden afgeleid dat artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een recht op toegang tot de rechter verschaft aan verenigingen die het dierenwelzijn als maatschappelijk doel hebben, met het oog op de betwisting van gedragingen die strijdig zijn met bepalingen betreffende het dierenwelzijn; het arrest dat oordeelt dat de verweerster beschikt over het vereiste belang om een ontvankelijke burgerlijke rechtsvordering tegen de eisers in te stellen op grond van het enkele feit dat de verweerster volgens haar maatschappelijk doel het dierenwelzijn benaarstigt, verantwoordt deze beslissing, bij afwezigheid van wettelijke grondslag daarvoor, niet naar recht
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 7bis - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 7bis - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: DIEREN Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 7bis - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 7 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 7bis - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: VERENIGING ZONDER WINSTOOGMERK Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 7bis - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: NJW-Nieuw juridisch weekblad - 2024, nr. 508, p. 777-
- - HERBOTS, Patrick; DRIESSEN, Miet; Noot'Het lot van dieren ligt in handen van het Europees Hof van Justitie' Juristenkrant-De Juristenkrant - 2024, nr. 493, p.
- - THIRIAR, Pierre; Noot'Geen rechtsvordering voor dierenwelzijn?' Juristenkrant-De Juristenkrant - 2025, nr. 503, p.
- - LENAERTS, Lieven; Noot'Dierenwelzijn, milieurecht en Aarhus: snijdt Cassatie de bocht niet te kort af?' Tekst van de beslissing Nr. P.23.1538.N
- E.E.G. S. V. I. nv, beklaagde,
- L. M. C. V., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Joost Huysmans, advocaat bij de balie Antwerpen, tegen ANIMAL RIGHTS vzw, met zetel te 9051 Gent, Derbystraat 47 bus B, burgerlijke partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 20 oktober
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Op 14 mei 2024 heeft advocaat-generaal Dirk Schoeters een schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 4 juni 2024 heeft raadsheer Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek: met de redenen waarmee het arrest de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster ontvankelijk verklaart, stelt het weliswaar vast dat de verweerster een collectief belang nastreeft dat te onderscheiden is van het algemeen belang en dat onder meer bestaat in het opkomen voor in gevangenschap levende dieren en het opkomen voor de bescherming van dieren tegen menselijke wreedheid, mishandeling en misbruik, maar laat het na vast te stellen dat dit maatschappelijk doel gericht is op de bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en de internationale rechtsinstrumenten die België binden; de verwijzing naar het Protocol nr. 33 betreffende de bescherming van het welzijn van dieren bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap kan daarbij niet gelden als vaststelling in rechte dat dierenwelzijn voorkomt in een internationaal rechtsinstrument dat België bindt.
- Artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt: “De rechtsvordering kan niet worden toegelaten, indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen.”
- Die bepaling vereist dat de persoon die een burgerlijke rechtsvordering instelt een eigen belang heeft, dit wil zeggen een persoonlijk en rechtstreeks belang.
- Een rechtspersoon heeft slechts een eigen belang tot het vorderen van een vergoeding voor schade die bestaat in hetzij materiële schade door de aantasting van zijn vermogen, hetzij morele schade door de aantasting van zijn goede naam of reputatie. Aldus verkrijgt een rechtspersoon, behoudens wanneer een verdrag of een wet het specifiek anders bepaalt, geen eigen belang door het enkele feit dat een misdrijf schade toebrengt aan een collectief belang waarvan hij volgens zijn statuten de vrijwaring of de bevordering nastreeft.
- Uit de artikelen 2.4, 3.4 en 9.3 van het verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (hierna Verdrag van Aarhus) volgt dat artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek derwijze dient te worden uitgelegd dat aan verenigingen die de bevordering van de milieubescherming tot doel hebben, de toegang tot de rechter is verzekerd met het oog op de betwisting van het handelen en het nalaten van privépersonen en overheidsinstanties die strijdig zijn met bepalingen van het nationale recht betreffende het milieu, voor zover die verenigingen daartoe voldoen aan de in het nationale recht neergelegde criteria. Bijgevolg vereist een verdragsconforme uitlegging van artikel 17, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek dat dergelijke verenigingen, in het kader van het instellen van burgerlijke rechtsvorderingen tot bevordering van de milieubescherming, moeten worden geacht het vereiste eigen belang te hebben.
- De bevordering of de vrijwaring van het dierenwelzijn is echter geen milieu-aangelegenheid zoals bedoeld in het Verdrag van Aarhus.
- Artikel 17, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals ingevoegd bij artikel 137 van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie, bepaalt: “De rechtsvordering van een rechtspersoon, die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, is eveneens ontvankelijk onder de volgende voorwaarden: 1° het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is van bijzondere aard, onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang; 2° de rechtspersoon streeft op duurzame en effectieve wijze dit maatschappelijk doel na; 3° de rechtspersoon treedt op in rechte in het kader van dat maatschappelijk doel, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel; 4° de rechtspersoon streeft met zijn rechtsvordering louter een collectief belang na.” Die bepaling vereist dat de rechtsvordering van de rechtspersoon, in zoverre die rechtspersoon voldoet aan de voor het overige gestelde voorwaarden, de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden.
