id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2024 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.5 Rolnummer: P.24.0780.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2024-06-28 Raadplegingen: 535 - laatst gezien 2026-06-15 07:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR nog niet beschikbaar Fiches 1 - 3 De rechter die een door de beklaagde gevraagde werkstraf weigert, moet die beslissing met redenen omkleden, maar die motivering moet niet noodzakelijk op zichzelf staan en de rechter kan de weigering ook motiveren of mede motiveren door te verantwoorden waarom een andere straf moet worden opgelegd; de rechter kan het uitspreken van een werkstraf wettig weigeren door de vaststelling dat de uitvoering ervan praktisch niet of moeilijk te realiseren is, hetgeen het geval is als de beklaagde een vrijheidsberovende straf uitzit en de omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank of -rechter een strafuitvoeringsmodaliteit zou kunnen toekennen, laat niet toe anders te oordelen. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: STRAF - ALGEMEEN. STRAF EN MAATREGEL. WETTIGHEID Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 37quinquies, § 3, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.24.0780.N J. E.A., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Thibaud Delva, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen, van 12 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Voorzitter Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 37quinquies, § 3, Strafwetboek: de weigering een werkstraf uit te spreken is niet regelmatig met redenen omkleed; het bestreden vonnis bevat geen autonome motivering voor die weigering; het volstaat niet de wel opgelegde straf te motiveren; de motivering dat het niet opportuun is een werkstraf op te leggen omdat de eiser zich nog in strafuitvoering bevindt, is niet dienend; de strafuitvoeringsrechtbank kan immers de strafuitvoeringsmodaliteiten van het elektronisch toezicht of de voorwaardelijke invrijheidstelling toekennen in welk geval een werkstraf wel kan worden uitgevoerd.
- Artikel 37quinquies, § 3, tweede lid, Strafwetboek bepaalt dat de rechter die een door de beklaagde gevraagde werkstraf weigert, die beslissing met redenen moet omkleden. Die motivering moet niet noodzakelijk op zichzelf staan. De rechter kan de weigering ook motiveren of mede motiveren door te verantwoorden waarom een andere straf moet worden opgelegd.
- De rechter kan het uitspreken van een werkstraf wettig weigeren door de vaststelling dat de uitvoering ervan praktisch niet of moeilijk te realiseren is. Dat is het geval als de beklaagde een vrijheidsberovende straf uitzit. De omstandigheid dat de strafuitvoeringsrechtbank of -rechter een strafuitvoeringsmodaliteit zou kunnen toekennen, laat niet toe anders te oordelen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis motiveert door verwijzing naar de aard en de ernst van de feiten en het strafrechtelijk verleden van de beklaagde (26 veroordelingen; een staat van dubbele verzwaring) waarom een effectieve gevangenisstraf, een verval en onderzoeken en examens moeten worden opgelegd. Het voegt daaraan toe dat een werkstraf niet opportuun is omdat de eiser zich op het ogenblik van de behandeling van de zaak in strafuitvoering bevond en het strafeinde werd bepaald op 21 augustus
- Met die redenen is de weigering een werkstraf uit te spreken regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 47,91 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Filip Van Volsem, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Eric Van Dooren, Bruno Lietaert en Jos Decoker, en in openbare rechtszitting van 25 juni 2024 uitgesproken door voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240625.2N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div