Obsah (4)
Art. 187Art. 202Art. 203Art. 204id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:
Art. 187
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 202
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 203
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 204
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VERZET Wettelijke bepalingen: Wetboek
Art. 187
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 202
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 203
- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek
Art. 204- 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr.
P.24.0634.N M. A. M., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Jesse Van den Broeck en mr. Alexander Van Heeschvelde, beiden advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9000 Gent, Baudelostraat 36, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het bestreden vonnis verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. Het verklaart het verzet van de eiser tegen het vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 23 mei 2022, ontvankelijk en beschouwt de met dit vonnis uitgesproken veroordeling voor niet bestaande. In zoverre ook gericht tegen die beslissingen, is eisers cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 202, 203 en 204 Wetboek van Strafvordering
- Uit de devolutieve werking van het door een beklaagde ingestelde hoger beroep tegen een vonnis dat een verzet onontvankelijk heeft verklaard wegens laattijdigheid en de door die beklaagde in het kader van dat hoger beroep aangevoerde procedurele grief in zijn grievenformulier betreffende het onontvankelijk verklaren van het verzet, volgt dat indien de appelrechters die beslissing hervormen, het verzet toch ontvankelijk verklaren en vaststellen dat de verstekbeslissing niet langer bestaat, zij zich moeten uitspreken over de aanhangig gemaakte strafvordering.
- De omstandigheid dat de beklaagde in zijn grievenformulier, naast de procedurele grief, de beslissingen betreffende schuld, de straf en de beveiligingsmaatregel heeft vermeld en vervolgens afstand heeft gedaan van zijn grief over de schuld laat niet toe anders te oordelen. Dergelijke grieven, alsook de afstand ervan, kunnen geen uitwerking hebben aangezien de bestreden beslissing uitsluitend een beslissing bevat betreffende de ontvankelijkheid van het verzet en dus niet over de schuld, de straf en de beveiligingsmaatregel.
- De appelrechters die, na te hebben vastgesteld dat eisers verzet tegen het verstekvonnis van 23 mei 2022 ontvankelijk is en dat dit verstekvonnis voor onbestaande moet worden gehouden, oordelen dat aangezien de eiser afstand heeft gedaan van zijn grief over de schuld zij geen saisine hebben betreffende de schuld en zich enkel uitspreken over de straftoemeting en de beveiligingsmaatregel, verantwoorden die beslissing niet naar recht. Middel
- Het middel dat niet kan leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis behoudens waar dit eisers hoger beroep ontvankelijk verklaart, het verzet van de eiser tegen het vonnis van de politierechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 23 mei 2022, ontvankelijk verklaart en de met dit vonnis uitgesproken veroordeling voor niet bestaande beschouwt. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een vierde van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 159,45 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.20 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241217.2N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div