← België

D. contra Stad Gent

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240617.3N.8 Rolnummer: C.23.0037.N Zaak: D. contra Stad Gent Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-07-05 Raadplegingen: 941 - laatst gezien 2026-06-18 19:03 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240617.3N.8 Fiche Artikel 1385, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek onderstelt dat de rechter die ten laste van verschillende personen een niet-hoofdelijke veroordeling uitspreekt, ieder van hen veroordeelt tot betaling van een afzonderlijke dwangsom voor het geval dat niet aan de hoofdveroordeling wordt voldaan

(1).
(1). Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DWANGSOM Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 793, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.23.0037.N H. D. Z., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. STAD GENT, vertegenwoordigd door haar College van burgemeester en Schepenen, met burelen te 9000 Gent, Botermarkt 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.451.227, eerste verweerster,
  2. VDB-CONCEPT bv, met zetel te 9000 Gent, Burggravenlaan 31 bus 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0475.624.652, tweede verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177 bus 7, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 december
  3. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 21 mei 2024 verwezen naar de derde kamer. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 21 mei 2024 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde onderdeel
  4. Krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek kan de beslagrechter een onduidelijke of dubbelzinnige beslissing uitleggen, zonder evenwel de daarin bevestigde rechten uit te breiden, te beperken of te wijzigen.
  5. Krachtens artikel 1385, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter op vordering van een partij een wederpartij veroordelen tot betaling van een dwangsom voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan. Deze bepaling onderstelt dat de rechter die ten laste van verschillende personen een niet-hoofdelijke veroordeling uitspreekt, ieder van hen veroordeelt tot betaling van een afzonderlijke dwangsom voor het geval dat niet aan de hoofdveroordeling wordt voldaan.
  6. Krachtens artikel 1385ter Gerechtelijk Wetboek kan de rechter de dwangsom vaststellen hetzij op een bedrag ineens hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding. In die laatste twee gevallen kan de rechter eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer wordt verbeurd.
  7. Zoals aangegeven in ro 1, bevat het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 5 januari 2018 een dwangsomveroordeling tot eerbiediging door de verweersters van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang op een nader bepaald perceel dat uitgeeft op de (…) te Gent met een bevel om elke belemmering van het gebruik van de doorgang over een breedte van 2,30 meter te verwijderen en verwijderd te houden. De dwangsomrechters veroordelen de verweersters meer precies om elke belemmering te verwijderen of verwijderd te houden binnen de daartoe gestelde termijn onder verbeurte van een dwangsom van 100 euro per dag dat de belemmering niet is verwijderd of verwijderd gehouden, met een maximum van 200.000 euro.
  8. De appelrechters oordelen als beslagrechters dat voormelde niet-hoofdelijke dwangsomveroordeling neerkomt op een dwangsom van 50 euro per dag per persoon dat de belemmering niet is verwijderd of verwijderd gehouden. De appelrechters die zodoende de dubbelzinnige dwangsomveroordeling hebben uitgelegd, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser in debet op 223,48 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, en de raadsheren Sven Mosselmans, Myriam Ghyselen, Bruno Lietaert en Michael Traest, en in openbare rechtszitting 17 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Wim Vanderputten. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240617.3N.8 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240617.3N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221117.1F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.