id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:
Art. 195
, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 195
, vijfde lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 8 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de rechter bij het beoordelen van een verzoek om probatieuitstel van tenuitvoerlegging in aanmerking neemt dat die maatregel niet van aard is de beklaagde aan te zetten zich te onthouden van toekomstig strafbaar gedrag en dus noodzakelijkerwijs een inschatting maakt naar de toekomst ; het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging vereist niet dat de rechter die oordeelt dat de maatregel van het probatieuitstel niet van aard is de beklaagde aan te zetten zich te onthouden van toekomstig strafbaar gedrag, de beklaagde daarover inlicht en hem verzoekt daarover standpunt in te nemen, gezien de beklaagde met die mogelijkheid bij de organisatie van zijn verdediging rekening dient te houden. Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Tekst van de beslissing Nr. P.24.0574.N M K, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Laura Otte, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 maart
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het arrest betrekt bij de straftoemetingsbeslissing de totale onverschilligheid van de eiseres voor de gevolgen van de bewezen verklaarde feiten, terwijl dit gegeven geen verband houdt met de omstandigheden waarin het misdrijf werd gepleegd noch met de persoonlijkheid van de eiseres; het is een algemene beschouwing die niet specifiek betrekking heeft op de eiseres; de eiseres heeft zich daarover niet kunnen verdedigen.
- De rechter mag bij de straftoemetingsbeslissing alle feitelijke gegevens betrekken die een licht werpen op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waarin ze zijn gepleegd en de gevolgen ervan, alsook betreffende de persoonlijkheid van de beklaagde. Hij kan bijgevolg bij het bepalen van een gepaste straf ook rekening houden met het gegeven dat de gevolgen van het door een beklaagde gepleegde misdrijf hem onverschillig laten.
- Het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging vereist niet dat de rechter die bij de straftoemetingsbeslissing het uit het dossier of de rechtszitting blijkende gegeven betrekt dat de beklaagde onverschillig is voor de gevolgen van het door hem gepleegde misdrijf, de beklaagde daarover inlicht en hem verzoekt daarover standpunt in te nemen. De beklaagde dient met die mogelijkheid bij de organisatie van zijn verdediging rekening te houden.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: met de overweging dat de eiseres elke geloofwaardigheid heeft verloren dat zij nu wel probatievoorwaarden zal naleven, loopt het arrest vooruit op de toekomst van de eiseres en doet het een voorspelling; de eiseres heeft haar verzoek om probatie-uitstel gestaafd door het neerleggen van meerdere stukken waaruit blijkt dat een nieuwe detentie niet de meest aangewezen bestraffing is; de eiseres kon geen verweer voeren betreffende die door de appelrechters gehanteerde overweging.
- Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de rechter bij het beoordelen van een verzoek om probatie-uitstel van tenuitvoerlegging in aanmerking neemt dat die maatregel niet van aard is de beklaagde aan te zetten zich te onthouden van toekomstig strafbaar gedrag en dus noodzakelijkerwijs een inschatting maakt naar de toekomst.
- Het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging vereist niet dat de rechter die oordeelt dat de maatregel van het probatie-uitstel niet van aard is de beklaagde aan te zetten zich te onthouden van toekomstig strafbaar gedrag, de beklaagde daarover inlicht en hem verzoekt daarover standpunt in te nemen. De beklaagde dient met die mogelijkheid bij de organisatie van zijn verdediging rekening te houden.
- Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Derde middel
- Het middel voert miskenning aan van de bewijskracht van officiële stukken en het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het oordeel dat de eiseres, aan wie als probatievoorwaarde met het vonnis van 14 februari 2022 was opgelegd van algemeen goed gedrag zijn en geen nieuwe strafbare feiten plegen, elke geloofwaardigheid heeft verloren dat zij zou zijn gemotiveerd om deze keer wel de probatievoorwaarden na te leven, is onjuist; dit oordeel miskent de bewijskracht van de verslagen van de justitie-assistent van 23 september 2022 en 20 maart 2023 waaruit het tegendeel blijkt; daardoor wordt ook het recht van verdediging van de eiseres miskend.
- De rechter miskent de bewijskracht van een akte indien hij van een geschrift, waarnaar hij uitdrukkelijk verwijst, een uitlegging geeft die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan, of met andere woorden indien hij het geschrift doet liegen.
- Het arrest verwijst voor het door het middel bekritiseerde oordeel niet naar de vermelde verslagen van de justitie-assistent. Het kan dan ook de bewijskracht ervan niet miskennen. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
- Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
- De aangevoerde miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging is afgeleid uit de overige door het middel vergeefs aangevoerde onwettigheden en is bijgevolg evenmin ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is in overeenstemming met de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260127.2N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div