id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.21 Rolnummer: P.23.0949.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2024-06-24 Raadplegingen: 944 - laatst gezien 2026-06-18 13:19 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche 1 De herstelmaatregel die de rechter na de bewezenverklaring van een stedenbouwkundig misdrijf bij toepassing van artikel 6.3.1, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening moet bevelen, beoogt de wettigheid naar de toekomst toe; de rechter moet bij de beoordeling van de wettigheid van de herstelvordering dan ook rekening houden met de toestand op het ogenblik van zijn uitspraak, met inbegrip van de op dat ogenblik geldende decretale en reglementaire bepalingen. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 15 mei 2009 houdende coördinatie van de decreetgeving op de ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Art. 6.3.1, 1° - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Fiches 2 - 3 Een zeecontainer kan niet worden beschouwd als een bijgebouw in de zin van artikel 2.1, 11°, Vrijstellingsbesluit. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is - 16-07-2010 - Art. 2.1, 11° - 30 ELI link Pub nr 2010035645 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - BOUWVERGUNNING Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is - 16-07-2010 - Art. 2.1, 11° - 30 ELI link Pub nr 2010035645 Tekst van de beslissing Nr. P.23.0949.N C. J. F. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Charlotte Lermyte, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8600 Diksmuide, Woumenweg 109, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 26 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 4.2.1, 4.2.3 en 6.3.1 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en artikel 2.1, 11°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (hierna Vrijstellingsbesluit): met het oordeel dat een container niet kan worden beschouwd als een bijgebouw in de zin van het Vrijstellingsbesluit, verantwoorden de appelrechters niet naar recht de veroordeling van de eiser tot het herstel in de oorspronkelijke toestand door de verwijdering te bevelen van de niet-vergunde containers; de bewuste zeecontainer, die voldoet aan de maximale afmetingen, bedoeld in artikel 2.1, 11°, Vrijstellingsbesluit, moet worden beschouwd als een bijgebouw in de zin van die bepaling, die het begrip “bijgebouw” niet verder definieert; bijgevolg dient dit begrip, in navolging van de betekenis die het volgens het woordenboek heeft, zeer ruim worden omschreven; de appelrechters baseren zich op een onvolledige en beperkte taalkundige uitlegging van het begrip “bijgebouw” en voegen aldus een voorwaarde toe aan het Vrijstellingsbesluit die niet in dit besluit is begrepen; door hun onvolledige uitlegging van het begrip “bijgebouw”, maken de appelrechters het bovendien onmogelijk om de wettigheid van de beslissing op dit punt na te gaan, zodat het arrest ook niet regelmatig met redenen is omkleed.
- De herstelmaatregel die de rechter na de bewezenverklaring van een stedenbouwkundig misdrijf bij toepassing van artikel 6.3.1, § 1, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening moet bevelen, beoogt de wettigheid naar de toekomst toe. De rechter moet bij de beoordeling van de wettigheid van de herstelvordering dan ook rekening houden met de toestand op het ogenblik van zijn uitspraak, met inbegrip van de op dat ogenblik geldende decretale en reglementaire bepalingen.
- Artikel 2.1, 11°, Vrijstellingsbesluit, zoals hier van toepassing, bepaalt: “Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de volgende handelingen: (…) 11° van het hoofdgebouw vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, met inbegrip van carports, in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De totale oppervlakte blijft beperkt tot maximaal 40 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande vrijstaande bijgebouwen. De maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter.”
- Een zeecontainer kan niet worden beschouwd als een bijgebouw in de zin van artikel 2.1, 11°, Vrijstellingsbesluit. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige is het middel afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde schending van artikel 2.1, 11°, Vrijstellingsbesluit en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 18 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div