id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.28 Vervangt nummer: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240618.2N.5 Rolnummer: P.24.0211.N Zaak: B. contra HET VLAAMSE GEWEST Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Strafrecht - Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2024-06-28 Raadplegingen: 1096 - laatst gezien 2026-06-18 18:58 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 Fiches 1 - 3 Volgens artikel 148, eerste lid, Grondwet zijn de rechtszittingen van de rechtbanken openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden; artikel 190, eerste lid, Wetboek van Strafvordering voegt hieraan toe dat de openbare behandeling is voorgeschreven op straffe van nietigheid; de openbaarheid van een rechtszitting moet worden vastgesteld in het proces-verbaal van de rechtszitting of in het vonnis of arrest; minstens moet het Hof de naleving van dat vormvereiste kunnen nagaan aan de hand van de stukken van de rechtspleging
(1).
(1)Zie gelijkluidende concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 100 TOT EINDE) - Artikel 148 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 148 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 190, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 148 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 190, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: GRIFFIE. GRIFFIER Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 148 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 190, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 4 - 10 Wanneer de beklaagde bij conclusie aanvoert dat de resultaten van een huiszoeking niet in aanmerking komen als bewijs, omdat de huiszoekingen met toelating van de onderzoeksrechter en de politie werden gefilmd door een TV-cameraploeg in strijd met het recht op privacy, de onschendbaarheid van de woning en het geheim van het onderzoek en die onregelmatigheid opzettelijk werd begaan, is de beslissing die steunt op de redenen dat 1°de vaststelling dat een onderzoeksmaatregel een inbreuk uitmaakt op artikel 8 EVRM niet impliceert dat de betrouwbaarheid van het bewijs wordt aangetast of het gebruik van het aldus verkregen bewijs een inbreuk uitmaakt op het recht op een eerlijk proces, 2°er geen enkele reden is om aan te nemen dat de onderzoekers met enige grove nalatigheid laat staan opzettelijk te werk gingen, maar integendeel binnen hun wettelijk omschreven respectieve bevoegdheden bleven en 3°er geen gegevens bekend zijn waaruit een deloyale of onprofessionele houding van de onderzoekers zou blijken, niet regelmatig met redenen omkleed
(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 8 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 15 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART. 1 TOT 99) - Artikel 22 Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Regelmatigheid van de procedure Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0211.N
- T. B., beklaagde,
- R. M. R. C., beklaagde,
- R. F. C., beklaagde,
- K. N., beklaagde,
- K. M., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 51, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de persoon van de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw, met kabinet te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 35 bus 40, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 18 januari
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Op 3 juni 2024 heeft advocaat-generaal Bart De Smet zijn schriftelijke conclusie neergelegd ter griffie van het Hof. Op de rechtszitting van 18 juni 2024 heeft raadsheer Erwin Francis verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 148, eerste lid, Grondwet en de artikelen 190, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering: noch het proces-verbaal van de rechtszitting van 14 december 2023 in de voormiddag, noch het arrest stelt vast dat de zaak op de vermelde rechtszitting in het openbaar is behandeld; daaraan wordt geen afbreuk gedaan doordat het proces-verbaal van de rechtszitting van 14 december 2023 in de namiddag, waarop de zaak in voortzetting werd gesteld, verwijst naar de “openbare terechtzitting van deze voormiddag”; vermeldingen in het proces-verbaal van de rechtszitting in de namiddag hebben immers geen authentieke bewijswaarde voor wat betreft het verloop van de onderscheiden rechtszitting in de voormiddag en leveren dus geen bewijs op van het verloop van deze rechtszitting.
- Volgens artikel 148, eerste lid, Grondwet zijn de rechtszittingen van de rechtbanken openbaar, tenzij de openbaarheid gevaar oplevert voor de orde of de goede zeden. Artikel 190, eerste lid, Wetboek van Strafvordering voegt hieraan toe dat de openbare behandeling is voorgeschreven op straffe van nietigheid.
- De openbaarheid van een rechtszitting moet worden vastgesteld in het proces-verbaal van de rechtszitting of in het vonnis of arrest. Minstens moet het Hof de naleving van dat vormvereiste kunnen nagaan aan de hand van de stukken van de rechtspleging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het proces-verbaal van de rechtszitting van 14 december 2023 in de voormiddag vermeldt: “Het hof (van beroep) stelt de zaak in voortzetting op de openbare terechtzitting van de 15de kamer van dit hof (van beroep) van 14 december 2023 om 14.00 uur.” Het proces-verbaal van de rechtszitting van 14 december 2023 in de namiddag vermeldt: “De zaak staat in voortzetting van de openbare terechtzitting van de 15de kamer van deze voormiddag.” Aldus staat vast dat de rechtszitting van 14 december 2023 in de voormiddag, waarop de zaak is behandeld, openbaar was. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest beantwoordt niet het gedetailleerde verweer in de appelconclusie van de eisers in verband met het opzettelijke karakter van de onregelmatigheid van de op 12 december 2018 bij de eiser 3, V. en B. uitgevoerde huiszoekingen, erin bestaande dat die huiszoekingen met miskenning van de privacy en de onschendbaarheid van de woningen van de betrokken personen en met miskenning van het geheim van het onderzoek werden gefilmd en uitgezonden door een nationale televisieomroep, dit nadat er desbetreffend overleg en informatie-uitwisseling had plaatsgevonden tussen die televisieomroep en de onderzoeksrechter, het openbaar ministerie en de speurders, onder meer in een vergadering op het kabinet van de onderzoeksrechter, zoals naderhand is gebleken uit het televisieprogramma “De onderzoeksrechter”; het arrest beantwoordt evenmin het verweer van de eisers dat de aanwezigheid van de pers bij de huiszoekingen en de aan die huiszoekingen vooraf gegane besprekingen werden verzwegen in navolgende processen-verbaal.
- De eisers hebben het bedoelde verweer voor de appelrechters gevoerd. Met de redenen die het arrest bevat, beantwoordt het dat verweer niet. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven De grieven die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie, behoeven geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - de eisers schuldig verklaart aan de respectieve hen ten laste gelegde feiten; - elk van de eisers veroordeelt tot straf en tot het betalen van de bijdrage aan het Slachtofferfonds, de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, de vaste vergoeding in strafzaken en de kosten van de strafvordering; - uitspraak doet over de burgerlijke vordering van de verweerder tegen de eiser
- Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot een derde van de kosten van hun cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten op 661,58 euro, waarvan 482,68 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Steven Van Overbeke en Bruno Lietaert, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.28 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240625.2N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div