← België

P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.4 Rolnummer: P.24.0852.N Zaak: P. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Unierecht - Overige Invoerdatum: 2024-06-28 Raadplegingen: 526 - laatst gezien 2026-06-15 07:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 2 Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechter die zich immers niet over de gegrondheid van een strafvervolging uitspreekt. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Fiches 3 - 4 Uit artikel 2.1 Richtlijn 2012/13/EU volgt dat deze richtlijn niet van toepassing is op personen die definitief zijn veroordeeld. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 2.1 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures - 22-05-2012 - Art. 2.1 Fiches 5 - 7 Volgens artikel 97, tweede lid, Wet Strafuitvoering moet de veroordeelde cassatieberoep instellen binnen de vijf dagen, te rekenen vanaf de uitspraak; uit geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel volgt dat het Hof een laattijdig cassatieberoep van een veroordeelde tot vrijheidsstraf slechts onontvankelijk kan verklaren indien vaststaat dat hij in kennis werd gesteld van de termijnen die hij voor het instellen van dit cassatieberoep moet respecteren; het cassatieberoep tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter moet immers worden ingesteld door een advocaat die houder is van het getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III van het Wetboek van Strafvordering en van wie mag worden verwacht dat hij de termijnen kent om een rechtsmiddel aan te wenden. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Algemeen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALLERLEI Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 97, tweede lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0852.N N. P., veroordeelde tot vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Alexander Meuwissen, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechter Brussel van 14 mei

  1. De eiser voert in twee memories die aan dit arrest zijn gehecht, telkens een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Volgens artikel 97, tweede lid, Wet Strafuitvoering moet de veroordeelde cassatieberoep instellen binnen de vijf dagen, te rekenen vanaf de uitspraak.
  3. Het vonnis dateert van 14 mei
  4. Dit vonnis werd op die dag bij ter post aangetekende brief verstuurd aan de woonplaats van de eiser. Dezelfde dag heeft de griffie van de strafuitvoeringsrechtbank het vonnis toegezonden aan het door de eiser in zijn verzoek om toekenning van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht opgegeven e-mailadres.
  5. Door de raadsman van de eiser werd op 3 juni 2024 cassatieberoep ingesteld.
  6. Dit cassatieberoep werd dan ook buiten de in artikel 97, tweede lid, Wet Strafuitvoering bedoelde termijn ingediend.
  7. In zijn memorie voert de eiser aan dat het cassatieberoep niet laattijdig kan worden verklaard omdat hij strijdig met artikel 6 EVRM en artikel 3 van de richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht op informatie in strafprocedures (hierna Richtlijn 2012/13/EU) niet werd ingelicht over de termijnen om cassatieberoep in te stellen. Bovendien zou hij door psychische problemen zich onvoldoende bewust zijn geweest van de aanhangige procedure.
  8. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechter die zich immers niet over de gegrondheid van een strafvervolging uitspreekt.
  9. Uit artikel 2.1 Richtlijn 2012/13/EU volgt dat deze richtlijn niet van toepassing is op personen die definitief zijn veroordeeld.
  10. Uit geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel volgt dat het Hof een laattijdig cassatieberoep van een veroordeelde tot vrijheidsstraf slechts onontvankelijk kan verklaren indien vaststaat dat hij in kennis werd gesteld van de termijnen die hij voor het instellen van dit cassatieberoep moet respecteren. Het cassatieberoep tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechter moet immers worden ingesteld door een advocaat die houder is van het getuigschrift van een opleiding in cassatieprocedures als bedoeld in boek II, titel III van het Wetboek van Strafvordering en van wie mag worden verwacht dat hij de termijnen kent om een rechtsmiddel aan te wenden. Bovendien wordt de bestreden beslissing gewezen in een procedure als gevolg van een door de betrokkene ingediend verzoek, waarin hem wordt gevraagd opgave te doen van de wijze waarop de beslissing hem kan worden bezorgd.
  11. Uit de door de eiser bij zijn memorie gevoegde stukken blijkt verder niet dat het de eiser als gevolg van een psychische problematiek onmogelijk was om tijdig cassatieberoep in te stellen.
  12. Eisers cassatieberoep is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Grieven
  13. De door de eiser voor het overige in zijn memorie aangevoerde grieven, die geen verband houden met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.