← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:

Art. 195

, negende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 195

, negende lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 3 Uit de artikelen 152, §1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en 744, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek vloeit voort dat een partij haar onderscheiden aanspraken duidelijk en afzonderlijk moet formuleren, zodat de rechter zonder kans op vergissing kan achterhalen wat precies wordt gevorderd en op welke grond

(1).
(1)Over de toepassing van art. 744, eerste lid, Ger. W. in strafzaken zie I. COUWENBERG en F. VAN VOLSEM, Concluderen voor de strafrechter, Intersentia, 2018, 75-77; P. THIRIAR, “Conclusies en conclusietermijnen in strafzaken na potpourri II en recente cassatierechtspraak”, NC 2018, 115-116. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 152

, § 1, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 195- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

744, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiche 4 De rechter dient geen verzoek te beantwoorden van de beklaagde om een geldboete op te leggen onder het wettelijk minimum dat in zijn beroepsconclusie is opgenomen in een rubriek met een hoofding die daarmee geen verband hield, waarbij dit verzoek was verweven met andere verzoeken en dit verzoek bovendien niet werd herhaald in het beschikkend gedeelte van de appelsyntheseconclusie, aangezien dit geen aanspraak betreft die duidelijk en afzonderlijk werd geformuleerd

(1).
(1)Het openbaar ministerie was van mening dat het hof van beroep wel had moeten antwoorden op het verweer in conclusie over de geldboete beneden het wettelijk minimum, opgenomen onder de hoofding ‘opschorting of straf met uitstel' (BDS). Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek

Art. 152

, § 1, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek

Art. 195- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art.

744, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0507.N A. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 12 maart 2024, gewezen op verwijzing bij het arrest van het Hof van 27 juni

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering, alsook miskenning van de motiveringsverplichting: het arrest beantwoordt niet het door de eiser in zijn appelconclusie geformuleerd verzoek om een geldboete uit te spreken onder het wettelijk minimum; de eiser heeft gewezen op zijn precaire financiële toestand en heeft een document overgelegd waaruit blijkt dat hij juridische kosteloze tweedelijnsbijstand genoot; het arrest laat niet blijken dat de appelrechters dit verzoek hebben onderzocht.
  3. Artikel 195, negende lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de rechter een geldboete kan uitspreken beneden het wettelijk minimum indien de overtreder met om het even welk document zijn precaire financiële toestand bewijst.
  4. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling blijkt dat de wetgever aldus geen bijzondere motiveringsplicht in het leven heeft willen roepen. Enkel indien de beklaagde in een conclusie met verwijzing naar concrete elementen en met overlegging van één of meerdere documenten aanvoert dat hij zich in een precaire financiële toestand bevindt, moet de rechter daarop antwoorden.
  5. Artikel 152, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat op de in die bepaling bedoelde conclusies onder meer artikel 744 Gerechtelijk Wetboek van toepassing is.
  6. Artikel 744, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat conclusies achtereenvolgens en uitdrukkelijk onder meer bevatten: de aanspraken van een concluderende partij; de middelen die worden ingeroepen ter ondersteuning van de vordering of het verweer in hoofdorde of in ondergeschikte orde; het gevraagde beschikkend gedeelte van het vonnis in hoofdorde of in ondergeschikte orde.
  7. Uit die bepaling vloeit voort dat een partij haar onderscheiden aanspraken duidelijk en afzonderlijk moet formuleren, zodat de rechter zonder kans op vergissing kan achterhalen wat precies wordt gevorderd en op welke grond.
  8. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  9. De eiser heeft in zijn syntheseappelconclusie (p. 9-10) onder de hoofding “b. Opschorting of straf met uitstel” het volgende aangevoerd: “Indien het hof (van beroep) niettegenstaande … verzoekt [de eiser] het hof (van beroep) om rekening te houden met zijn blanco strafregister in België. Bovendien werd [de eiser] reeds zeer zwaar veroordeeld door het Griekse Hof van Beroep Thrace, waardoor hij thans een gevangenisstraf uitzit van 19 jaar. Gezien zijn detentie en zijn gevorderde (pensioen)leeftijd is het voor hem derhalve materieel onmogelijk om soortgelijke feiten opnieuw te plegen. Daarnaast verkeert [de eiser] in een zeer precaire financiële situatie. Hij heeft geen onroerende eigendommen en beschikt niet over enig inkomen. Hij heeft ook heel wat schulden ten gevolge van zijn eerdere veroordeling in Griekenland. Om die reden wordt [de eiser] bijgestaan in het kader van juridische kosteloze tweedelijnsbijstand (…). [De eiser] vraagt het hof (van beroep) om rekening te houden met deze elementen (en) hem de gunst van de opschorting te verlenen, minstens een gevangenisstraf en geldboete met uitstel op te leggen en om een geldboete onder het wettelijk minimum op te leggen overeenkomstig art. 195 Sv .)”. In het beschikkend gedeelte van de appelsyntheseconclusie vraagt de eiser weliswaar om in ondergeschikte orde minstens om een opschorting of een straf met uitstel, maar is er geen sprake van een geldboete onder het wettelijk minimum.
  10. Daaruit volgt dat de eiser zijn verzoek om een geldboete op te leggen onder het wettelijk minimum heeft opgenomen in een rubriek met een hoofding die daarmee geen verband hield, dit verzoek was verweven met andere verzoeken en dit verzoek bovendien niet werd herhaald in het beschikkend gedeelte van de appelsyntheseconclusie, zodat dit geen aanspraak betreft die duidelijk en afzonderlijk werd geformuleerd. De appelrechters dienen een dergelijk verzoek niet te beantwoorden. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 166,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171212.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201027.2N.12 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.