- Artikel 13 VWEU bepaalt: “Bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Unie op het gebied van landbouw, visserij, vervoer, interne markt en onderzoek, technologische ontwikkeling en de ruimte, houden de Unie en de lidstaten ten volle rekening met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren als wezens met gevoel, onder eerbiediging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken van de lidstaten met betrekking tot met name godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed.”
- De Verordening (EG) nr. 1099/2009 van de Raad van 24 september 2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden overweegt in de Preambule onder meer: “
(4)Dierenwelzijn is een van de waarden van de Gemeenschap en is vastgelegd in het Protocol nr. 33 betreffende de bescherming en het welzijn van dieren („Protocol nr. 33”) dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. De bescherming van dieren bij het slachten of doden is een publieke zaak, die de houding van consumenten tegenover landbouwproducten beïnvloedt. Daarnaast leidt een verbetering van de bescherming van dieren bij het slachten tot een betere vleeskwaliteit en indirect ook tot veiligere arbeidsomstandigheden in slachthuizen.”
- Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 17 december 2020 in de zaak C 336/19, de arresten van het Grondwettelijk Hof nr. 117/2021 en 118/2021 van 30 september 2021 en nr. 114/23 van 20 juli 2023 en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 13 februari 2024 inzake de verzoeken nr. 16760/22 en andere, blijkt dat de bescherming van het dierenwelzijn een door de Europese Unie erkende doelstelling van algemeen belang is, alsook een ethische waarde in de zin van de artikelen 9.2 en 10.2 EVRM, waaraan in de hedendaagse democratische samenlevingen steeds meer belang wordt gehecht en waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van beperkingen op rechten en vrijheden van de mens.
- Hieruit volgt dat de bescherming van het dierenwelzijn is erkend in internationale instrumenten die België binden, evenwel zonder dat die instrumenten aan België de verplichting opleggen om de toegang tot de rechter te verzekeren aan verenigingen die zich het dierenwelzijn of bepaalde aspecten daarvan tot maatschappelijk doel hebben gesteld, met het oog op de betwisting van gedragingen die strijdig zijn met bepalingen betreffende het dierenwelzijn.
- Artikel 7bis Grondwet, na de herziening ervan op 15 mei 2024 om een lid toe te voegen dat het dierenwelzijn regelt, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 24 mei 2024, bepaalt in zijn tweede lid: “Bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten naar bescherming van en zorg voor dieren als wezens met gevoel.”
- Die bepaling verwoordt overeenkomstig haar ontstaansgeschiedenis een algemene beleidsdoelstelling. Zij is niet bedoeld om als dusdanig afdwingbare subjectieve rechten in het leven te roepen, maar wel om te dienen als richtlijn voor de overheid en als eventuele leidraad bij de rechterlijke uitlegging van regelgeving. Evenwel kan in de huidige stand van de wetgeving noch uit die bepaling noch uit enige andere bepaling of enig algemeen rechtsbeginsel worden afgeleid dat artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een recht op toegang tot de rechter verschaft aan verenigingen die het dierenwelzijn als maatschappelijk doel hebben, met het oog op de betwisting van gedragingen die strijdig zijn met bepalingen betreffende het dierenwelzijn.
- Ten slotte is het bevorderen of vrijwaren van het dierenwelzijn als dusdanig geen doelstelling die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of van fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet.
- Het arrest (p. 15) oordeelt: “Een vereniging kan als een procesbekwame partij een burgerrechtelijke vordering instellen voor de strafrechter, wanneer zij namens de groep een collectief belang nastreeft in overeenstemming met haar statutaire doelstellingen. Deze doelstellingen zijn te onderscheiden van het algemeen belang. Het collectief belang ervan mag niet de optelsom zijn van de individuele belangen van haar leden. De als misdrijf omschreven feiten moeten fouten zijn waardoor het collectief belang van de vereniging bedreigd of geschaad wordt. Verder is vast te stellen dat de vereniging beschikt over een duurzame en effectieve werking overeenkomstig de statuten. Het hof (van beroep) stelt vast dat de vereniging een collectief belang nastreeft dat te onderscheiden is van het algemeen belang. Zij stelt zich onder meer tot doel op te komen voor in gevangenschap levende dieren en op te komen voor de bescherming van dieren tegen menselijke wreedheid, mishandeling en misbruik. De in de telastleggingen A, B, C en D als misdrijf omschreven feiten, waarop de vereniging haar vordering steunt, bedreigen of schaden de belangen die de vereniging nastreeft. In die betrachtingen heeft de vereniging duidelijk een duurzame en effectieve werking.” Het arrest dat aldus oordeelt dat de verweerster beschikt over het vereiste belang om een ontvankelijke burgerlijke rechtsvordering tegen de eisers in te stellen op grond van het enkele feit dat de verweerster volgens haar maatschappelijk doel het dierenwelzijn benaarstigt, verantwoordt deze beslissing, bij afwezigheid van wettelijke grondslag daarvoor, niet naar recht. Het middel is gegrond. Overige grieven
- De grieven behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat deze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Steven Van Overbeke, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 11 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240611.2N.21 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240611.2N.21 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.9 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260505.2N.9 ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.151 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.636 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div