← België

BELGISCHE STAAT, MIN FIN contra VLAAMSE GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.4 Rolnummer: C.19.0368.N Zaak: BELGISCHE STAAT, MIN FIN contra VLAAMSE GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-07-01 Raadplegingen: 1017 - laatst gezien 2026-06-18 11:43 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.4 Fiche 1 Beslissingen van inwendige aard zijn beslissingen waarbij de rechter geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt beslecht of erop vooruitloopt, zodat de beslissing geen enkele partij een onmiddellijk nadeel kan berokkenen en zijn uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1046 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 2 Een beslissing, vervat in een arrest houdende heropening van het debat, waarbij conclusietermijnen worden verleend en wordt bepaald dat de conclusies de vorm moeten aannemen van een syntheseconclusie, beslecht geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt en berokkent geen enkel onmiddellijk nadeel aan de partijen; het betreft derhalve een maatregel van inwendige aard die niet vatbaar is voor cassatieberoep
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1046 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 3 Uit de artikelen 748bis en 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de rechter na een heropening van het debat de partijen niet kan verplichten om opnieuw syntheseconclusies neer te leggen over het volledige geschil; bijgevolg kan de rechter zich niet beperken tot het beantwoorden van de conclusie die een partij neemt na heropening van het debat, maar moet hij tevens antwoorden op de voorgaande syntheseconclusie van dezelfde partij
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 748bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 775, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2024, nr. 14, p. 1292-
  1. - MAES, Bruno; Noot'De syntheseconclusie na de heropening van het debat' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0368.N
  2. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet gevestigd te 1000 Brussel, Wetstraat 12,
  3. REGIE DER GEBOUWEN, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Gulden-Vlieslaan 87 bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0208.312.646, eisers, vertegenwoordigd door mr. Simone Nudelholc, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie optreedt de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19 en de minister van Mobiliteit en Openbare werken, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen 1, Amerikalei 187/302, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent van 8 december 2017 en 21 december
  4. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 5 februari 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  5. Beslissingen van inwendige aard, dit zijn beslissingen waarbij de rechter geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt beslecht of erop vooruitloopt, zodat de beslissing geen enkele partij een onmiddellijk nadeel kan berokkenen, zijn uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep. Een beslissing, vervat in een arrest houdende heropening van het debat, waarbij conclusietermijnen worden verleend en wordt bepaald dat de conclusies de vorm moeten aannemen van een syntheseconclusie, beslecht geen enkel feitelijk of juridisch geschilpunt en berokkent geen enkel onmiddellijk nadeel aan de partijen. Het betreft derhalve een maatregel van inwendige aard die niet vatbaar is voor cassatieberoep. In zoverre het cassatieberoep in zijn eerste middel is gericht tegen deze beslissing, is het niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
  6. Artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de laatste conclusie van een partij de vorm aanneemt van een syntheseconclusie, behoudens in de gevallen waarin conclusie mag worden genomen buiten de in artikel 747 bedoelde termijnen. Voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek vervangt de syntheseconclusie alle vorige conclusies en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syntheseconclusie neerlegt. Krachtens artikel 775, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek verzoekt de rechter, indien de heropening van het debat wordt bevolen, de partijen om, binnen de termijn die hij bepaalt en op straffe van ambtshalve verwijdering uit het debat, hun conclusies over het middel of de verdediging tot rechtvaardiging ervan, uit te wisselen en hem deze te overhandigen. In voorkomend geval bepaalt hij dag en uur waarop de partijen over het door hem bepaalde onderwerp zullen worden gehoord.
  7. Uit die bepalingen volgt dat de rechter na een heropening van het debat de partijen niet kan verplichten om opnieuw syntheseconclusies neer te leggen over het volledige geschil. Bijgevolg kan de rechter zich niet beperken tot het beantwoorden van de conclusie die een partij neemt na heropening van het debat, maar moet hij tevens antwoorden op de voorgaande syntheseconclusie van dezelfde partij.
  8. Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de eisers in hun op 4 mei 2015 ter griffie neergelegde syntheseconclusie met opgave van redenen vroegen dat de vordering van de verweerder onontvankelijk zou worden verklaard; - de appelrechters in het arrest van 8 december 2017 het debat hebben heropend en een conclusiekalender hebben verleend waarbij de conclusies “telkens een syntheseconclusie in de zin van artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek” dienden te zijn; - de appelrechters in het arrest van 21 december 2018 enkel kennis namen van de conclusie die na de heropening van het debat door de eisers op 1 augustus 2018 werd neergelegd “hun syntheseconclusies in de zin van artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek uitmakend”; - zij in het arrest van 21 december 2018 oordelen dat “waar enige niet ontvankelijkheid van het gevorderde wordt ingeroepen dit door de inroepende partij niet nader verantwoord [wordt]”.
  9. De appelrechters die aldus oordelen dat de partijen na de heropening van het debat opnieuw syntheseconclusies dienden neer te leggen en zich in het arrest van 21 december 2018 beperken tot het beantwoorden van de conclusie van de eisers na de heropening van het debat, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep in zoverre het is gericht tegen het bestreden arrest van 8 december
  10. Vernietigt het bestreden arrest van 21 december
  11. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.