id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240620.1N.1 Rolnummer: F.20.0114.N Zaak: BELGISCHE STAAT fod Financiën c. Fortum Finance Irelan Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-07-18 Raadplegingen: 718 - laatst gezien 2026-06-19 01:33 Versie(s): Vertaling samenvatting(
- en)FR nog niet beschikbaar Fiche Artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek strekt ertoe te vermijden dat de uitlegging die het Hof in zijn arrest met verwijzing gaf aan een rechtsregel opnieuw in vraag zou kunnen worden gesteld voor de rechter op verwijzing of opnieuw, in het raam van hetzelfde geschil, na de beslissing op verwijzing zou kunnen aangevochten worden met een cassatieberoep. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Allerlei Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1110 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. F.20.0114.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van de gewestelijke directie BBI Gent, met kantoor te 9050 Ledeberg (Gent), Gaston Crommenlaan 6 bus 801, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets en mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaten bij het Hof van Cassatie, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FORTUM FINANCE IRELAND DESIGNATED ACTIVITY COMPANY VBR, met zetel te Shannon, Country Clare (Ierland) Shannon Airport House, Shannon Industrial Estate, met Belgisch bijkantoor te 2600 Berchem (Antwerpen), Uitbreidingstraat 84 bus 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0726.813.377, verweerster, met als raadslieden mr. Philippe Renier, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1831 Diegem, Lambroekstraat 5 A, waar de verweerster woonplaats kiest en mr. Jachin Van Doninck, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 juni 2020, gewezen op verwijzing bij arrest van het Hof van 24 mei 2019. Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid 1. De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel is, gelet op de draagwijdte van het arrest van het Hof van 24 mei 2019 wegens strijdigheid met artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek niet ontvankelijk. 2. Krachtens artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek voegt het gerecht, waarnaar de zaak werd verwezen, zich naar het arrest van het Hof van Cassatie betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt. Tegen de beslissing van dat gerecht wordt geen voorziening in cassatie toegelaten in zoverre deze beslissing overeenstemt met het vernietigingsarrest. De wetgever beoogde met deze bepaling te vermijden dat de uitlegging die het Hof in een arrest van verwijzing heeft gegeven aan een rechtsregel opnieuw in vraag wordt gesteld voor de rechter op verwijzing of na de beslissing op verwijzing opnieuw zou kunnen aangevochten worden met een cassatieberoep. 3. Het Hof oordeelt in zijn arrest van 24 mei 2019 dat abnormale of goedgunstige voordelen bedoeld in artikel 79 WIB92 ook voordelen omvatten “die werden verkregen onder abnormale omstandigheden in het raam van verrichtingen die niet op grond van economische doelstellingen maar enkel op grond van fiscale oogmerken kunnen worden verklaard en beslist” en dat “artikel 207, tweede lid, WIB92 verwijst naar de abnormale of goedgunstige voordelen bedoeld in artikel 79, zodat dit begrip in de voormelde zin dient te worden begrepen ten aanzien van alle in de artikelen 199 tot en met artikel 206 bedoelde aftrekken en derhalve ook ten aanzien van de aftrek voor risicokapitaal waarvan sprake in de artikelen 205bis tot en met 205nonies WIB92”. Hieruit volgt dat de administratie op grond van het arrest van 24 mei 2019 het oneigenlijke gebruik van de notionele intrestaftrek kan beteugelen indien sprake is van een voordeel dat wordt verkregen onder abnormale omstandigheden in het raam van verrichtingen die louter op grond van fiscale oogmerken kunnen worden verklaard. 4. De appelrechter volgt in het bestreden arrest die uitlegging van artikel 207, tweede lid, WIB92 en handelt derhalve naar het voorschrift van artikel 1110, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek. 5. Het middel voert in beide onderdelen in essentie aan dat voor de toepassing van de artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB92 niet is vereist dat de voordelen voortkomen uit verrichtingen die enkel op grond van fiscale oogmerken kunnen worden verklaard, maar dat het volstaat dat het fiscale oogmerk het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen is van de verrichtingen die het abnormaal of goedgunstig voordeel opleveren. Het komt aldus op tegen de uitlegging die het Hof in zijn arrest van 24 mei 2019 geeft aan de artikelen 79 en artikel 207, tweede lid, WIB92. Het middel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 321,28 euro en voor de verweerster op 562,42 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg, Sven Mosselmans en Michael Traest, en in openbare rechtszitting van 20 juni 2024 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Elien Van Isterdael. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240620.1N.1 Gerelateerde publicatie(
- s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250530.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.