id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.21 Rolnummer: P.24.0523.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2024-06-28 Raadplegingen: 560 - laatst gezien 2026-06-15 07:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiche Uit artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dat volgens artikel 211 van dit wetboek van toepassing is op de hoven van beroep, volgt dat een veroordelende beslissing de wetsbepalingen moet vermelden die de wettelijke bestanddelen van de bewezenverklaarde feiten bevatten, alsook die betreffende de toegepaste straf; het arrest dat een beklaagde schuldig verklaart aan de hem tenlastegelegde feiten zonder op duidelijke wijze alle wetsbepalingen te vermelden die al de wettelijke bestanddelen van de bewezenverklaarde misdrijven bevatten, inclusief die wetsbepalingen waaruit de strafbaarheid van de geviseerde handelingen of verzuimen volgt, is dan ook niet regelmatig met redenen omkleed Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 195, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0523.N I S. H. I. V.D.B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Karel De Meester, advocaat bij de balie Gent. II BUXUSBERG nv, met zetel te 9630 Zwalm, Rekelberg 52A, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Toon Muysewinkel, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 februari
- De eisers voeren geen middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest spreekt de eisers vrij voor de feiten omschreven onder de telastleggingen D en H. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, zijn de cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering
- Uit artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dat volgens artikel 211 van dit wetboek van toepassing is op de hoven van beroep, volgt dat een veroordelende beslissing de wetsbepalingen moet vermelden die de wettelijke bestanddelen van de bewezenverklaarde feiten bevatten, alsook die betreffende de toegepaste straf.
- Het arrest verklaart de eiser schuldig aan de feiten omschreven onder de telastleggingen B, C, E, F, G, I, J, K, L, M, N en O. Het verklaart de eiseres schuldig aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G en I. Het vermeldt door overname van de in de akte van aanhangigmaking omschreven telastleggingen enkel de volgende wetsbepalingen: - de telastlegging C: “artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 16 januari 2006 tot vaststelling van de nadere regels van de erkenningen, toelatingen en voorafgaande registraties afgeleverd door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen”; - de telastlegging E: “artikel 27 van het koninklijk besluit van 19 maart 2013 ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en toevoegingsstoffen”; - de telastlegging F: “artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik”; - de telastlegging G: “artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het bewaren, het op de markt brengen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen voor landbouwkundig gebruik”, alsook “artikel 67 van de Verordening 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen”; - de telastlegging I: “overtreding van artikel 4.2 en de bijlage 2 bij de Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne”, alsook “overtreding van de artikelen 3 en 6 van het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende autocontrole, meldingsplicht en traceerbaarheid in de voedselketen”; - de telastlegging J: “overtreding van artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen”; - de telastlegging K: “overtreding van artikel 35 van het koninklijk besluit betreffende de identificatie en de encodering van de paardachtigen in een centrale gegevensbank”; - de telastleggingen L en M: “overtreding van artikel 2 van het koninklijk besluit betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen” ; - de telastlegging N: “overtreding van artikel 21, § 1, van het koninklijk besluit betreffende de identificatie en de registratie van schapen, geiten en hertachtigen”.
- Daaruit volgt dat het arrest de eiser schuldig verklaart aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G, I, J, K, L, M en N en de eiseres aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G en I, zonder op duidelijke wijze alle wetsbepalingen te vermelden die al de wettelijke bestanddelen van de bewezenverklaarde misdrijven bevatten, inclusief die wetsbepalingen waaruit de strafbaarheid van de geviseerde handelingen of verzuimen volgt. De schuldigverklaring voor de feiten omschreven onder die telastleggingen is dan ook niet regelmatig met redenen omkleed. Omvang van de cassatie
- De onwettigheid en de vernietiging van de schuldigverklaring van de eiser aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G, I, J, K, L, M en N en van de eiseres aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G en I leidt tot de vernietiging van de aan de eiser en de eiseres opgelegde bestraffing voor alle bewezenverklaarde feiten en hun veroordeling tot de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Het laat de overige beslissingen van het arrest onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn in overeenstemming met de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - de eiser schuldig verklaart aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G, I, J, K, L, M en N; - de eiseres schuldig verklaart aan de feiten omschreven onder de telastleggingen C, E, F, G en I; - de eiser en de eiseres elk veroordeelt tot straf voor alle lastens hen bewezen verklaarde feiten en tot de betaling van een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers elk tot de helft van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 340,83 euro, waarvan de eiser I 170,41 euro is verschuldigd en de eiseres II 170,42 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div