id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 5 Wanneer een vonnis van de politierechtbank een beklaagde veroordeelt tot straf wegens inbreuken op het Wegverkeersreglement, dan heeft een beroepsgrief van het openbaar ministerie over de straf en of maatregel tot gevolg dat de saisine van het appelgerecht ook betrekking heeft op de beslissing over de kosten van het deskundigenonderzoek dat werd bevolen om na te gaan of de beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig zoals bedoeld in artikel 42 Wegverkeerswet. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wet 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer - 16-03-1968 - Art. 42 - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 6 - 7 De in artikel 91 Tarief Strafzaken bepaalde vergoeding waartoe de rechter iedere veroordeelde in criminele en correctionele zaken en in politiezaken dient te veroordelen, heeft een eigen karakter en is geen straf
(1); de strafrechter dient die vergoeding op te leggen van zodra hij een misdrijf, voorwerp van de telastlegging of de telastleggingen die bij hem aanhangig zijn, bewezen verklaart, ongeacht de straf of maatregel waartoe hij de betrokkene op grond van dat bewezenverklaarde misdrijf veroordeelt, maar wanneer hoger beroep wordt ingesteld tegen een vonnis waarin de beklaagde schuldig wordt verklaard aan de hem ten laste gelegde feiten en hij hiervoor wordt gestraft, en in het grievenschrift dat bij toepassing van artikel 204 Wetboek van Strafvordering wordt ingediend louter een grief wordt aangevoerd met betrekking tot de opgelegde straf of maatregel, strekt de saisine in hoger beroep zich in beginsel niet uit tot de beslissing van de eerste rechter waarbij de beklaagde schuldig werd verklaard en, bijgevolg, werd veroordeeld tot de vaste vergoeding zoals bedoeld in artikel 91 Tarief Strafzaken.
(1)Zie J. DECOCKER, “En dan zijn er nog … de bijdragen, toeslagen en vergoedingen”, noot onder Cass. 27 juni 2023, AR P.22.0886.N ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.43, AC 2023, nr. 498, T.Strafr. 2024, 46-51. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Algemeen reglement van 28 december 1950 op de gerechtskosten in strafzaken - 28-12-1950 - Art. 91 - 31 Link Justel databank 19501228-31 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - STRAFZAKEN - Procedure voor de feitenrechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Algemeen reglement van 28 december 1950 op de gerechtskosten in strafzaken - 28-12-1950 - Art. 91 - 31 Link Justel databank 19501228-31 Fiches 8 - 9 Het appelgerecht dat moet oordelen over de grieven die een appellant bij toepassing van artikel 204 Wetboek van Strafvordering tegen het beroepen vonnis heeft ingebracht, is noodzakelijk ook ertoe gehouden te oordelen over de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden; de loutere omstandigheid dat een procespartij in hoger beroep niet uitdrukkelijk wordt uitgenodigd om verweer te voeren over die laatste beslissingsonderdelen, houdt dan ook geen miskenning in van het recht van verdediging, ook wanneer er over die beslissingsonderdelen geen afzonderlijke grieven werden aangevoerd en er hierover niet in het bijzonder door het openbaar ministerie werd gevorderd. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.23.1511.N L. B. G. H., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Serge Defrenne, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde, van 29 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 162, 203, 204 en 210 Wetboek van Strafvordering: de beslissing van de appelrechters om de door de eerste rechter opgelegde vaste vergoeding van 52,42 euro in hoger beroep te bepalen op het geïndexeerde bedrag van 58,24 euro en de kosten van het deskundigenonderzoek, dat in het beroepen vonnis ten laste van de Staat werd gelegd, ten laste van de eiser te leggen, is niet naar recht verantwoord; tegen het beroepen vonnis werd uitsluitend hoger beroep aangetekend door het openbaar ministerie, dat in zijn grievenschrift louter de rubriek “straf en of maatregel” heeft aangekruist en geen grief heeft aangevoerd over de kosten; de saisine van het appelgerecht was bijgevolg beperkt tot de beslissing over de straftoemeting, waarvan de gerechtskosten en de vaste vergoeding geen deel uitmaken.
- De saisine van het appelgerecht is beperkt tot die beslissingsonderdelen waartegen de appellant grieven aanvoert zoals bedoeld in artikel 204 Wetboek van Strafvordering, alsook tot de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden. De omstandigheid dat het bij toepassing van artikel 204, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalde modelformulier een afzonderlijke rubriek bevat met betrekking tot een onafscheidelijk beslissingsonderdeel en die rubriek door de appellant niet werd aangekruist, doet daaraan geen afbreuk.
