← België

S. contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.9 Rolnummer: C.23.0223.N Zaak: S. contra P. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-07-01 Raadplegingen: 1652 - laatst gezien 2026-06-19 04:27 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.9 Fiches 1 - 2 Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon; een dergelijk misbruik kan ook bestaan in de aanwending van rechtsregels of rechtsinstellingen in strijd met het doel waarvoor deze zijn ingesteld

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSMISBRUIK Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1134, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1134, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt Fiches 3 - 4 De verplichting om voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden een bodemattest aan te vragen en aan de verwerver mee te delen en om de inhoud van het bodemattest in de onderhandse akte op te nemen, strekt ertoe om de verwerver te beschermen tegen het onbewust aankopen van vervuilde grond, alsook om hem te vrijwaren tegen iedere schade ingevolge een laattijdige mededeling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Wettelijke bepalingen: Decr. 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming - 27-10-2006 - Art. 101, §§ 1 en 2 - 49 ELI link Pub nr 2006037062 Decr. 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming - 27-10-2006 - Art. 116, § 1, eerste lid - 49 ELI link Pub nr 2006037062 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Wettelijke bepalingen: Decr. 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming - 27-10-2006 - Art. 101, §§ 1 en 2 - 49 ELI link Pub nr 2006037062 Decr. 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming - 27-10-2006 - Art. 116, § 1, eerste lid - 49 ELI link Pub nr 2006037062 Fiches 5 - 6 De rechter die beslist dat de overeenkomst nietig is wegens miskenning van artikel 5.2.5 VCRO, moet vast te stellen dat het goed het voorwerp uitmaakt of kan uitmaken van gerechtelijke of bestuurlijke herstelmaatregelen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - RUIMTELIJKE ORDENING. PLAN VAN AANLEG Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 5.2.5 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.6.2, eerste lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 5.2.5 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.6.2, eerste lid - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0223.N
  1. F. S.,
  2. S. D.V.,
  3. F. S. bv, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist en mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen T. P.-M., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 1 september
  4. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft op 11 april 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
  5. Rechtsmisbruik bestaat in de uitoefening van een recht op een wijze die kennelijk de grenzen te buiten gaat van de uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en voorzichtig persoon. Een dergelijk misbruik kan ook bestaan in de aanwending van rechtsregels of rechtsinstellingen in strijd met het doel waarvoor deze zijn ingesteld.
  6. Krachtens artikel 101, § 1 en § 2, van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en bodembescherming, hierna Bodemdecreet, moet, voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden, de overdrager of desgevallend de gemandateerde bij OVAM een bodemattest aanvragen en de inhoud ervan meedelen aan de verwerver en bevat de onderhandse akte waarin de overdracht van gronden wordt vastgelegd de inhoud van het bodemattest. Krachtens artikel 116, § 1, eerste lid, Bodemdecreet kan de verwerver de nietigheid vorderen van de overdracht die plaatsvond in strijd met artikel
  7. De verplichting om voor het sluiten van een overeenkomst betreffende de overdracht van gronden een bodemattest aan te vragen en aan de verwerver mee te delen en om de inhoud van het bodemattest in de onderhandse akte op te nemen, strekt ertoe om de verwerver te beschermen tegen het onbewust aankopen van vervuilde grond, alsook om hem te vrijwaren tegen iedere schade ingevolge een laattijdige mededeling.
  8. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - het de verweerder principieel vrij stond en staat om zich al dan niet op deze nietigheid te beroepen, en dit ongeacht de motieven die hem daar werkelijk toe bewegen; - de verweerder er ten andere alle belang bij heeft om zich op de nietigheid te beroepen, gelet op de eis tot schadevergoeding waarmee hij geconfronteerd wordt; - elke normale, redelijke en behoedzame koper van een onroerend goed, geplaatst in dezelfde concrete omstandigheden als de verweerder, hier evenmin nagelaten zou hebben om zich te eigen bate te beroepen op de vaststaande nietigheid van de overeenkomst; - de verweerder ten andere reeds op 17 februari 2020 de nietigheid van de overeenkomst heeft opgeworpen, ook omdat hij op stedenbouwkundig vlak één en ander had moeten vaststellen aan de hand van hem pas na de ondertekening van de aankoopbelofte overgemaakte stukken; - het feit dat er mogelijks andere redenen speelden om van de koop-verkoop te willen afzien geenszins tot gevolg heeft dat hij zijn decretaal verankerde recht zou misbruiken; - het feit dat het bodemattest blanco blijkt te zijn uiteraard evenmin tot gevolg heeft dat hij zijn decretaal verankerde recht zou misbruiken; - de verweerder geen ‘belangenschade’ moet aantonen als gevolg van de schending van de informatieverplichting.
  9. De appelrechter die op grond van deze redenen oordeelt dat van rechtsmisbruik in hoofde van de verweerder geenszins sprake is, zonder te onderzoeken of de verweerder zijn recht op nietigverklaring aanwendt in strijd met het doel waarvoor dit recht is ingesteld, miskent het algemeen rechtsbeginsel dat misbruik van recht verbiedt. Het onderdeel is gegrond. Tweede middel
  10. Artikel 6.6.2, eerste lid, VCRO bepaalt dat de rechtbank de titel van eigendomsverkrijging of van huur kan vernietigen op vordering van de kopers of de huurders van een goed dat het voorwerp uitmaakt of kan uitmaken van gerechtelijke of bestuurlijke herstelmaatregelen, onverminderd het recht van de kopers of huurders om schadevergoeding te eisen.
  11. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verweerder volledigheidshalve nog kan worden bijgetreden waar hij opwerpt dat ook niet voldaan was aan artikel 5.2.5 VCRO; - in de ‘aankoopbelofte’ van 30 januari 2020 nergens sprake is van de vereiste stedenbouwkundige inlichtingen; - er nergens iets vermeld is omtrent de stedenbouwkundige toestand van het pand; - de eisers met geen enkel stuk aantonen dat de verweerder dienaangaande werd geïnformeerd vóór de ondertekening van de ‘aankoopbelofte’ van 30 januari 2020; - de verweerder dus voorafgaand aan het afsluiten van de koop-verkoop niet ingelicht was nopens de correcte stedenbouwkundige toestand van het pand; - een en ander pas op 5 februari 2020, hetzij nadat hij zich reeds definitief en onherroepelijk had verbonden, aan de verweerder werd bezorgd; - de verweerder die nochtans geen belangenschade moet aantonen, na kennis te hebben genomen van de overgemaakte documenten reeds de nietigheid van de overeenkomst heeft opgeworpen, onder verwijzing naar tal van elementen die hij had ontdekt aan de hand van de nadien overgemaakte informatie; - de verweerder zich op 30 januari 2020 geenszins met kennis van zaken had kunnen verbinden, wat hij op 17 februari 2020 reeds aan de eisers liet weten.
  12. De appelrechter die op grond van deze redenen beslist dat de overeenkomst nietig is wegens miskenning van artikel 5.2.5 VCRO, zonder vast te stellen dat het goed het voorwerp uitmaakt of kan uitmaken van gerechtelijke of bestuurlijke herstelmaatregelen, schendt artikel 6.6.2, eerste lid, VCRO. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 13 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Frederic Vroman, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240613.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240613.1N.9 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250110.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.