id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:
Art. 488
/1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 492
, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 oud
Art. 492/1, § 2, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr.
C.23.0161.N R. V. G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
- NOTARIS B. L. bv,
- E. V. G.,
- T. V. G.,
- I. F., advocaat, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van R. V. G., voornoemd, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Veurne, van 13 februari
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 12 maart 2024 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 488/1, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan de meerderjarige die wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, onder bescherming worden geplaatst, indien en voor zover de bescherming van zijn belangen dit vereist. Krachtens artikel 492, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek kan de vrederechter ten aanzien van de in artikel 488/1, eerste lid, bedoelde meerderjarige een rechterlijke beschermingsmaatregel bevelen wanneer en in de mate hij vaststelt dat dit noodzakelijk is en dat de bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming niet volstaat. Krachtens artikel 492/1, § 2, eerste lid, Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt de vrederechter die een rechterlijke beschermingsmaatregel met betrekking tot de goederen beveelt, de handelingen of categorieën van handelingen in verband met de goederen waarvoor de beschermde persoon onbekwaam is, met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden, van de aard en de samenstelling van de te beheren goederen en van de gezondheidstoestand van deze beschermde persoon.
- Uit het geheel van voormelde wetsbepalingen volgt dat de vrederechter slechts een rechterlijke beschermingsmaatregel met betrekking tot de goederen van een meerderjarige kan bevelen indien hij vaststelt dat deze meerderjarige wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk, zij het tijdelijk, niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel handelingen in verband met zijn goederen te stellen, de rechterlijke beschermingsmaatregel noodzakelijk is en de bestaande wettelijke of buitengerechtelijke bescherming niet volstaat.
- De appelrechters stellen vast dat: - de rechtbank eerder een psychiater-deskundige heeft aangewezen met als opdracht na te gaan of de eiser
(1)in verwarde toestand verkeert en
(2)in staat is om zijn goederen zelfstandig te beheren; - deze deskundige tot het besluit is gekomen dat “deze man niet verward [is], maar zijn gevoeligheid voor complotdenken en wantrouwen (zich te kort gedaan voelen en achtervolgd worden) altijd invloed [zullen] hebben op het (niet) nemen van beslissingen” en dat “uit het onderzoek niet [blijkt] dat deze man zijn goederen niet kan beheren”, het “[wel] opvallend is dat hij geen enkele professioneel vertrouwt (ook niet zijn eigen advocaat noch dokter) en vaak op zoek gaat naar een ‘nieuwe’ vertrouwenspersoon” en “gezien het complotdenken rond de verdeling van de erfenis nu al hardnekkig aanwezig is, het aangewezen [lijkt] om deze man te beschermen tegen zichzelf door een bewindvoerder ad hoc aan te stellen, enkel voor de verdeling van de nalatenschap”. 4. De appelrechters, die zich uitdrukkelijk aansluiten bij het eindverslag van de deskundige, stellen zodoende vast dat de eiser niet verward is en dat hij in staat is zelfstandig zijn goederen te beheren. Door niettemin een rechterlijke beschermingsmaatregel met betrekking tot de goederen van de eiser te bevelen, schenden zij voormelde wetsbepalingen. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Sven Mosselmans, Bruno Lietaert en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 17 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240617.3N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div