- Wanneer een vonnis van de politierechtbank een beklaagde veroordeelt tot straf wegens inbreuken op het Wegverkeersreglement, dan heeft een beroepsgrief van het openbaar ministerie over de straf en of maatregel tot gevolg dat de saisine van het appelgerecht ook betrekking heeft op de beslissing over de kosten van het deskundigenonderzoek dat werd bevolen om na te gaan of de beklaagde lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig zoals bedoeld in artikel 42 Wegverkeerswet. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De in artikel 91 Tarief Strafzaken bepaalde vergoeding waartoe de rechter iedere veroordeelde in criminele en correctionele zaken en in politiezaken dient te veroordelen, heeft een eigen karakter en is geen straf. De strafrechter dient die vergoeding op te leggen van zodra hij een misdrijf, voorwerp van de telastlegging of de telastleggingen die bij hem aanhangig zijn, bewezen verklaart, ongeacht de straf of maatregel waartoe hij de betrokkene op grond van dat bewezenverklaarde misdrijf veroordeelt.
- Wanneer hoger beroep wordt ingesteld tegen een vonnis waarin de beklaagde schuldig wordt verklaard aan de hem ten laste gelegde feiten en hij hiervoor wordt gestraft, maar in het grievenschrift dat bij toepassing van artikel 204 Wetboek van Strafvordering wordt ingediend louter een grief wordt aangevoerd met betrekking tot de opgelegde straf of maatregel, strekt de saisine in hoger beroep zich in beginsel niet uit tot de beslissing van de eerste rechter waarbij de beklaagde schuldig werd verklaard en, bijgevolg, werd veroordeeld tot de vaste vergoeding zoals bedoeld in artikel 91 Tarief Strafzaken.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser in het beroepen vonnis schuldig werd verklaard aan de telastleggingen A en B en hiervoor werd gestraft, waarbij hij werd veroordeeld tot de kosten en tot de vaste vergoeding van 52,42 euro, alsook dat tegen dat vonnis uitsluitend hoger beroep werd aangetekend door het openbaar ministerie, dat in zijn grievenschrift louter een grief heeft aangevoerd met betrekking tot de op te leggen straf en of maatregel. Door te oordelen dat de vaste vergoeding moet worden bepaald op 58,24 euro, doen de appelrechters aldus uitspraak over de vaste vergoeding hoewel die geen deel uitmaakte van de saisine in hoger beroep. Het middel is in zoverre gegrond. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging: door de eiser te veroordelen tot de kosten van het deskundigenonderzoek en de bijdragen zonder de eiser hiervan vooraf te verwittigen, is de beslissing over die kosten en bijdragen niet naar recht verantwoord; het openbaar ministerie heeft hierover geen grief aangevoerd en hieromtrent ook niet gevorderd voor het appelgerecht, zodat de eiser zich niet eraan kon verwachten dat de appelrechters ambtshalve hierover uitspraak zouden doen.
- De appelrechters oordelen dat het beroepen vonnis de eiser terecht heeft veroordeeld tot een bijdrage van 24,00 euro aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand en een bijdrage van 25,00 euro, na verhoging met 70 opdeciemen gebracht op 200,00 euro, aan het bijzonder Fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, waarbij zij zich ertoe beperken die beslissingen te bevestigen. In zoverre het middel betrekking heeft op die bijdragen, is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
- Het appelgerecht dat moet oordelen over de grieven die een appellant bij toepassing van artikel 204 Wetboek van Strafvordering tegen het beroepen vonnis heeft ingebracht, is noodzakelijk ook ertoe gehouden te oordelen over de beslissingsonderdelen die daarmee onafscheidelijk zijn verbonden. De loutere omstandigheid dat een procespartij in hoger beroep niet uitdrukkelijk wordt uitgenodigd om verweer te voeren over die laatste beslissingsonderdelen, houdt dan ook geen miskenning in van het recht van verdediging, ook wanneer er over die beslissingsonderdelen geen afzonderlijke grieven werden aangevoerd en er hierover niet in het bijzonder door het openbaar ministerie werd gevorderd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Ingevolge de grief van het openbaar ministerie over de straf en of maatregel, strekte de saisine van het appelgerecht zich ook uit tot de beslissing over de kosten van het deskundigenonderzoek dat werd bevolen om na te gaan of de eiser lichamelijk of geestelijk ongeschikt is tot het besturen van een motorvoertuig zoals bedoeld in artikel 42 Wegverkeerswet. De appelrechters waren dan ook niet ertoe gehouden om de eiser ertoe uit te nodigen hierover verweer te voeren. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het oordeelt dat de vaste vergoeding geen 52,42 euro maar 58,24 euro bedraagt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot negen tienden van de kosten. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen reden is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 80,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251209.2N.24 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.11 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230627.2N.43 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240130.2N.2 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.17 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.6 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div